regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

de faire melk: Nederland doet wat Vlaanderen niet (ver)mocht – deel 1

leave a comment »

In Nederland startte C1000 maandag 7 november 2011 met de verkoop van ‘De faire melk’ dagverse Fairtrade Chocolademelk. Dit is de eerste fairtradechocolademelk in de supermarkt. De faire melk is een initiatief van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV). Zie ook hun facebook-pagina.

Door het kopen van De faire melk Fairtrade Chocolademelk zorgen klanten ervoor dat koeien gegarandeerd weidegang hebben en de Nederlandse deelnemende boeren een meerprijs voor hun melk krijgen. Bovendien ontvangen boeren in derdewereldlanden een eerlijke prijs voor de cacao (Peru) en de rietsuiker (Mauritius) die in de chocolademelk is verwerkt.

wat vooraf ging in België

Op 10 oktober 2008 werden de derde BE FAIR Awards uitgereikt. De winnaars gingen elk naar huis met een chèque van 5.000 Euro. De Limburgse melkveehouder Johan Janssen uit Opglabbeek stuurde onderstaand kandidaat-dossier in voor de Belgian Dairy Board.

De Belgian Dairy Board vertegenwoordigde 1800 melkproducenten. BDB klaagde de uitbuiting aan van de zuivelindustrie, die de melkproducenten een zulke lage prijs betaalt dat zelfs de productiekosten niet gedekt zijn – hetzelfde verhaal dus dat de Noord-Zuid beweging inspireerde tot de ontwikkeling van Fair Trade. BDB wilde middelen verzamelen om het nieuwe merk “Fair Dairy Products” – een gamma zuivelproducten waar de melkproducent een faire prijs voor zou krijgen te lanceren.

Het dossier werd weerhouden… maar kwam niet in aanmerking voor de Award. Helaas waren ook de Oxfam-Wereldwinkels, noch Max Havelaar gecharmeerd en stierf het initiatief een stille dood.
Enkele initiatieven uit andere hoeken zagen het licht, echter geen van alle met de impact die dit plan had kunnen verwezenlijken. In Nederland neemt Max Havelaar nu dus gelukkig wél de handschoen op.

  1. Délimel: 18 Belgische melkveebedrijven gaan zelf melk verkopen aan Lidl en Champion
  2. Galaxy: Colruyt verkoopt verse melk van drie landbouwers
  3. Fairebel: slap afkooksel van faire melk zónder Max Havelaar-keurmerk

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

I – Voorstelling van het dossier

Ontstaan

Met 4,5 miljard euro bereikte de omzet van de zuivelindustrie in 2007 een nooit eerder geziene piek, ongeveer een vijfde hoger dan het jaar voordien.

De export groeide met 23 procent tot 2,3 miljard euro. De uitvoer naar derde landen steeg zelfs met 73 procent tot ongeveer 400 miljoen euro. Maar wie hoog klimt, kan laag vallen. En dat valt vooral de boeren heel zwaar.

De BDB wil de zuivelorganisaties laten weten dat de melkveehouders niet langer het verlies willen lijden zonder dat de toevoer van (goedkope) melk in het gedrang komt. (Wij verliezen nu tussen de 6 en 25 procent op ons product)

De BDB vertegenwoordigt vandaag meer dan 1800 van de 7000 Belgische melkproducenten. De BDB is er voor en door de melkveehouders.

Wij staan in het beroep en in de organisatie. Daarom is het bijzonder belangrijk dat wij ons zo organiseren dat we in permanent overleg kunnen werken met zoveel mogelijk leden, in zo professioneel mogelijke omstandigheden. Deze manier van werken onderscheidt de BDB volledig van alle andere zogezegd vertegenwoordigers van de melkproducenten.

Op 30 mei 2008 organiseerden de Belgische melkveehouders in alle provincies manifestaties om aan te tonen dat zonder bemiddeling hun beroep en producten binnen enkele jaren zullen verdwijnen. Onder het oog van nationale en regionale media brachten vertegenwoordigers van de BDB hun standpunten over aan de massaal opgekomen politici.

Eerste minister Yves Leterme beloofde ondertussen om een einde te maken aan de oneerlijke winstverdeling in de voedselketen. Zijn beloftes komen deels tegemoet aan de BDB -doelstellingen. Hij deed zijn uitspraken op de actiedag voor faire land- en tuinbouwprijzen op 18 juni in Brussel.

Leterme beloofde om een prijzenobservatorium in het leven te roepen en snel werk te maken van meer prijs- en winsttransparantie in de voedselketen. Er is al tien tot vijftien jaar sprake van een oneerlijke winstverdeling, waarbij de basisproducent systematisch tekort wordt gedaan.

De BDB stelt vandaag vast dat:

  • Melkerijen economisch gestuurd worden vanuit:
    • – de zuivelproducenten
    • – de transportindustrie
    • – de groothandel
    • – de supermarkten en detailhandels
  • En dat bij dezen ook de bewust unfaire en scheefgegroeide winst ligt.

De boeren moeten voor eigen distributie gaan zorgen

De door ons aangestelde bazen, de coöperaties, blijken niet in de positie om melk tegen aan kostendekkende prijzen te verhandelen. Wij, de eigenlijke bazen, maar nu afhankelijk gemaakte boeren, kunnen niet voor de huidige marktprijs werken omdat onze kostprijs daarboven ligt.

De BDB weet dat een oplossing alleen gevonden kan worden door een samenwerking tussen alle spelers in de markt. Daarom geeft de BDB de aanstoot tot een zodanige samenwerking, door zelf eindproducten, door middel van een nieuw bedrijf in oprichting “Fair Dairy Products?”, in de markt te gaan zetten en die zal aantonen dat een faire melkmarkt mogelijk is. Hierbij is de melkproducent niet langer afhankelijk van de volatiele marktprijs die hij voor zijn basisproduct (de ruwe melk) krijgt en waar hij geen greep op heeft, maar zal hij mee profiteren van de marges die in de detailhandel worden gegenereerd uit afgewerkte zuivelproducten.

