Archive for the ‘autonomie’ Category
Prijsvergelijking: supermarkt – hoeveverkoop – veiling
Dit artikel maakt onderdeel uit van de studie:
”Een inventarisatie van mogelijkheden voor eerlijke prijzen voor Hasseltse boeren”
Wellicht interesseert u ook dit artikel: Wat is regiofair?
In de maand maart 2009 hebben we in Hasselt een onderzoek gedaan naar de prijzen van de Jonagold–appel en de Conference–peer. We hebben hierover een kleine prijsvergelijking opgesteld. De weergegeven prijzen zijn steeds per kilogram.
Een hoeveverkoper bouwt een winstmarge in van 20 tot en met 30 % boven de veilingprijs. We hebben een gemiddelde van 25 % genomen.
Voor de veilingprijs hebben we het gemiddelde genomen van de maand maart 2009 voor het betreffende type. Dit zijn de veilingprijzen van de BFV (Belgische Fruitveiling) te Sint-Truiden. De percentages zijn steeds afgerond tot gehele getallen.
Winkelketen Delhaize
Delhaize verkoopt Jonagold E2++ T 75/80 van het keurmerk TRUVAL.

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Delhaize zijn prijs 138 % hoger plaats dan de veilingprijs en 90 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.
Delhaize verkoopt Conference E2++ T 60/70 van het keurmerk TRUVAL.

Deze grafiek vertelt ons dat Delhaize zijn prijs 63 % hoger plaats dan de veilingprijs en 31 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.
Winkelketen Carrefour
Carrefour verkoopt Jonagold E2++ T 75/80 van het keurmerk TRUVAL.

Carrefour plaatst zijn prijs 210 % hoger dan de veilingprijs en 148 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.
Carrefour verkoopt Conference E2++ T 60/70 van het keurmerk TRUVAL.

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Carrefour zijn prijs 108 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 67 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.
Winkelketen Colruyt
Colruyt verkoopt Jonagold E2++ T 85/90 van het keurmerk TRUVAL.
Colruyt verkoopt Conference E2++ T 65/75 van het keurmerk TRUVAL.

Deze grafiek vertelt ons dat Colruyt zijn prijs 82 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 45 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.
Conclusie:
- Wanneer we het gemiddelde nemen, zien we dat winkelketens hun producten gemiddeld 136 % duurder verkopen dan de veilingprijs.
- Daarnaast zien we ook dat de winkelketens hun producten gemiddeld 89 % duurder verkopen dan de hoeveverkoper.
Dit zijn ons inziens schrikwekkende cijfers.
In welke mate de tussenhandel een ondermijnende invloed heeft op een beter inkomen van de landbouwers dient in een volgende studie nader te worden onderzocht.
Dank
Dit onderzoek werd uitgevoerd door Jessy Goris (studente Provinciale Hogeschool Limburg). Zij liep tot eind juni gedurende 3 maanden stage bij de Stad Hasselt en voerde deze studie – als onderdeel van haar afstudeerproject – uit in opdracht van de Landbouwcel van Hasselt.
Wij danken verder ook mevrouw Louis-Joan Lemmer (ambternaar bevoegd voor landbouw), mevrouw Ingeborg Debock (Noord-Zuid-ambtenaar) en uiteraard alle Hasseltse boeren, die meewerkten aan dit onderzoek.
Het onderwerp en de resultaten van haar volledige onderzoek “Hasseltse boeren aan het woord – Kunnen onze boeren voor hun productie een prijs krijgen waar ze redelijk van kunnen leven?” vindt u hier:
Hasseltse boeren aan het woord.
Steven Schepers
trekkersgroep FairTradeGemeente Hasselt
Hasseltse boeren aan het woord – Kunnen onze boeren voor hun productie een prijs krijgen waar ze redelijk van kunnen leven?
