regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

Archive for the ‘voedselkilometers’ Category

Wie voedt de wereld? De waarheid is dat we geen agrobusiness nodig hebben.

leave a comment »

Het is soms moeilijk om je niet overweldigd te voelen door de groeiende macht van de multinationals in het voedselsysteem. Wat vooral deprimerend is, is dat deze expansie gebouwd is op de vernietiging van lokale voedselsystemen.

 

Desondanks is dit door multinationals beheerste voedselsysteem niet alomtegenwoordig. Het is zelfs zo […] dat de meeste boeren er geen deel van uitmaken en de meeste mensen worden er niet door gevoed. Over heel de wereld, worden de fundamenten gelegd voor een geheel ander voedselsysteem en wereldwijd maken bewegingen opgang en winnen ze aan invloed, waar ze de regionale productie nieuw leven willen inblazen en het huidige systeem afbouwen.

Lees : Global agribusiness: two decades of plunder, gepubliceerd door GRAIN.

Eerder hier verschenen : een aangename waarheid – familiale landbouw kan de wereldbevolking voeden

Written by hallometsteven

oktober 22, 2010 at 7:53 am

Fair trade kiest voor ‘boskoffie’ – zon of schaduw?

leave a comment »

Uit de nieuwe gegevens, die veel preciezer zijn dan de vorige, blijkt dat we onze ecologische voetafdruk steeds onderschat hebben. We laten enkel de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Denemarken voorgaan in het lijstje van ecologische grootvoeten. De Verenigde Staten staan op nummer vijf. Als iedereen zou leven als een Belg, dan waren er liefst 4,5 planeten nodig om in onze behoeften te voorzien.

uit “Belg heeft grotere ecologische voetafdruk dan Amerikaan” op Knack.be (d.d. 13/10/2010)

De provincie Limburg heeft als eerste Vlaamse provincie een volledige CO2-voetafdruk berekend. Hierbij wordt de totale CO2-uitstoot door energieproductie, industrie, transport en huishoudens berekend. En onze provincie scoort goed. Gemiddeld verbruikt elke Limburger 11,1 ton per jaar. Het gemiddelde in Vlaanderen bedraagt 14,4 ton per jaar. De goede score heeft Limburg onder andere te danken aan zijn bosrijke gebieden.

Quote van gedeputeerde Frank Smeets op Limburg heeft ecologische voetafdruk berekend op TVL.be (d.d. 08/10/2010)

UPDATE: Vertegenwoordigers van zo’n 70 organisaties, van vakbonden en werkgeversorganisaties over sectorfederaties tot hogescholen uit onze provincie hebben eind mei 2011 in het provinciehuis een engagementsverklaring ondertekend om onze provincie tegen 2020 klimaatneutraal te maken. . Alleen de vertegenwoordigers van de Boerenbond weigerden de verklaring te ondertekenen, omdat ze aanstoot nemen aan het voorstel om de vleesconsumptie drastisch in te krimpen. Bekijk het bericht op TVL-nieuws.

Toch is er nog een hoop werk aan de winkel, want de Limburgse gezinnen scoren dan weer niet zo goed.

Twee kopjes koffie zetten staat gelijk aan één kilometer met de auto rijden,

dit berekende de Duitse koffieproducent Tchibo. Vooral de wijze waarop de koffie wordt gezet, maakt uiteindelijk het verschil in hoeveel de voetafdruk van een kopje koffie uiteindelijk bedraagt.

Fair trade moedigt de producenten van koffie aan om duurzaam met de natuurlijke hulpbronnen om te gaan.

Door te kiezen voor schaduwteelt in plaats van bossen te kappen, levert de producentengroep Cecovasa uit Peru een levensbelangrijke bijdrage voor het klimaat en de biodiversiteit. Een kopje schaduwkoffie bij het ontbijt maakt al snel een wereld van verschil.

klik op de afbeelding voor beter leesbare weergave

Written by hallometsteven

oktober 14, 2010 at 10:42 am

Eerlijke handel en respect voor het milieu – voedselkilometers

leave a comment »

Zouden eerlijke handel en lokale productie niet kunnen samengaan onder een gemeenschappelijke bezorgdheid voor het milieu en een zo kort mogelijke keten die ook de producent respecteert?