Het doel zal bereikt worden omdat noch consument, noch de producent de rekening moet betalen van een scheefgegroeide situatie. Er wordt immers genoeg geld verdiend in de zuivelketen, het is alleen slecht verdeeld. Dat is de boodschap die wij de eindconsument zullen meegeven via de producten, die wij hem via de gewone distributiekanalen (de supermarkten) zullen aanbieden.

De BDB herhaalt het steeds weer. We willen veranderingen bekomen door inzicht te verlenen en begrip te wekken.

Tijdens onze acties ter gelegenheid van de Wereldmelkdag op 30 mei laatsT leden heeft BDB duidelijk gezegd dat de faire melkprijs niét betekent dat de consument meer zal moeten betalen. Wat ons momenteel te weinig betaald wordt – om die faire melkprijs te realiseren – kan volgens ons probleemloos gehaald worden uit de overwinsten die in de zuivelindustrie gemaakt worden. Ook dat zullen we aantonen door onze producten in de winkelrekken te zetten.

Troeven

  • Wij kiezen voor de dialoog en samenwerking met de industrie en de samenleving. Een diepgaande studie van de winsten die gemaakt worden in de keten, geeft de BDB een uitgebreide kennis van de melkketen.
  • Wij zijn rechtstreeks belanghebbenden in het prijsverhaal en alzo werklustig en strijdvaardig.
  • Wij geven de consument terug een gezicht bij de zuivelproducten die hij koopt door de inplanting van onze bedrijven in het landschap kunnen we onze boodschap, door het toepassen vang “guerrillamarketing” voortdurend en effectief overbrengen.

Kortom, onze strategische doelstellingen zijn

  • een kostendekkende melkprijs,
  • een faire prijs voor een fair product,
  • eerlijke informatie aan de consument.

II . Belangrijkste sector waarin de activiteit ontwikkeld wordt en onderzoek van de markt

Als consument heeft men er belang bij om zo goedkoop mogelijk in te kopen. Dit kan echter snel ten koste gaan van de producent. Bijzonder duidelijk wordt dit zichtbaar bij het steeds verder dalende inkomen van de boeren in de ontwikkelingslanden. Hier hebben de consumenten gereageerd en kiezen in versterkte mate voor produkten uit de “eerlijke” handel de zgn. “fair trade”. In Europa zijn echter ook boeren. Waarom zouden zij ook niet van de eerlijke handel profiteren?

De huidige zuivelmarkt: 3% ten opzichte van 97%

De door ons aangestelde bazen van, de coöperaties, blijken niet in de
positie om melk tegen een kostendekkende prijs weg te krijgen. Wij, de eigenlijke bazen, maar nu afhankelijk gemaakte boeren, kunnen niet voor de marktprijs werken omdat onze kostprijs daarboven ligt.

De BDB wil in een situatie komen waarin de verwerkende sector vragende partij is om het systeem te veranderen, om zo zijn winsten te consolideren. Dat kan alleen door een doordachte strategie te volgen.

Wanneer we als melkveehouder aan de zuivelindustrie duidelijk maken dat onze melkprijs te laag is, verwijst deze zuivelindustrie steeds naar de lage prijzen van drinkmelk in de winkels en groot warenhuizen (waardoor ze dus niet in staat zouden zijn meer te betalen).

Maar, drinkmelk maakt slechts 3 % uit van het totale kapitaalsvolume dat in de melkketen wordt omgezet. Met andere woorden: de overige 97 % producten van de melkstroom (kaas, boter, yoghurt, melkpoeder, room, desserten, e.d.) worden in dit debat bewust niet betrokken, terwijl net daar wél forse winsten gemaakt worden.

Bovendien wordt de consumentenprijs van drinkmelk binnen deze strategie BEWUST laag gehouden, om het hierboven beschreven mechanisme ten volle te laten spelen. Niet alleen de doorsnee consument, maar ook de meeste melkveehouders hebben van dit mechanisme helemaal geen weet.

De kapitaalkrachtige zuivelindustrie die internationaal georganiseerd is, deed er alles aan om de consument niets te laten merken van de staking. Zij kon de melkstroom voor drinkmelk intact houden. Maar drinkmelk is maar 3 procent van de melkstroom. De zuivelindustrie voert nu campagne zodat de consument alleen aan drinkmelk denkt maar ondertussen maakt de zuivelindustrie wel winst op de resterende 97 procent. Noch de boeren, noch de coöperaties hebben tot op heden gezorgd voor producten met toegevoegde waarde waaraan consumenten graag 10 tot 20 keer zoveel uitgeven als aan melk.

Dat willen we veranderen.

Anticiperen op markttrends

Het verleden geeft onze werkwijze gelijk. Landbouwsyndicaten hebben al actie gevoerd. Maar omdat de structuur niet in vraag werd gesteld, heeft dat nergens toe geleid. Meer volume draaien en zo toch nog wat verdienen bij een steeds lagere melkprijs, deze situatie willen wij verhelpen.

Als rechtstreeks belanghebbenden gaan we de verwerkende industrie nu zelf de opdracht geven producten met een hoge toegevoegde waarde op de markt te brengen. Komen de winsten (nog) niet uit de grondstof, dan gaan we de winsten genereren uit de afgewerkte producten. Wij positioneren ons bewust in het hoogste marktsegment: die van de kwaliteitsproducten, waarbinnen een eerlijke winstverdeling nog mogelijk is.

Neem enerzijds de gezonde melkdrankjes als die van Danone en Yakult: de Franse Amerikanen van Danone en de Japanners van Yakult gaan er met de winsten vandoor.

Of gewoonweg kaas: je kunt maar liefst 10 liter melk kwijt in 1 kilo. Als producenten beseffen we nu dat onze toekomst ligt in innoverende producten, waarbij de winsten in eigen regio blijven.