Dit artikel wordt aangevuld door tekst mét prenten: “Prijsvergelijking: supermarkt – hoeveverkoop – veiling”
”Een inventarisatie van mogelijkheden voor eerlijke prijzen voor Hasseltse boeren”
Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zouden zij moeten voldoen om in orde te zijn?
Inleiding
Wereldwijd ondervinden boeren problemen met het verkrijgen van een goed inkomen. Om te werken aan een oplossing is een Fair Tradeconcept ontwikkeld.
Fair Trade ondersteund groepen boeren in ontwikkelingslanden met een keurmerk dat hen een betere prijs voor hun producten biedt dan wanneer zij deze via de reguliere markt zouden verkopen; er wordt aldus een ‘eerlijke handel’ gecreëerd.
Ook Vlaamse boeren ontvangen slechts een uiterst klein gedeelte van de prijs in de supermarkt en vaak is dit deel niet kostendekkend.

maart 2009 COLRUYT - Jonagold E2++ T 85/90 met het keurmerk 'TRUVAL'
Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Colruyt zijn prijs 217 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs. Duurzame handel?
Klik op de afbeelding voor een grotere weergave
Nu de landbouwsubsidies in 2013 volledig herzien gaan worden, lijkt het nog noodzakelijker te gaan worden om alle kosten van productie op te nemen in de verkoopprijs.
Eerdere onderzoeken – ondermeer in Nederland – bestudeerden de mogelijkheid om, net als bij het Fair Trade-concept, een eerlijkere handel te creëren waardoor ook de boer in Europa een eerlijkere prijs voor zijn producten zou krijgen.
Uit onderzoek aan de Universiteit van Wageningen (2007) kwam ondermeer volgende aanbeveling voort:
Het introduceren van een nieuw label voor eerlijkheid is niet raadzaam; de meest voor de hand liggende opties zijn:
- 1) bundeling/samenwerking tussen bestaande labels, en
- 2) informatievoorziening aan consumenten om zodoende duidelijk te maken in hoeverre bestaande merken/labels voldoen aan diverse eerlijkheidscriteria.
Concrete mogelijkheden/operationalisering hiervan behoeft nadere uitwerking en onderzoek.
Voor een samenwerking met bestaande labels lijkt het logisch in eerste instantie te kijken naar mogelijke samenwerkingsverbanden met het Max Havelaar-keurmerk of andere reeds bestaande fairtrade-initiatieven als de Oxfam-Wereldwinkels. Deze staan hiervoor echter niet te trappelen.
Toch lijken er openingen tot samenwerking. Sinds 2005 kunnen Vlaamse steden en gemeenten dingen naar de titel van ‘FairTradeGemeente’.
Om deze titel te kunnen behalen, dienen lokale besturen aan zes criteria te voldoen. Het zesde criterium voorziet in een eigen intiatief aangaande duurzame, lokale consumptie. In Hasselt werd er gekozen voor ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie.
Opzet onderzoek
In een casestudy probeerde Jessy Goris (studente marketing Provinciale Hogeschool Limburg), in een stage bij de Landbouwcel van de stad Hasselt, een antwoord te vinden door Hasseltse boeren te interviewen.
Daartoe werden de bestaande ervaringen en knelpunten voor een succesvolle verkoop van lokale hoeveproducten getraceerd. En werd er gepeild naar de bekendheid onder de Hasseltse boeren van de Fair Trade-koers die de stad volgt.
Dit laatste houdt bijvoorbeeld het stimuleren in van de verkoop van lokale hoeveproducten met lage transportkosten en minder belasting op het milieu. Men noemt dit gemakshalve ‘korte keten’.
Onderzoeksvragen
In deze casestudy koos Jessy Goris voor een interview met een selecte groep geëngageerde boeren. Deze werkwijze bood de mogelijkheid de boeren zelf aan het woord te laten en van binnenuit te achterhalen wat de perspectieven zijn voor het vermarkten van lokale hoeveproducten.
Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zou dit moeten voldoen?
Enkele resultaten van de bevraging.
Naar economische haalbaarheid van directe hoeveverkoop.