Maya Honing Magazine - september 2009 (blz 5) - KLIK VOOR GROTERE WEERGAVE

Maya Honing Magazine - september 2009 (blz 6) - KLIK VOOR GROTERE WEERGAVE

Maya Honing Magazine - september 2009 (blz 7) - KLIK VOOR GROTERE WEERGAVE

Maya Honing Magazine - september 2009 (blz acht) - KLIK VOOR GROTERE WEERGAVE

Broodje Aap-verhalen: ‘fairtradeproducten zijn erg vervuilend’ – DEEL 1: “wat van ver komt is vervuilender dan wat dichter bij de deur wordt geproduceerd”

with one comment

Limburg heeft de ambitie een FairTradeProvincie te worden. De dienst Toerisme van de Provincie Limburg lanceerde maart 2010 haar Nul Kilometersmenu’s met streekproducten. Klinkt goed, smaakt goed, en het past binnen de filosofie van duurzame landbouw.

Maar voedselkilometers is zeker niet dé zaligmakende opstap naar meer bewustzijn inzake voedselconsumptie. Het draagt zelfs de kiemen van een protectionistische handelspolitiek in zich. Iets wat een exportgerichte regio als Limburg zich niet kan permiteren.
Lees de argumenten onder deze link: Broodje Aap-verhalen DEEL 2.
Maar hoe zit dat dan met fair trade én de korte ketengedachte? Gaat dat samen?


 

Wie over fair trade spreekt, spreekt over producten die van ver komen en dus over lange-afstandsvervoer. Het is zeer verleidelijk om dat internationaal vervoer te bestempelen als de boosdoener als het over CO2-uitstoot gaat. Maar is het vervoer de enige factor die bijdraagt tot de opwarming van de aarde? Want ook de manier waarop geproduceerd wordt speelt een rol. Dat blijkt ook uit de snelle opkomst van Bioproducten en de talrijke Bio-labels. Gelukkig gaat fairtrade vaak (maar niet altijd) hand in hand met een productie die het milieu respecteert, omdat fairtrade bijdraagt aan een wereld die fair is voor mens en milieu.

Het bevoordelen van lokale productie betekent weinig vervoer, maar het dwingt ons ook om af te zien van alles wat van ver komt en waaraan we gewend zijn. Het is dan aan ieder van ons om na te denken over de ethische dimensie van ons verbruik: indien we geen Keniaanse boontjes meer willen, en indien we weten dat ze te duur zijn voor de lokale markt, dan betekent dit dat deze producenten niet meer kunnen leven van de verkoop van hun boontjes. Waarvan moeten deze boeren dan leven? Of handel nu eerlijk of traditioneel is, handel stelt een afhankelijkheidsrelatie in en daaraan moeten we denken als we keuzes maken voor wat we consumeren.

Vervolgens, moet je voor vervoer een onderscheid maken tussen het vervoersmiddel dat gebruikt wordt en de afstand die het product aflegt.

Het vliegtuig blijft het meest vervuilende vervoersmiddel (tot 1.580 gr CO2-uitstoot per km). De vrachtwagen scoort ook bijzonder hoog qua vervuiling, met zo’n 210 tot 1.430 gr CO2-uitstoot per km, op de voet gevolgd door de auto met 186 g CO2-uitstoot per km. Trein en boot (van 15 tot 30 gr CO2 uitstoot per km) zijn zeker aan te raden want zij produceren, in vergelijking met de andere vervoermiddelen, de minste CO2-uitstoot, maar ze vereisen wel meer infrastructuur en organisatie. Zo moet je een onderscheid maken tussen een ton ananas uit Centraal-Amerika dat per vliegtuig wordt vervoerd en eenzelfde ton ananas dat per boot wordt vervoerd, wat een veel betere keuze is voor ons milieu.

Maar ook fruit en groenten die in het zuiden van Spanje in serres worden geproduceerd en vervolgens meer dan 1.600 km met de vrachtwagen afleggen om in onze Belgische supermarkten afgeleverd te worden zijn niet bepaald energiezuinig. Zulke serres, die het hele jaar door verwarmd worden, verslinden energie en het vervoer met de vrachtwagen is erg vervuilend. Als je het zo bekijkt kan een appelsien uit Granada die per vrachtwagen naar België komt evenveel vervuilen als een appelsien uit Brazilië die per boot wordt vervoerd. “Oei, dit wordt een moeilijke keuze! Wat is nu de juiste ecologische optie?”