Anderzijds wordt de consument zich steeds meer bewust van de scheve handelsverhoudingen op de (wereld)markt. Zo zit de markt voor fairtradeproducten uit het Zuiden hier in de lift en is een steeds groter segment van de consumentenmarkt bereid de meerwaarde van kwalitatieve, eerlijke producten te vergoeden door een eerlijke prijs te betalen.

Uiteraard zijn wij ook vertrouwd met de hoeveverkoop, boerenmarkten of andere vormen van rechtstreekse verkoop aan de consument. Wij doen dat zelf al.

Maar de producent heeft zijn handen al vol aan het produceren van zijn kwalitatieve producten en de consument wil meer kant en klare maaltijden.

Er hoeft niets mis te zijn met de bestaande verkoopsstructuren. De succesvolle introductie van het Max Havelaar-keurmerk in de supermarkten heeft aangetoond dat eerlijke handel langs en in de bestaande distributie mogelijk is. Het zwakste punt is dat de producent op zichzelf niet op kan tegen de grote marktmacht van de supermarktketens. Supermarkten werken internationaal samen, terwijl dat aan de producentenkant amper gebeurt. Daardoor kunnen grootwinkelbedrijven bepalen wat er tegen welke prijs in de schappen komt. Ook in de tussenhandel en tussen de traditionele coöperaties vinden steeds meer fusies plaats. Door samen te gaan werken met de distributiesector en eigen producten in de rekken te plaatsen kunnen we de fouten uit het systeem halen en de winsten evenredig gaan verdelen. Naïef? Niet echt, want we hebben onze eerste voet al binnen in een belangrijke supermarktketen. Zij beseffen dat de consument dit gaat belonen.

Concurrentie

Wij gaan in eerste instantie niet uit van de concurrentie, maar van de eigen kracht. “Fair Dairy Products” is een sterk merk. De distributiesector komt onder steeds grotere maatschappelijke en politieke druk te staan om maatschappelijk verantwoord te ondernemen.

Onze producten worden gezien als een manier om te bewijzen dat het hun menens is met het ethische imago dat ze zich steeds meer blijken willen aan te meten. In gesprekken die we binnen de marketingsector hebben, wordt ons merk nu al vergeleken met (een voor de rest in niets te vergelijken merk) “Red Bull”.

Om het met de woorden van Lily Deforce, algemeen directeur bij Max Havelaar Belgium, te zeggen: “Supermarkten kunnen op deze manier een bijdrage leveren aan meer eerlijke handel, het geeft invulling aan hun wens naar meer maatschappelijk verantwoord ondernemen, en aan de wens van de klant voor meer ethiek.”

Wat wij leerden uit de Fair Trade.

Twee voorbeelden uit de fair trade met het Zuiden, die bewijzen dat het mogelijk is om langs de supermarkten ook de zuivelindustrie te doen bewegen naar faire handel:

1. De acties van de vrijwilligersbeweging Oxfam Wereldwinkels in de jaren negentig van vorige eeuw en de introductie van bananen met het Max Havelaar-keurmerk hebben aangetoond dat dit een multinationaal voedingsbedrijf als Chiquita ethischere paden kan doen bewandelen. Het fairtradegedachtegoed heeft de markt aangestuurd en de multinational tot een ethischer antwoord gedwongen.

2. In Groot-Brittanië heeft de Ghanese cacaocoöperatieve “Kuapa Kokoo” (met haar 45 000 leden) met groot succes twee eigen merken, Divine en haar zustermerk Dubble, in de markt gezet. Het promoot haar eigen merk op zich, maar ook de fairtradegedachte in het algemeen en zet zo grote chocolademerken aan zich tot fair trade te bekeren.

Grote supermarktketens zetten er, door hun unieke in -en verkoopspositie, merken en industrie aan tot meer eerlijke handel door resoluut de voorkeur te geven aan producten uit de fair trade.

III – Verantwoording

Wat door fair trade in gang is gezet, laat zich het beste omschrijven als een geleidelijke overgang van de pure markteconomie naar een verdragseconomie. Maar anders als bij producentenkartels worden de hogere prijzen voor de producenten niet achter de rug van de
consumenten om, maar op basis van wederzijdse overeenstemming vastgesteld.

De idee wint veld om het concept fair trade te verbreden: van een focus op eerlijke Noord-Zuid handel naar eerlijke regionale handelsmarkten, zowel in het Zuiden als in het Noorden.

Lokale landbouwalternatieven in het Noorden kunnen ook voorbeelden zijn van eerlijke handel, wordt gesteld. Het fairtradeconcept, vandaag enkel gebruikt voor producten uit het Zuiden, kan uitbreiden tot duurzame productieketens in het Noorden. Daar horen ook Vlaamse boeren bij, vindt bijvoorbeeld Vredeseilanden.

Dat vinden wij logisch. Bij de prijstoeslag die gehanteerd wordt bij de eerlijke handel voelen immers de consumenten én producenten zich
verantwoordelijk voor elkaar. De gevolgen van oneerlijke handelsverhoudingen voor de producenten in het Zuiden blijven voor de Belgische consumenten echter veelal onzichtbaar. Door ook Belgische producenten een plaats te geven binnen de fair trade kunnen we dit verhaal een nog beter gezicht geven. Verder is het vinden van “faire” afzetkanalen ook voor familiale boeren hier dikwijls een uitdaging.

Maar is het zinvol om ook hier over “fair trade” te spreken, dezelfde fair-trade criteria te hanteren, waar de uitdagingen op het vlak van duurzame landbouw en vermarkting hier van een andere orde zijn dan in het Zuiden? Wij geloven van wel. Eerlijke handel is ook voor boeren hier een belangrijk thema, niet alleen naar eigen inkomen toe maar ook solidariteit tussen boeren hier en boeren in het zuiden is voor hen belangrijk en wordt dikwijls over het hoofd gezien.