De interviews werden afgenomen bij 15 Hasseltse landbouwers met als doel de economische haalbaarheid van lokale hoeveproducten te onderzoeken. Deze 15 landbouwers staan representatief voor de verhouding van de verschillende sectoren binnen de landbouw in Hasselt. Daarnaast werd een kleine prijsvergelijking gemaakt tussen de veilingprijs, de hoeveverkoopprijs en de supermarktprijs.
Het resultaat van deze casestudy leidde tot volgende conclusies:
Grootste winst zit in de tussenhandel.
Tussen wat de boer ontvangt van de veiling voor zijn product en wat de consument in de supermarkt betaalt, zit een groot verschil van winst waar de boer meestal niet van profiteert. Dat verschil ligt tussen de 60 tot 250 % hoger dan wat de boer ontvangt van de veiling. Hiervoor zijn prijzen van de drie supermarkten vergeleken (Carrefour, Delhaize en Colruyt).
Bescheiden winst voor de boer.
Wanneer de boer aan directe hoeveverkoop doet, rekent hij gemiddeld slechts 20 % boven de veilingprijs. Deze 20 % is een niet-economische grove schatting die de boer maakt, afhankelijk van de schaarste of het overvloedige aanbod op de markt. Hij volgt hiervoor geen uitgelezen economische kosten-batenanalyse met een daarbij behorende bewuste prijzenvergelijking.
Consument: ‘onbekend maakt onbemind’.
Het directe contact met de consument biedt het voordeel van betrokkenheid en bekendheid met de actualiteit van de landbouw, de agrarische bedrijfsvoering en de kwaliteit van het product. Met consumenten omgaan en kunnen verkopen vereist een speciaal talent of je moet erin zijn opgeleid. Echter vormt ook de ligging van de hoeve een probleem voor de snelle bereikbaarheid van de consument. Een wekelijkse boerenmarkt zou voor consument als producent hierin een brug kunnen slaan.
Milieu en mondialiteit.
Beperking van transport werkt reducerend op de CO2 uitstoot en de vervoerskosten. Als FairTradeGemeente wordt in Hasselt het zesde criterium ingevuld met ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie. Tweederde van de bevraagde boeren wil actief meewerken aan projecten die de stad Hasselt hierrond op poten stelt. Een aantal van de bevraagde boeren werkt er reeds aan mee.
Rentabiliteit.
De lokale boeren zeggen veel concurrentie te ondervinden van geïmporteerde producten die vervaardigd zijn in landen met lage loonlasten waar weinig of geen gegarandeerde controle is op milieubelasting en de vervaardiging van teelt en verwerking van het boerenproduct. Ook de hoge grondprijzen in West-Europa (en daarmee ook in Hasselt) zijn negatief voor de boeren.
De hoge investeringskosten voor de inrichting van de hoeve voor hoeveverkoop met de daaraan gekoppelde strenge hygiënische voorschriften waar hoeveverkoop moet aan voldoen en de hoge personeelskosten voor een efficiëntere verwerking van het boerenproduct zijn serieuze overwegingen die een boer doet aarzelen om aan hoeveverkoop te doen.
In coöperatief verband te gaan samenwerken, vormt een optie, maar ook hierin gaat de boer niet over één nacht ijs.
Conclusies
Tweederde van de bevraagde boeren doet aan hoeveverkoop. Belangrijkste reden om niet aan hoeveverkoop te doen, is het extra personeel dat je hiervoor moet inhuren. Dit personeel is niet rendabel. Verder verzekert de veiling de boer ook van afzet.
90 % van de bevraagde boeren plaatst zijn prijs boven de veilingprijs, maar onder de supermarktprijs. De verkoopprijs wordt bepaald door een eigen kosten-batenanalyse, met daar bovenop een winstmarge.
De meest beïnvloedende factoren op de prijs die gevraagd wordt, zijn: het weer, de wettelijke bepalingen en de import en export uit andere landen.