Kies zo vaak mogelijk voor seizoensgroenten (die niet in serres geproduceerd werden en die dus minder energie verbruikt hebben) en voor lokale producten.

Ook de talrijke verplaatsingen van thuis naar de winkel die we geregeld met de auto afleggen, staan in voor een groot deel van de broeikasgassen die we op nationaal niveau uitstoten. Hetzelfde geldt voor de kilometers die de vrachtwagens afhaspelen om de goederen van de (lucht)haven naar die supermarkt te brengen. Ook de afstanden die in het noorden worden afgelegd zijn dus (zeer) vervuilend.

Tenslotte. Even belangrijk – zoniet belangrijker nog – dan de uitstoot door de afgelegde kilometers is de milieubelasting veroorzaakt door de eindconsument. Zo staan twee kopjes koffie zetten gelijk aan één kilometer met de auto rijden. Maar een koffiemachine veroorzaakt een uitstoot van broeikasgassen, die zes maal hoger ligt dan filterkoffie… En nagenoeg de helft van het energieverbruik van aardappelen – in de keten van boer tot bord – gebeurt in de keuken, tijdens het koken/bakken/… De Verenigde Naties raden voor alle verplaatsingen onder de vijf kilometer aan deze per fiets of te voet te maken.

Met al die gegevens in het achterhoofd, kan iedereen voor zichzelf uitmaken welke keuzes hij of zij maakt. Het gezegde “Consumeren is macht!” blijft dus zeker van toepassing.


 

[ 1 ] Lees meer op deze blog: eerlijke handel en respect voor het milieu.

[ 2 ] Een ander recent document “Fair Trade Sustainable Trade? FAIR TRADE AND THE ENVIRONMENT” komt uit de hoe van de BTC (het Belgisch ontwikkelingsagentschap).

Je kan het hier downloaden als pdf: Fair trade – Sustainable trade?

Quote uit de conclusie:

To take into account the environment may transform fair trade. The situation is sufficiently urgent to demand that everyone re-evaluate their commitments. Some products may no longer have a place after re-evaluation. Neither may some practices. It doesn’t matter. The environment does not threaten fair trade. It reinvents it.

Broodje Aap-verhalen DEEL 2: “Maaslandse restaurants serveren duurzame NulKilometer-menu’s”. Een uitstekend idee, maar…

with 2 comments

Lees ook fairtradebananen kandidaat voor predikaat “ultieme lage CO2-hap”


 

De bui­ten­land­se han­del is be­lang­rij­ker dan de bin­nen­land­se con­sump­tie. […]
België [is] geen geïso­leerd ei­land in de grote zee van de we­reld­eco­no­mie is. Op drie uit­zon­de­rin­gen na is er geen enkel land waar­van de wel­vaart zo ver­we­ven is met de rest van de pla­neet als België.[…]
Het cliché wil dat we die Vlaam­se ex­port ‘de motor van onze eco­no­mie’ noe­men en dat cliché klopt ook. Vlaam­se be­drij­ven ver­koch­ten in de eer­ste negen maan­den van vorig jaar voor 218 mil­jard euro goe­de­ren aan het bui­ten­land. Ter ver­ge­lij­king: in die­zelf­de negen maan­den van vorig jaar be­droeg de con­sump­tie van alle Bel­gi­sche ge­zin­nen vol­gens de Na­ti­o­na­le Bank een klei­ne 149 mil­jard euro.

Bart Haeck in “Over de grens”, op Tijd.be (22 jan 2013)

Limburg is traditioneel een exportgerichte regio. Meer dan 70% van onze productie is bestemd voor het buitenland.

Johan Grauwels, directeur communicatie bij Voka – Kamer van Koophandel Limburg op voka.be (9 okt 2009).

Algemeen directeur Jef Cornelissen liet weten dat liefst 60 procent van de jaaromzet en productie naar het Midden-Oosten en Azië gaat.

Algemeen Directeur VOKA wordt geciteerd in het nieuwsblad: “Limburgse export bloeit” (za 03 feb 2007).