Hoe wij willen samenwerken met de fairtradebeweging

Oxfam-Wereldwinkels verkoopt chocomelk. Wij zijn bereid hierrond samen te werken.

Verder hebben wij reeds onze diensten en samenwerking aangeboden aan de campagne FairTradeGemeenten (FTG) en deze heeft hier positief op gereageerd. Bij deze verbinden wij ons als Belgian Dairy Board ertoe om het zesde criterium van de FTG-campagne mee te versterken. Concreet verplichten onze leden zich ertoe, door lid te zijn van BDB, om waar er in hun gemeente FTG-trekkersgroepen zijn, hiermee te gaan samen werken. Wij geloven dat dit een stevige boost kan geven aan het verwezenlijken en duurzaam voortzetten van initiatieven van dit criterium.

Om FairTradeGemeente te worden, wordt in de gemeente een nieuw initiatief gelanceerd dat lokale consumptie en productie van duurzame voedingsproducten stimuleert. Er wordt over dit initiatief duidelijk gecommuniceerd. Om de titel te behalen én te behouden, wordt ofwel een meerjareninitiatief (*) opgestart, ofwel een kortlopend project met garanties dat er jaarlijks een nieuw initiatief genomen zal worden dat duurzaam consumeren en produceren aanmoedigt.

(*) een initiatief dat duurzaam consumeren en produceren gedurende meerdere jaren promoot. Ter ondersteuning van dit meerjarenplan wordt op regelmatige tijdstippen duidelijk over initiatief gecommuniceerd.

Daarnaast hebben we afspraken gemaakt met Oxfam-Solidariteit België in Brussel. Zij hebben zich de voorbije twee jaar ingewerkt in het melkdossier.

Aangezien de campagne van Oxfam-Solidariteit over een betere toekomst voor de boeren in Zuid én Noord gaat, lag een samenwerking voor de hand. Op Pukkelpop (Kiewit-Hasselt) kregen de Oxfam-campagneteams
van “Stop de koehandel met melk!?”
de steun van de Belgian Dairy Board. Hier haalden we al veel pers. Maar wij zullen elkaar blijven versterken door het verder in kaart brengen van de malversaties in de
zuivelsector en elkaars acties in deze ondersteunen. Want laten we duidelijk wezen, ook wij worden ziek van de overschotten (die wij omwille van de marktsituatie gedwongen zijn te produceren) welke vanuit Europa in Afrika worden gedumpt onder de vorm van goedkoop melkpoeder.

Wij zijn zondermeer solidair met de Afrikaanse melkboeren, die door dit systeem van oneerlijke handel uit de markt worden geduwd. Wanneer Manneke Pis op 30 mei j.l. melk piste omwille van de in Afrika door de wereldmarkt veroorzaakte problemen, waren wij erbij om Dierenartsen zonder Grenzen hierin te steunen.

Mondiale eerlijke handel: van “transfair” naar “regiofair”

In tijden van globalisering heeft iedere vermenging van staats- en economische belangen catastrofale gevolgen. Hybride structuren zoals de WTO, waar politieke vertegenwoordigers over economische vragen zoals subsidies en importheffingen beslissen, hebben tot escalatie van de spanningen tussen Noord en Zuid geleid. Een alternatief daarvoor is een regionale fair trade, waar prijsproblemen tussen producenten en consumenten – dat wil zeggen binnen de economie zelf – met wederzijds goedvinden opgelost worden. In Duitsland werd voor de mondiale eerlijke handel de term “transfair” uitgevonden. Hoe zou het zijn, wanneer wij – als uitbreiding daarvan – van “regiofair” zouden spreken?

Meer prijstransparantie

De naam regiofair alleen is niet genoeg. De Europese consument associeert ontwikkelingslanden spontaan met armoede. De situatie van de eigen landbouw stelt hij zich beduidend minder dramatisch voor. Hij ziet daar niet zo gemakkelijk de noodzaak om niet alleen naar het eigen belang te kijken. Maar wat als hem de cijfers ter inzage gelegd zouden worden?

Wij consumenten zijn met zijn allen meesters op het gebied van de prijsvergelijking. Tot nu toe kunnen wij echter alleen eindprijzen vergelijken. Geheel anders zou het zijn, wanneer naast de winkelprijs nog aangegeven zou worden welk aandeel daarin de boeren, verwerkende industrie, transport, groothandel en detailhandel hebben.

Bij een dergelijke prijstransparantie laat zich snel vaststellen of de prijs niet toevallig ten koste van de lokale boeren verlaagd is. Dat zou nog eens “consumentenopvoeding” zijn. Wel, precies dat is wat we gaan doen.

De woorden van Dirk Barrez indachtig

Een van de zwakke kanten van de fairtradebeweging is dat ze tot nu toe vooral focust op de handelsrelaties tussen rijke en arme landen, gemakshalve aangeduid als Noord en Zuid. Er is wel
een evolutie naar ecologische duurzaamheid en dus ontdekt deze beweging het belang van een lokale korteketenproductie. Voor een goed begrip, lokaal kan variëren van werkelijk heel dichtbij tot zelfs een bijna continentale markt.

Zeker in het Zuiden lijkt de eerlijke handelsbeweging die lokale handel als fair trade te omarmen. Maar als het in het Noorden om kort keten gaat, wil men daar niet meteen de term fair trade op kleven. Toch is er geen fundamenteel verschil. De fairtradebeweging zal goed haar huiswerk moeten maken.

Bron : het boek “Koe 80 heeft een probleem” door Dirk Barrez

Tot slot over de definitie van Fair Trade

De enige definitie die unaniem door alle fairtrade-actoren wordt erkend, is erg kort – minder dan een halve bladzijde – en werd in 2001 door de fairtrade-organen, verenigd in de internationale FINE-groep (informeel netwerk dat in 1998 werd opgericht en waarin de vertegenwoordigers van Fair Trade-netwerken elkaar ontmoeten voor de uitwisseling van informatie en de coördinatie van de activiteiten), goedgekeurd.