Factoren die de verkoop kunnen bevorderen zijn: meer promotie, een stijgend commercieel inzicht of het engageren van de hele familie.
90 % van de bevraagde boeren beschikt niet over een eigen website, maar zijn wel actief op sites betreffende de landbouw. 54 % van de bevraagde boeren is betrokken bij een of meerdere landbouworganisaties. Deze betrokkenheid biedt voordelen, maar soms vergt deze betrokkenheid ook tijd, bijvoorbeeld het aanwezig zijn op vergaderingen.
De grootste afnemers zijn: de veiling, distributeurs, grossiers en particulieren.
Deze zijn steeds tevreden over de aangeboden kwaliteit, maar de boeren zijn niet altijd tevreden over de prijs die ze krijgen.
In welke mate de tussenhandel een ondermijnende invloed heeft op een beter inkomen van de landbouwers dient in een volgende studie nader te worden onderzocht.
Tweederde van de bevraagde boeren wil zijn producten in coöperatief verband verkopen als dit organisatorisch mogelijk is.
De meest voorkomende suggestie die gegeven werd om de toekomst van de landbouw in Hasselt te verzekeren, is het opzetten van meerdere initiatieven vanuit de stad betreffende de Fair Trade-koers die de stad volgt om de lokale economie en duurzame landbouw te stimuleren. De belangrijkste verwachting die boer heeft van het gemeentebestuur of de ambtenaar voor de landbouw is het vergemakkelijken van het papierwerk.
Verder wil tweederde van de bevraagde boeren ook actief meewerken aan projecten die de stad opzet betreffende de landbouw.
Het behoud van hoogwaardige kwalitatieve landbouwgrond voor de boeren die op een economische en ecologische wijze willen produceren vinden ze erg belangrijk.
Circa 80 % van de bevraagde boeren maakt gebruik van niet familiale hulp op hun bedrijf. Dit is noodzakelijk om de seizoensgebonden producten efficiënt te verwerken, maar het zorgt voor een hoge kostenpost.
Het beroep van landbouwer is een kwestie van levenshouding en boerentrots als het van vader op zoon wordt doorgegeven. Alle bevraagde landbouwers vinden de zelfstandigheid en het constante contact met de natuur aantrekkelijk.
Tweederde van de bevraagde boeren die aan hoeveverkoop doen, is op de hoogte van het Fair Trade-beleid dat de stad voert.
DE KEUZE VAN DEKEYSER – Het rijke Westen?
| teruggevonden op : www.okra.be
(pdf 3,66 MB van het april-nummer van OKRA-magazine)
Het gemakkelijke werk zouden onze bedrijven uitbesteden en voor een prikje door Chinese of Indische handen laten verrichten. Zelf zouden we onze voorsprong veilig stellen door steeds meer geraffineerde technologie te verzinnen en te vervaardigen. Als onze eigen werknemers echt te duur werden dan konden de bedrijfsleiders hun fabrieken gewoon naar Azië overplaatsen. Vlak bij de arbeidsbron. Daar kwamen de spotgoedkope werkkrachten a.h.w. uit de late middeleeuwen. Hersenvlucht of hersengroei?Erg slimme Indiërs en dito Chinezen zouden welkom zijn in het Westen. Hier konden ze chirurg worden, scheikundige of informaticus. Ze konden ook voor ingenieur studeren en in onze geavanceerde bedrijven aan research doen. Nog een voordeel van de globalisering! Het Westen kon er alleen maar wel bij varen. Zo dachten we toch. Het is echter anders verlopen dan voorspeld. De ontluikende derdewereldlanden hebben hun hersenen thuis gehouden. Of nog erger: ze stuurden hun beste krachten naar het Westen om er hi-tech op te doen en haalden hen dan terug naar huis om er het Westen na te bootsen, te evenaren en voorbij te steken. De hersenvlucht was hersengroei