Het stond te lezen in het Belang van Limburg van zaterdag 6 maart 2010. Vijf restaurants in het Maasland (Belgisch-Limburg) serveren vanaf zondag NulKilometer-menu’s, volledig samengesteld met ingrediënten uit eigen regio. (artikel onderaan deze pagina te lezen)

Het initiatief komt van de dienst Toerisme Limburg. Ondertussen doet de Provincie ook inspanningen om de titel van FairTradeProvincie te bekomen. Hier kunnen fairtraders en beleidsmakers elkaar vinden… Want duurzame ondersteuning van de lokale economie kan enkel blijvend succesvol zijn, wanneer de fundamenten van een oneerlijke, onduurzame economie worden uitgegraven en vervangen door handel en productie op basis van eerlijkheid en internationale solidariteit. Handel, uit respect.

voedselkilometers… opstap naar of valkuil voor duurzaamheid?

Mr. Müller described the concept of ‘food miles’ as somehow hypocritical, because it is only applied to basic food products, but not to for example to computers or cars.

Dixit mijnheer Benito Müller van het Oxford Institute for Energy Studies.

 

Het voedselkilometers-debat wordt vaak te weinig genuanceerd gevoerd. Je moet ergens beginnen, natuurlijk. Maar dan best op basis van feiten, niet enkel op basis van op het eerste zicht goede oplossingen. Goede initiatieven, zoals die rond eetkilometers, verdienen goede en vooral juiste verhalen. In de handen van de verkeerde personen wordt het zelfs een recept voor conservatisme, protectionisme en navelstaarderij.

Er wordt al eens gezegd dat onze maatschappij aan het verkleuteren is. ‘Groenten’ heten tegenwoordig ‘groentjes’, bijv. ‘Voedselkilometers’ heeft vaak evenmin weinig met volwassen denkwerk te maken en verwordt al snel tot een no-brainer.

We do know enough to seriously question the scientific validity of simply using food miles as a proxy of environmental damage.

Gareth Edwards-Jones op BBC NEWS : Food miles don’t go the distance.

Het bekt natuurlijk lekker: “Nul-Kilometer-menu’s”. Een geniale marketingvondst, echt waar! En wat de Maaslandse restaurants gaan serveren, is ook gewoonweg erg lekker. Hulde aan de goedbedoelende koks, echt waar. We zijn er ook voor om onze eigen culinaire tradities of specialiteiten te promoten. Zondermeer. Edoch…

Indeed, our research suggests that when considering UK grown potatoes, 48% of all energy used during the potato’s life cycle is expended in the kitchen (the life cycle encompasses the sowing, growing, harvesting, packaging, storage, transport and consumption of potatoes).

Wederom Gareth Edwards-Jones op BBC NEWS : Food miles don’t go the distance.

En zo rekenden de Wereldwinkels al eerder uit:

Twee kopjes koffie zetten staat gelijk aan één kilometer met de auto rijden.

Een koffiemachine veroorzaakt een uitstoot van broeikasgassen, die zes maal hoger ligt dan filterkoffie.

Lees: De CO2-voetafdruk van een kopje koffie.

Wie m.a.w. uit de eigen achtertuin eet, maar verder zich weinig gelegen laat aan dingen als spaarzaam met voedsel omgaan, koken met het deksel op de pot etc… houdt zichzelf voor de gek. Meer nog…

de Limburgse voedingsindustrie en voedselkilometers

De voedingsindustrie is in Limburg een belangrijke tak, goed voor bijna 400 bedrijven. Bedrijven als Goldmeat uit Heusden-Zolder, Damhert uit Heusden-Zolder of Scana Noliko in Bree behoren tot de top en zijn klaar voor de toekomst.

Ondertussen zetten onze fruitveilingen massaal in op verre export…

China is een doordachte gok die we aan onze fruittelers verplicht zijn.

Filip Lowette van de Belgische Fruitveiling op vilt.be.

BFV verwacht grote bestelling peren uit China

d.d. 25 jan 2012 – bron: madeinlimburg.be

Enige zin voor nuance is dus nodig. Denk bijv. al maar aan hoe China onze fruittelers opdraagt het perenvuur in Limburg aan te pakken, vooraleer haar grenzen opengaan.

Als we Limburgse peren naar China willen sturen, moeten we zones hebben die vrij zijn bacterievuur.

uit Limburg strijdt tegen perenvuur.