“Fair Trade is een handelspartnerschap, gebaseerd op dialoog, transparantie en respect, dat streeft naar meer gelijkheid in de internationale handel. Het draagt bij tot duurzame ontwikkeling door betere handelsvoorwaarden aan te bieden aan en de rechten te verzekeren van gemarginaliseerde producenten en arbeiders, vooral in het Zuiden.”

Deze definitie vermeldt nergens een expliciete verwijzing naar “het Zuiden”. Wij mogen ons dus aangesproken worden!

IV – Commercieel en technisch onderzoek + marketingplan

Dit deel werd gedetailleerd voorgesteld aan de jury van de Fair Trade Award. Omwille van privacy- en commerciële redenen geven we het hier echter niet vrij.

Advertenties

‘Chronische honger voor meer dan een miljard mensen’

leave a comment »

LEES OOK: Van der Ploeg: “Geloof niet in het gevaar van bio-diesel of andere ficties rondom de voedselcrisis

OVERGENOMEN UIT ‘DE TRIBUNE‘ via http://www.sp.nl, de website van de Nederlandse Socialistische Partij met kopstuk Emile Roemer.

Hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg over China en de boeren, Afrika en de honger, de wereld en de toekomst

tekst: Jan Marijnissen foto’s: Suzanne van de Kerk

China is booming. Andere landen in Zuidoost-Azië, Afrika en Zuid-Amerika lukt het moeilijk de honger uit te bannen. Valt er van China te leren? Hoe effectief is onze ontwikkelingshulp? Lossen we ooit het hongervraagstuk op? En welke rol kan de VN spelen?

We treffen elkaar op historische grond: hotel De Wereld in Wageningen. Het hotel ligt aan het 5 Mei Plein, de plek waar vele jaren op Bevrijdingsdag door Prins Bernhard een defilé van oud-strijders werd afgenomen. Midden op het plein staat een monument. Een ander monument dat speciaal voor deze plek vervaardigd is, staat bescheiden ergens aan de rand van het plein. Het monument – een grote toorts – werd door de bevolking afgewezen omdat het verkeerde associaties kon wekken. Het hotel is eigenlijk gesloten, maar een vriendelijk verzoek aan de dienstdoende chef heeft ertoe geleid dat we zelfs in de beroemde zaal, waar in 1945 de capitulatie van Duitsland getekend werd, plaats hebben mogen nemen.
Ik merk al snel dat het uitgebreide voorwerk dat ik gedaan heb voor ons gesprek achteraf niet nodig is geweest. Vrijwel onmiddellijk wordt duidelijk waar ons gesprek voornamelijk over zal gaan: China, het land dat hem overduidelijk uitermate fascineert.

‘Wat mij meteen opviel is de open en kritische houding van de mensen. Ze zijn trots op hun onafhankelijkheid, op de partij en op hoe hun land zich heeft ontwikkeld. Tegelijkertijd zijn ze uitermate kritisch over wat er op dit moment gebeurt.’

› Wat geldt de kritiek?
‘In het dagelijks leven geldt de kritiek vooral het zware, drukke bestaan dat de mensen lijden. Er is ook veel kritiek op de situatie in de fabrieken. Denk dan vooral aan de arbeidsomstandigheden en de reis- en werktijden. Hoewel het land snel industrialiseert, zijn de boeren nog wel de belangrijkste factor.

Op het platteland is er veel onvrede vanwege de achterstand op de stad. Men vreest dat de boeren in opstand komen en men weet wat dat betekent: een nieuwe omwenteling. In China bestaat er dan ook een heuse landbouwpolitiek. Men doet er alles aan om de boeren tegemoet te komen. Met de mond liberaliseren ze, ook internationaal. Maar in de praktijk voeren ze een beleid dat ertoe leidt dat de landbouwprijzen stijgen, en daarmee de inkomsten van de boeren, dat de boeren geen belasting hoeven te betalen, en dat ze gratis medische verzekeringen krijgen. Er wordt veel geïnvesteerd in het platteland.

Zal ik even doorgaan? China heeft weinig goede landbouwgrond beschikbaar per hoofd van de bevolking. Sinds de onafhankelijkheid in 1948 zijn de Chinezen in staat geweest om de landbouwproductie permanent te laten stijgen, met uitzondering van de periodes van mislukte grootschalige revolutionaire experimenten. Ook zijn ze erin geslaagd de armoede op het platteland ver terug te dringen. Vroeger had 70 procent minder dan 1 dollar per dag te besteden, nu is dat percentage gezakt tot 2 à 3 procent. Als je dit vergelijkt met Afrika, de oefenontwikkelingstuin van het Westen, dan zie je daar het tegenovergestelde: daar stagneert de groei van de voedselproductie en neemt de armoede toe.’

› Inmiddels gewend aan het idee dat we het vooral over China gaan hebben in dit gesprek, stel ik de volgende vraag. Hoe zijn de eigendomsverhoudingen op het Chinese platteland?
‘Formeel is de grond van het collectief verenigd in de dorpscomités, maar het feitelijke bezit is individueel. Dat ligt vast in contracten van tien à twintig jaar, inmiddels dertig jaar. Daarnaast is de formele rechtspositie van de boeren recentelijk sterk verbeterd.’

› Eigenlijk is het platteland dus verdeeld onder de kleine boeren?
‘Om het plastisch te zeggen: het gemiddelde boerenbedrijf in China is 5 mu. Eén mu is een-vijftiende hectare. Het platteland is dus eigenlijk één gigantisch complex van moestuinen van eenderde hectare. Als je met de trein van Beijing naar Shanghai gaat, rij je door die eindeloze vlaktes met tuintjes… de Flevopolder valt erbij in het niet.’

› Meerdere oogsten per jaar?
‘Ja, mede daardoor halen ze zeer hoge hectare-opbrengsten.’