geworden. Zo groeiden ontwikkelingslanden als China, India, maar ook Brazilië en Mexico uit tot geduchte concurrenten. Met hun goedkope arbeid kregen ze heel de wereld als klant. Geleidelijk werden hun producten even goed als die uit het Westen. Alleen waren ze veel goedkoper. Aan de top van de ontwikkelingslanden ontstonden gigantische kapitalen midden de schrijnende armoe. Eigenlijk dankzij de armoe van de massa. Want ze konden immers evenzeer profiteren van hun eigen goedkope werkkrachten als het rijke Westen! Soms waren de miljonairs louter privépersonen (zoals in India), soms behoorden de multinationals aan de staat (zoals in China). Wat moesten ze beginnen met al dat geld in de kluis? Geld moet rollen. Ze begonnen zich op te werken tot echte gelijken van de westerse industriële reuzen. Gele en bruine vingers in de papDerdewereldmultinationals zijn zich dus in de westerse industrie gaan inkopen. Kapitalistische firma’s die het moeilijk hadden in de concurrentiestrijd lieten zich, na enig tegenstribbelen, door derdewereldbedrijven opslorpen. Ze hebben dat zo geruisloos mogelijk gedaan. Toen de afdeling pc van IBM in 2005 door het Chinese Lenovo werd overgenomen, zag je dat niet aan de toestellen. De modellen bleven elkaar opvolgen onder de vertrouwde wereldnaam IBM. Het logo Lenovo was nergens te bekennen. Trouwens, Lenovo klinkt nu ook niet bepaald Chinees. Toen het Britse Jaguar en Land Rover Indisch werden, opgekocht door Tata-motors, behielden ook zij hun namen en het vertrouwen van de klant. Ons bloedeigen Sidmar blijft aan zijn naam gehecht ook al is het Maritiem Staalbedrijf Indisch geworden. Eigenlijk zou Sidmar Arcelor Mittal moeten heten naar zijn nieuwe eigenaar Lakschmi Mittal. Troost: Sidmar is nu een onderdeeltje van de grootste staalgroep ter wereld. De baas is een Indiër van 56 jaar. Zijn fortuin bedraagt 32 miljard dollar. De grote Vlaamse busbouwer Van Hool, met zijn 4 369 werknemers, probeert weerstand te bieden aan de overname door de Indische constructeur Hinduja. Zal het lukken? Hinduja heeft belangen in meer dan vijftig landen… Alleen de VS slaagden er voorlopig in hun oliemaatschappij Unocal uit Chinese handen te houden. Washington zag er een strategische dreiging in voor Amerika’s oliebevoorrading. Chevron mocht dan Unocal kopen, ook al boden de Chinezen van Cnooc (China Offshore Oil Company) 4 dollar per aandeel meer. Van staal, over auto’s en bussen naar bankenBij de verovering van het Westen beperken de derdewereldlanden zich niet tot het inpikken van wankele bedrijven of bedrijfssectoren. Na de instorting van de huizenmarkt in de VS, waarbij zelfs grote banken lelijk hun broek scheurden, zijn de derdewereldlanden hun miljarden spaarcentjes (uit olie, gas, delfstoffen en massale leveringen van goedkope producten) in die westerse banken gaan investeren. Het Arabische Abu Dhabi stopte bv. 7,5 miljard dollar in de kaalgeplukte Citigroup. Waarschijnlijk de grootste bank van de (westerse) wereld. Steeds meer Arabische en Aziatische landen lenen miljarden dollars aan de noodlijdende Amerikaanse instelling. Resultaat? Hoewel de Citigroup de grootste bank van de VS blijft, wordt ze, beetje bij beetje, minder Amerikaans. Veel bankiers slaat de angst om het hart. Wie krijgt het over enkele jaren voor het zeggen? Daarenboven zijn de geïnvesteerde kapitalen vaak geld van de staat. Van Beijing bv. waar de partij de teugels strak houdt. Als, indien… veronderstel dat China het bij Citibank voor het zeggen