Het buitenland is niet achterlijk. Vermeng en verwar dus best promotie voor streekproducten niet met de idee van voedselkilometers. Limburg als exportregio bij uitstek maakt zichzelf kwetsbaar op deze manier.

“Voedselkilometers” is inderdaad een uitstekend educatiemiddel. Om mensen bewust te maken van hun ecologische voetafdruk, bijvoorbeeld. Hier gaf de Provincie Limburg een prachtige voorzet, door als eerste provincie haar CO2-voetafdruk te laten berekenen.

Echter: je CO2-intensieve voedselexport compenseren met protectionisme, vermomd als nulkilometers snijdt ideologisch noch economisch hout. We snijden er ons op termijn zelfs mee in de vingers. Want laten we niet vergeten, België is het land met de vierde grootste voetafdruk per persoon. De impact van ons voedselpatroon ligt er hier niet in van waar we eten, maar wat we eten:

“‘Wij eten te veel zuivel en dierlijke eiwitten en dat is een heel inefficiënte manier om calorieën binnen te krijgen.”

bron: Belgische voetafdruk bijna grootste ter wereld.

 

eerlijke handel en eerlijke argumenten, graag

Meer eerlijke handel is nodig. Daar gaat de Provincie Limburg ook volmondig mee akkoord.
Om tot eerlijke handel te komen hebben we eerlijke cijfers en eerlijke argumenten nodig.

Want zoals Benito Müller zeer terecht stelt:

The food miles debate highlights a clash between differing sustainable development agendas. From an environmental perspective, encouraging consumers to alter their purchasing patterns and limiting transportation emissions can only be a good thing. However, from an economic development point of view, food miles labeling can damage important industries.

Maaslandse restaurants serveren vanaf 8 maart 2010 duurzame NulKilometer-menu's

Klik voor een grotere versie van dit krantenknipsel

Hasseltse boeren aan het woord – Kunnen onze boeren voor hun productie een prijs krijgen waar ze redelijk van kunnen leven?

with one comment

Dit artikel werd aangevuld door tekst mét prenten: “Prijsvergelijking: supermarkt–hoeveverkoop–veiling”

”Een inventarisatie van mogelijkheden voor eerlijke prijzen voor Hasseltse boeren”

Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zouden zij moeten voldoen om in orde te zijn?

Inleiding

Wereldwijd ondervinden boeren problemen met het verkrijgen van een goed inkomen. Om te werken aan een oplossing is een Fair Tradeconcept ontwikkeld.

Fair Trade ondersteunt groepen boeren in ontwikkelingslanden met een keurmerk dat hen een betere prijs voor hun producten biedt dan wanneer zij deze via de reguliere markt zouden verkopen; er wordt aldus een ‘eerlijke handel’ gecreëerd.

Ook Vlaamse boeren ontvangen slechts een uiterst klein gedeelte van de prijs in de supermarkt en vaak is dit deel niet kostendekkend.

maart 2009 COLRUYT - Jonagold E2++ T 85/90 keurmerk TRUVAL

maart 2009 COLRUYT - Jonagold E2++ T 85/90 met het keurmerk 'TRUVAL'
Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Colruyt zijn prijs 217 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs. Duurzame handel?
Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

Nu de landbouwsubsidies in 2013 volledig herzien gaan worden, lijkt het nog noodzakelijker te gaan worden om alle kosten van productie op te nemen in de verkoopprijs.

Eerdere onderzoeken – ondermeer in Nederland – bestudeerden de mogelijkheid om, net als bij het Fair Trade-concept, een eerlijkere handel te creëren waardoor ook de boer in Europa een eerlijkere prijs voor zijn producten zou krijgen.

Uit onderzoek aan de Universiteit van Wageningen (2007) kwam ondermeer volgende aanbeveling voort:

Het introduceren van een nieuw label voor eerlijkheid is niet raadzaam; de meest voor de hand liggende opties zijn:

  • 1) bundeling/samenwerking tussen bestaande labels, en
  • 2) informatievoorziening aan consumenten om zodoende duidelijk te maken in hoeverre bestaande merken/labels voldoen aan diverse eerlijkheidscriteria.

Concrete mogelijkheden/operationalisering hiervan behoeft nadere uitwerking en onderzoek.

Voor een samenwerking met bestaande labels lijkt het logisch in eerste instantie te kijken naar mogelijke samenwerkingsverbanden met het Max Havelaar-keurmerk of andere reeds bestaande fairtrade-initiatieven als de Oxfam-Wereldwinkels. Deze staan hiervoor echter niet te trappelen.