› Het is wel allemaal handwerk, denk ik, wanneer je in zo’n kleine tuin moet werken.
‘Nee, ze zijn volop aan het mechaniseren en hebben het gebruik van trekdieren sterk teruggebracht. Die moeten immers ook eten en verzorgd worden. Vaak zie je dat mensen samen een combine huren om het graan op alle akkers tegelijk binnen te halen. Maar je ziet ook nog steeds schrijnende toestanden, hoor. Wat te denken van mensen die een ploeg trekken. Het doet pijn aan je ogen als je het ziet.’

› Hoe zit het met de urbanisatie, de trek naar de stad?
‘In Afrika en Zuid-Amerika hebben we een eindeloze trek gezien als eenrichtingsverkeer. Allemaal naar de stad, met gigantische krottenwijken als gevolg. In China zijn het meer cyclische bewegingen, van en naar de stad. Als achttienjarige trek je naar de stad, je werkt daar in de grote industrie, verpatst het geld, komt bij zinnen, raakt verloofd en getrouwd, en de vrouw gaat weer naar het dorp. De man gaat nog een aantal jaar door in de industrie, probeert een baan dichterbij te krijgen en komt regelmatig naar huis, in ieder geval om te helpen in de drukke seizoenen. Uiteindelijk zal het gezin verenigd zijn, er komen kinderen, daar worden dan weer huizen voor gebouwd, zodat die later ook weer terugkomen.’

› De familiaire banden zijn sterk?
‘Zeker. Het ideaalbeeld is dat de drie generaties samenwerken: de grootouders zorgen voor de kinderen, zodat de vader ver weg kan gaan werken en de moeder dichtbij. Natuurlijk heeft deze aanpak ook een schaduwzijde. Van de kinderen wordt immers verwacht dat zij voor hun ouders zorgen en dat is veelal financieel beslist niet makkelijk.’

› De wereldbevolking gaat naar 9 miljard. Wat vind je van de eenkindpolitiek in China?
‘Je mocht in de stad één kind en op het platteland twee kinderen. Historisch gesproken was het onvermijdelijk en ook goed. Maar het is ook goed dat men er nu geleidelijk afscheid van neemt. Want het was voor veel mensen hard en pijnlijk. Het heeft natuurlijk iets onmenselijks. Maar anderzijds moet gezegd worden dat mede dankzij die maatregel China zich zo heeft kunnen ontwikkelen. Je hoeft alleen maar naar landen als India, Pakistan en Bangladesh te kijken: zie hoe schrijnend het daar is.’

› In het Westen heeft de vooruitgang zich vertaald in individualisering. Hoe ligt dat in China?
Hij aarzelt en vraagt: ‘Is dat nou zo? Ik heb het idee dat we steeds nieuwe stamverbanden creëren. Alle motorrijders lijken op elkaar en gedragen zich op dezelfde manier. Alle mannen van onze leeftijd die denken dat ze nog een keer de Mont Ventoux moeten beklimmen lijken op elkaar. Je ziet het ook in Wageningen op 5 mei. Jongeren trekken naar de verschillende plekken waar verschillende muziekstijlen te horen zijn en waar de bijbehorende scene zich dan verenigt.’

› Oké, maar dat is zelfgekozen verband. Maar hoe zit het met het unieke familiaire verband?
‘Ja, daar heb je gelijk in. Die bloedbanden worden minder belangrijk naarmate mensen financieel onafhankelijker worden van elkaar.’

Jan Douwe van der Ploeg

‘Vroeger had in China 70 procent van de mensen minder dan 1 dollar per dag, nu is dat 2 à 3 procent’

› Toen je in China ging werken, kon je nader kennis maken met een land dat voor veel andere mensen nog zo veel geheimen herbergt. Wat viel je het meeste op?
Hij denkt lang na. ‘Sommige dingen denk je te weten, maar pas later kom je er achter wat er écht aan de hand is. Wat me persoonlijk bijvoorbeeld echt fascineert is dit. Mannen van vijfenzeventig die op een helling terrassen aan het aanleggen zijn – echt zwaar werk – en dat doen voor hun kinderen. En, let wel, die kinderen zijn veertig en werken ver weg ergens in een fabriek. Dat boeit me enorm. Dat is in het klein het grote verhaal van China. Mensen die met hun minuscule bedrijfjes, die heel ingewikkeld zijn ingevlochten in een zich steeds veranderende maatschappij, blijven hechten aan twee dingen. Allereerst autonomie. Ik bedoel daarmee de extreme wil tot zelfredzaamheid. Komt er een crisis en sluit de fabriek, zorg dan dat je een stukje grond hebt op het platteland zodat je weer verder kunt. Wees zelfstandig. En als tweede de onverwoestbare drang om vooruit te komen. Ontwikkel het land, ook al is het nu dor omdat de grond het water niet vasthoudt. We bouwen terrassen, zodat over een paar jaar deze helling groen is.’

› Bestaat er een wrok op het platteland jegens de stad?
‘Dat is een grote zorg van de overheid en de partij. Als de inkomenskloof te groot wordt dan kan het gaan borrelen en ontploffen. Er zal gestreefd moeten blijven worden naar een evenwicht. Het woord ‘harmonie’ heeft in China een grote en belangrijke betekenis. Hier wordt het vaak truttig gevonden, maar daar niet. Ook intellectuelen lachen daar niet om. En ze laten het niet bij woorden, ze maken er ook écht werk van.’

› Echt harmonieus kun je China toch niet noemen?
‘Klopt, het land is verre van harmonieus, maar de Chinezen vinden wel dat het die kant op moet. Op het platteland zijn er jaarlijks honderdduizenden geregistreerde uitbarstingen van geweld, zoals ontvoeringen van functionarissen van de partij, gebouwen die bezet worden, demonstraties, blokkades, brandstichtingen. Allerlei misstanden liggen aan dat geweld ten grondslag. Bijvoorbeeld partijmensen die voor een luttel bedrag land onteigenen en dan duur verkopen aan een ontwikkelaar. Om aan dat soort mistanden een eind te maken heeft het Centraal Comité van de partij ook besloten de rechtspositie van de individuele boer te versterken. Corruptiebestrijding staat hoog op de agenda.’