krijgt, wie heeft dan het laatste woord? Zal Amerika zich nog durven opwerpen als de verdediger van Taiwan, als dat landje in een conflict verwikkeld raakt met Beijing? En wat zou er gebeuren als Chavez van Venezuela zich bv. in de Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa inkoopt en de Amerikaanse bedrijven naar zijn eigen land overbrengt? De vrees voor dergelijke scenario’s leeft echt in Amerika. En dan is de recessiewolk nog lang niet overgewaaid… De hypotheken van de huizen raken immers niet afbetaald. De consumenten tasten minder diep in hun zakken, zelfs de koopjes lijden eronder. De beurzen krijgen sporadisch rillingen terwijl de vroegere arme landen elke dag rijker worden! Tekst Miel Dekeyser |
||||
‘Leven van het land. Niets verspillen en gezond blijven.’ door John Seymour (1976)
surf ook eens naar : http://fairtradekookboek.wordpress.com
hier kun je het laatste boek van John Seymour lezen: The complete book of self sufficiency
hier kun je het laatste boek van John Seymour downloaden: The complete book of self sufficiency
We kunnen zelf werkzaamheden verrichten of we kunnen anderen betalen om ze voor ons te verrichten. Dit zijn de twee ‘modellen’ waarmee we in ons onderhoud voorzien. We zouden ze het ‘zelfvoorzieningsmodel’ en het ‘organisatiemodel’ kunnen noemen. Het eerste leidt tot zelfstandige mannen en vrouwen en het laatste tot afhankelijke mannen en vrouwen. Alle bestaande samenlevingsvormen onderhouden zichzelf door een mengeling van beide modellen, maar de verhoudingen verschillen.
In de moderne wereld heeft zich, gedurende de afgelopen honderd jaar, een enorme en historisch unieke verschuiving voorgedaan: van zelfvoorziening naar organisatie. Met het gevolg dat mensen steeds minder vertrouwen hebben in zichzelf en afhankelijker worden dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid is voorgekomen. Ze kunnen wellicht beweren hoger ontwikkeld te zijn dan iedere generatie vóór hen, maar het feit blijft dat zij niet echt iets voor zichzelf kunnen doen. Zij zijn volledig afhankelijk van kolossale, ingewikkelde organisaties, van fantastische machinerieën, van steeds hogere inkomens. En wat gebeurt er als het fout gaat, als er zich een stagnatie, een defect, een staking, of werkeloosheid voordoet?
Verschaft de staat alle noodzakelijke levensbehoeften? In sommige gevallen, ja; in andere gevallen, nee. Veel mensen vallen door de mazen van het veiligheidsnest, en wat dan? Zij lijden; ze raken ontmoedigd, ze worden zelfs wanhopig. Waarom kunnen zij zichzelf niet helpen? Over het algemeen, is het antwoord maar al te duidelijk: zij zouden niet weten hoe, ze hebben het nooit gedaan en weten zelfs niet waar ze moeten beginnen. […]
Zou ik moeten proberen een manusje-van-alles te worden? Op het gebied van de meeste van deze zaken zou ik vrij onbekwaam en verschrikkelijk inefficiënt zijn. Maar zelf iets telen of maken: wat een plezier, wat een vrolijkheid, wat een bevrijding van de gevoelendheid volledig van organisaties afhankelijk te zijn! Wat misschien zelfs belangrijker is: wat een ontwikkeling van de echte persoonlijkheid! In aanraking zijn met de feitelijke oerprocessen van de schapping. De aangeboren scheppingsdrang van de mens is niet iets minderwaardigs of toevalligs: negeer of verwaarloos hem, en hij wordt innerlijke bron van gif – een blokkade van de creativiteit. Dit kan jou en al je menselijke contacten vernietigen; op grote schaal, kan het – nee, zal hij onvermijdelijk – de samenleving vernietigen.