Toch lijken er openingen tot samenwerking. Sinds 2005 kunnen Vlaamse steden en gemeenten dingen naar de titel van ‘FairTradeGemeente’.

Om deze titel te kunnen behalen, dienen lokale besturen aan zes criteria te voldoen. Het zesde criterium voorziet in een eigen intiatief aangaande duurzame, lokale consumptie. In Hasselt werd er gekozen voor ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie.

Opzet onderzoek

In een casestudy probeerde Jessy Goris (studente marketing Provinciale Hogeschool Limburg), in een stage bij de Landbouwcel van de stad Hasselt, een antwoord te vinden door Hasseltse boeren te interviewen.

Daartoe werden de bestaande ervaringen en knelpunten voor een succesvolle verkoop van lokale hoeveproducten getraceerd. En werd er gepeild naar de bekendheid onder de Hasseltse boeren van de Fair Trade-koers die de stad volgt.

Dit laatste houdt bijvoorbeeld het stimuleren in van de verkoop van lokale hoeveproducten met lage transportkosten en minder belasting op het milieu. Men noemt dit gemakshalve ‘korte keten’.

Onderzoeksvragen

In deze casestudy koos Jessy Goris voor een interview met een selecte groep geëngageerde boeren. Deze werkwijze bood de mogelijkheid de boeren zelf aan het woord te laten en van binnenuit te achterhalen wat de perspectieven zijn voor het vermarkten van lokale hoeveproducten.

Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zou dit moeten voldoen?

Enkele resultaten van de bevraging.

Naar economische haalbaarheid van directe hoeveverkoop.

De interviews werden afgenomen bij 15 Hasseltse landbouwers met als doel de economische haalbaarheid van lokale hoeveproducten te onderzoeken. Deze 15 landbouwers staan representatief voor de verhouding van de verschillende sectoren binnen de landbouw in Hasselt. Daarnaast werd een kleine prijsvergelijking gemaakt tussen de veilingprijs, de hoeveverkoopprijs en de supermarktprijs.

Het resultaat van deze casestudy leidde tot volgende conclusies:

Grootste winst zit in de tussenhandel.

Tussen wat de boer ontvangt van de veiling voor zijn product en wat de consument in de supermarkt betaalt, zit een groot verschil van winst waar de boer meestal niet van profiteert. Dat verschil ligt tussen de 60 tot 250 % hoger dan wat de boer ontvangt van de veiling. Hiervoor zijn prijzen van de drie supermarkten vergeleken (Carrefour, Delhaize en Colruyt).

Bescheiden winst voor de boer.

Wanneer de boer aan directe hoeveverkoop doet, rekent hij gemiddeld slechts 20 % boven de veilingprijs. Deze 20 % is een niet-economische grove schatting die de boer maakt, afhankelijk van de schaarste of het overvloedige aanbod op de markt. Hij volgt hiervoor geen uitgelezen economische kosten-batenanalyse met een daarbij behorende bewuste prijzenvergelijking.

Consument: ‘onbekend maakt onbemind’.

Het directe contact met de consument biedt het voordeel van betrokkenheid en bekendheid met de actualiteit van de landbouw, de agrarische bedrijfsvoering en de kwaliteit van het product. Met consumenten omgaan en kunnen verkopen vereist een speciaal talent of je moet erin zijn opgeleid. Echter vormt ook de ligging van de hoeve een probleem voor de snelle bereikbaarheid van de consument. Een wekelijkse boerenmarkt zou voor consument als producent hierin een brug kunnen slaan.

Milieu en mondialiteit.

Beperking van transport werkt reducerend op de CO2 uitstoot en de vervoerskosten. Als FairTradeGemeente wordt in Hasselt het zesde criterium ingevuld met ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie. Tweederde van de bevraagde boeren wil actief meewerken aan projecten die de stad Hasselt hierrond op poten stelt. Een aantal van de bevraagde boeren werkt er reeds aan mee.

Rentabiliteit.

De lokale boeren zeggen veel concurrentie te ondervinden van geïmporteerde producten die vervaardigd zijn in landen met lage loonlasten waar weinig of geen gegarandeerde controle is op milieubelasting en de vervaardiging van teelt en verwerking van het boerenproduct. Ook de hoge grondprijzen in West-Europa (en daarmee ook in Hasselt) zijn negatief voor de boeren.