Jan Douwe van der Ploeg

‘Op alle terreinen organiseert China structureel experimenteerruimte, daardoor leren de mensen veel en snel’

› Bestaan er nog communes, zoals ten tijde van de culturele revolutie?
‘Nee, dat is verleden tijd. Daar is al jaren geleden door een dreigende boerenopstand een eind aan gemaakt. In de provincie Anhui begon dat met boeren die het vertikten zo te werken en besloten massaal te gaan bedelen. Dat leidde tot zo’n enorme schok dat men besloot om te gaan experimenteren met andere verhoudingen. Toen bleek dat het individueel bewerken van de grond leidde tot een enorme zwieper vooruit voor de productie, heeft men geleidelijk de communes ingeruild voor de nieuwe verhoudingen en de nieuwe aanpak.’

› Het lijkt me logistiek niet eenvoudig voor die kleine boeren.
‘Wij zijn dat verleerd, maar in China marcheert het allemaal. De boeren rond een stad voeden de inwoners van de stad. Ze treffen elkaar op markten, groot en klein. Ten zuiden van Beijing is er zo een: die is 2 bij 3 kilometer groot. Vrachtauto’s komen uit heel China, en daar tussendoor krioelen die kleine boeren met driewielige tractortjes vol met uien, tomaten, noem het maar op. Wij kennen dat niet meer: grote markten met veel aanbieders en veel kopers. Via de restaurateurs en de tussenhandel gaat alles de stad in.’

› Wat is het grootste misverstand over China?
‘Dat wij er niets van zouden kunnen leren, dat wij in alle opzichten beter zijn en alles beter doen. Maar wij zouden echt kunnen leren van hun enorme vermogen om bij te sturen, te leren van fouten en te corrigeren, beslissend en ver voorbij het eigen gelijk, telkens weer. Op alle terreinen organiseren ze structureel experimenteerruimte. Daardoor leren ze veel en snel.
En verder: mijn ervaring is dat de status van Tibet en Taiwan onbespreekbaar is, maar dat je voor de rest over alles een zinnig debat kunt hebben. Dat wordt zelfs zeer op prijs gesteld.’

› Over experimenteren gesproken. Ze hebben toch op enig moment gezegd: één land, twee systemen?
‘Klopt. Dat was toen ze in het zuiden veel economische vrijheid introduceerden en gelijktijdig de grenzen opstelden voor buitenlandse investeerders.’

› Wordt er nu al geëxperimenteerd met een grootschaliger opzet van de voedselproductie?
‘Ja, zeker. Ook op dat terrein wordt er van alles uitgeprobeerd. Er wordt geëxperimenteerd met grotere percelen voor de individuele boeren, maar ook met zeer grote agrarische bedrijven. Die laatste soms met buitenlandse investeerders en de nieuwste technologie. De enige vraag daarbij is: wat werkt het beste? Ze zijn wars van ideologische fijnslijperij. Deng Xiaoping zei: De rivier oversteken door steeds op een andere kei te springen. Dat idee.’

› Giro 555 staat weer op ons beeldscherm.
Tien miljoen mensen dreigen in de Hoorn van Afrika ten prooi te vallen aan honger. ‘Ik word daar ook wanhopig van. Het is ellende in dubbel opzicht. Het eerste is het gegeven dat miljoenen kinderen sterven in de armen van hun moeder omdat zij niet voor eten kan zorgen. De andere ellende is het gegeven dat wij niet in staat zijn daar verandering in te brengen. En dat heeft alles te maken met de westerse onverschilligheid. In de jaren negentig was het aantal mensen dat chronisch met honger te kampen had 850 miljoen, wereldwijd. Toen zijn de millenniumdoelen, waaronder een halvering van dat aantal, afgesproken. En nu zijn we twintig jaar verder, en nu is het aantal verder doorgestegen naar meer dan 1 miljard. Nu er een piek is in de Hoorn van Afrika, is er weer even aandacht voor deze tragedie, maar voor het drama dat daarachter ligt, en al heel lang, hebben we geen structurele aandacht.’

› Wie is ‘we’?
‘De grote internationale instituties: Wereldbank, IMF, WTO, FAO, noem ze allemaal maar op. Zij hebben de handen van de landbouw afgetrokken. Nu wordt er gezegd: ‘We hebben vanaf 2005 de landbouw verwaarloosd.’ Het is allemaal terug te voeren op het neoliberale waandenkbeeld dat de markt het allemaal wel zal oplossen. Niet dus. Er is niks mis met markten als zodanig, maar je moet ze inkaderen. Ik heb het dan niet alleen over de nationale voedselmarkten, want die zijn eigenlijk meer en meer verdwenen, maar in dit geval juist over de internationale markt. Men heeft de illusie gehad met één, grote wereldmarkt de voedselproductie en –distributie te kunnen reguleren. Ondertussen hebben we onze ogen gesloten voor de slimmeriken die lijnen hebben gelegd tussen de arme en de rijke gebieden en die nu onze producten, zoals asperges, laten produceren in Peru. De organisaties die hadden moeten waarschuwen en optreden tegen deze tendenzen die rampzalig uitpakken voor de boeren en de voedselvoorziening daar, keken de andere kant uit. En nu er weer zo’n drama is, wordt er weer aan de burger gevraagd zijn portemonnee te trekken.’

› Wat hebben die mondiale organisaties dan precies nagelaten?
‘Om te beginnen moeten ze de landen in het Zuiden het recht toekennen hun landbouw te beschermen. Wij hebben onze bloeiende landbouw kunnen opbouwen omdat we de boerenstand op allerlei manieren geholpen hebben en beschermd hebben tegen de grillen van de markt. Nu de zuidelijke landen zich willen en moeten ontwikkelen botst een beschermde ontwikkeling met alle regels van de mondiale organisaties. Want die willen maar één ding: totale vrijhandel over de hele wereld. Op de tweede plaats moeten ze helpen met investeren in het platteland, investeringen in de landbouw. Materieel, maar ook in wetgeving. Zorg dat boeren een redelijk bestaan kunnen opbouwen, en niet van hun land verdreven kunnen worden door criminele bendes. Zorg voor een kadaster. Erken boerenbonden.’