Daarentegen kan niets de bloei van een samenleving tot staan brengen die erin slaagt de vrije teugel te geven aan de scheppingsdrang van haar mensen – al haar mensen. Dit kan niet van bovenaf bevolen worden of georganiseerd. We kunnen niet op regeringen vertrouwen, maar alleen op onszelf, teneinde deze gang van zaken te bewerkstelligen. We moeten zeker niet blijven ’wachten op Godot’ want Godot komt nooit. Het is interessant om aan alle ‘Godots’ te denken, waarop de moderne mensheid wacht: deze of gene fantastische technische doorbraak; kolossale vondsten van nieuwe olie- en gasvelden; automatisering, zodat niemand – of nauwelijks iemand – nog een vinger hoeft uit te steken; politieke beslissingen om alle problemen voor eens en voor altijd op te lossen; multinationale ondernemingen om enorme investeringen te doen in de laatste en beste technische ontwikkelingen; of gewoon ‘de volgende opleving van de economie’. […] De essentie van zelfvoorziening is juist dat je nu begint en niet wacht tot er iets komt opdagen.
voorwoord van Dr. E.F. Schumacher bij ‘Leven van het land. Niets verspillen en gezond blijven.’ door John Seymour, vertaald door John Onstwedder en Hendrik van den Heuvel, De Kleine Aarde. Nederlandse editie Uitgeverij In den Toren / Baarn en Kosmos / Amsterdam 1979. Copyright © 1976 by Dorling Kindersley Ltd, London
De waarde van autonomie – citaten uit ‘De paradox van keuzes – hoe teveel een probleem kan zijn’ door Barry Schwartz (2004)
surf ook eens naar : http://fairtradekookboek.wordpress.com
(…) hier zijn we dan, levend op de toppen van de menselijke mogelijkheden, ondergesneeuwd door materiële overvloed. Als samenleving hebben we bereikt waar onze voorouders nauwelijks van durfden dromen, maar de kosten zijn niet gering. We krijgen wat we zeggen te willen hebben om uiteindelijk te ontdekken dat wat we willen niet aan onze verwachtingen voldoet. We zijn omgeven door moderne tijdsbesparende apparaten, maar we lijken altijd tekort te komen. We zijn vrij om het verhaal van ons eigen leven te schrijven, maar we weten niet precies hoe dat ‘verhaal’ eruit moet zien.
De waarde van autonomie zit ingebouwd in het weefsel van ons juridische en morele systeem. Autonomie is datgene wat ons het recht geeft elkaar moreel en juridisch verantwoordelijk te houden voor onze handelingen. Het is de reden dat we individuen prijzen voor hun prestaties en laken voor hun mislukkingen. Er is geen enkel aspect van ons gemeenschappelijke sociale leven dat herkenbaar zou zijn als we onze toewijding aan autonomie zouden opgeven.
Maar afgezien van ons politieke, morele en sociale vertrouwen op het idee van autonomie, weten we dat het ook een grote invloed heeft op ons geestelijk welzijn.
Uit honderden onderzoeken is duidelijk gebleken dat we kunnen leren dat we geen controle over onze situatie hebben. En hebben we dit eenmaal geleerd, dan zijn de gevolgen zeer ernstig. Aangeleerde hulpeloosheid kan onze motivatie iets te veranderen negatief beïnvloeden. Het kan je vermogen kansen te grijpen en controle te krijgen in nieuwe situaties nadelig beinvloeden. Het kan de werking van het immuunsysteem ondermijnen, waardoor men vatbaar wordt voor tal van (infectie)ziekten. Het kan onder de juiste omstandigheden ook leiden tot ernstige depressie. Het is dus niet overdreven te stellen dat ons meest fundamentele gevoel van welzijn in hoge mate afhankelijk is van ons bewuste vermogen controle uit te oefenen op onze omgeving.
citaten uit ‘De paradox van keuzes – hoe teveel een probleem kan zijn’ door Barry Schwartz, vertaald door Hans Wassink. Nederlandse editie Uitgeverij Het Spectrum B.V.