De hoge investeringskosten voor de inrichting van de hoeve voor hoeveverkoop met de daaraan gekoppelde strenge hygiënische voorschriften waar hoeveverkoop moet aan voldoen en de hoge personeelskosten voor een efficiëntere verwerking van het boerenproduct zijn serieuze overwegingen die een boer doet aarzelen om aan hoeveverkoop te doen.

In coöperatief verband te gaan samenwerken, vormt een optie, maar ook hierin gaat de boer niet over één nacht ijs.

Conclusies

Tweederde van de bevraagde boeren doet aan hoeveverkoop. Belangrijkste reden om niet aan hoeveverkoop te doen, is het extra personeel dat je hiervoor moet inhuren. Dit personeel is niet rendabel. Verder verzekert de veiling de boer ook van afzet.

90 % van de bevraagde boeren plaatst zijn prijs boven de veilingprijs, maar onder de supermarktprijs. De verkoopprijs wordt bepaald door een eigen kosten-batenanalyse, met daar bovenop een winstmarge.

De meest beïnvloedende factoren op de prijs die gevraagd wordt, zijn: het weer, de wettelijke bepalingen en de import en export uit andere landen.

Factoren die de verkoop kunnen bevorderen zijn: meer promotie, een stijgend commercieel inzicht of het engageren van de hele familie.

90 % van de bevraagde boeren beschikt niet over een eigen website, maar zijn wel actief op sites betreffende de landbouw. 54 % van de bevraagde boeren is betrokken bij een of meerdere landbouworganisaties. Deze betrokkenheid biedt voordelen, maar soms vergt deze betrokkenheid ook tijd, bijvoorbeeld het aanwezig zijn op vergaderingen.

De grootste afnemers zijn: de veiling, distributeurs, grossiers en particulieren.

Deze zijn steeds tevreden over de aangeboden kwaliteit, maar de boeren zijn niet altijd tevreden over de prijs die ze krijgen.

In welke mate de tussenhandel een ondermijnende invloed heeft op een beter inkomen van de landbouwers dient in een volgende studie nader te worden onderzocht.

Tweederde van de bevraagde boeren wil zijn producten in coöperatief verband verkopen als dit organisatorisch mogelijk is.

De meest voorkomende suggestie die gegeven werd om de toekomst van de landbouw in Hasselt te verzekeren, is het opzetten van meerdere initiatieven vanuit de stad betreffende de Fair Trade-koers die de stad volgt om de lokale economie en duurzame landbouw te stimuleren. De belangrijkste verwachting die boer heeft van het gemeentebestuur of de ambtenaar voor de landbouw is het vergemakkelijken van het papierwerk.

Verder wil tweederde van de bevraagde boeren ook actief meewerken aan projecten die de stad opzet betreffende de landbouw.

Het behoud van hoogwaardige kwalitatieve landbouwgrond voor de boeren die op een economische en ecologische wijze willen produceren vinden ze erg belangrijk.

Circa 80 % van de bevraagde boeren maakt gebruik van niet familiale hulp op hun bedrijf. Dit is noodzakelijk om de seizoensgebonden producten efficiënt te verwerken, maar het zorgt voor een hoge kostenpost.

Het beroep van landbouwer is een kwestie van levenshouding en boerentrots als het van vader op zoon wordt doorgegeven. Alle bevraagde landbouwers vinden de zelfstandigheid en het constante contact met de natuur aantrekkelijk.

Tweederde van de bevraagde boeren die aan hoeveverkoop doen, is op de hoogte van het Fair Trade-beleid dat de stad voert.

Boontjes uit Burkina

with one comment

teruggevonden op : http://www.burkinabe.be

Ouahigouya, 21 maart 2008

In de winter vind je in de Belgische supermarkten en biowinkels prinsessenboontjes die rechtstreeks uit Afrika overgevlogen worden. Door het vliegtuigtransport zijn dergelijke boontjes verantwoordelijk voor 20 tot 26 keer meer broeikasgassen dan Europese seizoensboontjes, berekende het Britse onderzoeksnetwerk voor voedsel en klimaat. Maar er zijn wel anderhalf miljoen Afrikaanse boeren die hun inkomsten uit de export van groente en fruit naar Europa halen…

Lokaal voedsel is ín. Aan de hand van voedselkilometers – de afstand van veld tot bord – wordt berekent hoeveel schade het transport aan het milieu berokkent. Campagnes worden gelanceerd om geen producten te consumeren die van ver komen, zeker als ze met het vliegtuig vervoerd worden. Zo spaar je het milieu en draag je bij tot het tegengaan van de opwarming van de aarde. De ethische consument wordt wel voor een dilemma gesteld. Je gebruikt je koopkracht om het milieu te beschermen, maar wel ten koste van arme boeren uit het zuiden die maar kunnen overleven dankzij de export van voedselproducten. Het Centrum voor Internationale Handel van de Verenigde Naties waarschuwt alvast voor catastrofale gevolgen als lokaal voedsel in Europa de norm wordt: kleine boeren in ontwikkelingslanden dreigen hun inkomen te verliezen.

De vraag naar verse producten het hele jaar door stijgt sterk in Europa. De hoeveelheid groente en fruit die per vliegtuig ingevoerd wordt, is de laatste 15 jaar meer dan verdubbeld. Vliegtuigtransport genereert 177 keer meer broeikasgassen dan transport per boot, volgens het Britse biocertificeringsorgaan Soil Association. In 2007 dreigde de Soil Association al het vliegtuigtransport van bioproducten te verbieden. Zo ver is het niet gekomen: voortaan mogen bioproducten enkel met het vliegtuig vervoerd worden als boeren uit het Zuiden er baat bij hebben.

De export van landbouw- producten geeft Afrikaanse boeren een kans om op een waardige manier hun boterham te verdienen, zeggen eerlijkehandelsorganisaties.

Bovendien stoot de gemiddelde Afrikaan tientallen keren minder CO2 uit dan de gemiddelde Europeaan.

‘De uitstoot van broeikasgassen door luchttransport van onze groenten is groot, maar blijft verwaarloosbaar in vergelijking met de schade veroorzaakt door de levensstijl in rijke landen,’ zegt de Keniaanse groenteboer Russell N’gan’ga. Volgens hem is het niet eerlijk Afrikaanse boeren om die reden de toegang tot de Europese markt te ontzeggen. Kenia startte al een tegenoffensief: de campagne ‘Grown under the sun’ vertelt consumenten over de positieve effecten van de export van verse producten voor de ontwikkeling van het land.

Volgens experten is het gevaarlijk enkel voedselkilometers als criterium te gebruiken. Je moet de ecologische voetafdruk bekijken voor de hele voedselketen, niet alleen het transport, maar ook andere energiefactoren zoals watergebruik, meststoffen en verpakking. In het Verenigd Koninkrijk kost het bijvoorbeeld vier keer minder energie om een Nieuw-Zeelands lam te consumeren dan een Brits lam, en hetzelfde blijkt uit berekeningen voor melkproducten en fruit. Bloemen overgevlogen uit Kenia verbruiken minder dan een vijfde van de energie nodig voor bloemen uit serreteelt in Nederland. Door een boycot van Afrikaanse producten zal Europa de totale CO2-emissie met minder dan 0,1 percent kunnen verminderen.

De echte oplossing voor de Afrikaanse boer ligt hem niet in de export naar Europa: slechts een kleine minderheid van de producenten, en zeker niet de armste, zijn in staat om hun producten uit te voeren via het commerciële circuit of via eerlijke handel. De lokale markt wordt overspoeld met goedkope producten uit het buitenland, terwijl de stedelijke consument zijn neus ophaalt voor de lokale producten. Afrikaanse boeren moeten dus in de eerste plaats de lokale markt heroveren: de consumptie van lokaal voedsel moet omhoog. Alleen zo kunnen ze minder afhankelijk worden van de export naar Europa.

Behalve ecologische argumenten zijn er ook socio-culturele en economische redenen die aangehaald worden om consumptie van voedsel van eigen bodem te verdedigen, zowel in Noord als Zuid. Culinaire tradities worden in ere gehouden, lokale gewassen en variëteiten blijven bestaan, vergeten (winter)groenten worden terug populair, en de lokale voedselproducent vaart er wel bij.

Written by hallometsteven

april 8, 2008 at 5:57 pm