› Maar men zegt: het komt door de droogte! Twee seizoenen geen regen.
‘Er is een heel oud boek waarin staat: “Een verstandige boer heeft een voedselvoorraad voor zeven jaar.”’

› De Bijbel, neem ik aan?
‘Ja. De wereldwijde voedselvoorraad is nu goed voor 42 dagen. Dat is korter dan ooit.’

› Maar waar is de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, dan?
‘Bij uitstek die organisatie zou hier een leidende en coördinerende rol in moeten vervullen.’

› Maar wat moeten we nu met de honger in Afrika? Weer Bono van stal halen, weer een avondvullend programma met BN’ers, weer een collecte?
‘Nou kijk, ik zal niet gauw zeggen dat iets zinloos is, maar ik weet er toch genoeg van om te zeggen dat heel veel dingen heel weinig uithalen. Natuurlijk, het zou een schande zijn als we geen 555 organiseerden, want dat zou betekenen dat we onze ogen helemaal zouden sluiten en ons cynische hoofd afwenden. Maar als je me vraagt wie wat moet doen, dan zeg ik wat ik eerder zei: de internationale organisaties kunnen veel meer doen. Maar ze doen het alleen niet.’

› Zijn er ook nog lichtpuntjes?
‘Ik zie er drie. In bijvoorbeeld Brazilië zien we nu een trek van de stad naar het platteland. De motivatie? Mensen willen niet dat hun kinderen opgroeien als menselijk vuil. De tweede belangrijke verandering is de samenwerking die boeren – ook internationaal – met elkaar aangaan. Dat zie je steeds meer en dat werpt ook vruchten af. Een derde lichtpunt is dat er in de kritische hoek een herbezinning plaatsvindt op de vraag wat nu eigenlijk boeren zijn. Vaak is er door linkse mensen negatief gedacht over de boeren. Ze werden primair gezien als een sta-in-de-weg bij veranderingen. En bovendien, ze zouden op termijn toch verdwijnen. Nu ziet men in dat we de boerenstand niet kunnen missen, en dat die boeren ook een nuttige kracht vertegenwoordigen.’

› Is het feit dat landen als India, Brazilië en Zuid-Afrika steeds meer samenwerken ook reden tot hoop?
‘We noemen ze de BRIC-landen. Het goede eraan is dat zij de westerse hegemonie bij de Wereldbank en de WTO doorbreken. Dat leidt tot meer ideeën en een eerlijkere verdeling van de mondiale macht en daarmee van de welvaart.’

› Even terug naar Afrika. Wat is waar van de verhalen dat er steeds meer land wordt opgekocht door westerse bedrijven en landen?
‘We noemen dat land grabbing. Dat is een sluipend proces, waarvan we waarschijnlijk maar een klein deel echt kunnen zien. We hebben dit in het verleden al vaker gezien: conglomeraten van bedrijven en kapitaalverschaffers die proberen grootschalig land, water of arbeidskracht te verwerven. Na 1880 hebben we dat bijvoorbeeld gezien. Je ziet het vaak gebeuren na een crisis. Wat dit betreft speelt de wereld met vuur. Ook hier: de internationale organisaties signaleren het wel, maar doen er niets aan. Het enige wat ze hebben voorgesteld is een vrijwillige gedragscode. Alsof de ervaringen uit het verleden niet hebben laten zien dat dit elke keer vreselijk ontspoort.

Een van de voorbeelden nu is de aankoop van grond voor bebossing. Dat hangt allemaal samen met die handel in emissierechten. Je krijgt daar enorm veel geld voor vanuit het PES, een fonds. De verleiding is dan groot om hele stukken landbouwgrond op te schonen, mensen eraf en bomen erop. We hebben zoiets ook gezien ten tijde van de opkomst van het kapitalisme in de achttiende eeuw in Engeland. Ook toen zag je een clearance van het platteland. Toen bedoeld om de mensen naar de stad te jagen om daar als proletariaat te gaan werken in de fabrieken. Het ziet ernaar uit dat we nu zo’n clearance gaan meemaken ten behoeve van klimaatbehoud. Een voorbeeld van goede bedoelingen waarbij het middel erger is dan de kwaal.’

› Nou heeft China ook een bepaalde reputatie opgebouwd in Afrika. Hoe moeten we daarnaar kijken?
‘Zo kritisch mogelijk. Maar er wordt in het Westen gesteld dat China zich niet mag indekken als het gaat om zijn voedselzekerheid, want ook China zou moeten vertrouwen op de wereldmarkt. Maar China gaat z’n 1,3 miljard inwoners natuurlijk niet afhankelijk maken van die wereldmarkt. Want als er één manier is om grote risico’s te nemen met je bevolking dan is het dat wel.’

› En als we kijken naar China in Afrika als het gaat om de grondstoffen?
‘Dan is mijn reactie: heeft de wereld niet steeds zo gefunctioneerd? Het kapitalisme heeft altijd getracht de grondstoffen te monopoliseren. En nu meldt er zich een andere partij en dan wordt er gezegd: dat mag niet.’

De wereldwijde voedselvoorraad is slechts

‘De wereldwijde voedselvoorraad is slechts goed voor 42 dagen’

› De populariteit van de ontwikkelingshulp blijft maar dalen. Wat vind jij van onze ontwikkelingshulp aan de Derde Wereld?
‘Het is een middel om te laten zien dat het ons ter harte gaat wat er in de wereld gebeurt, maar ons eigenbelang speelt een te grote rol. We hebben te veel onze steeds wisselende stokpaardjes bereden. En we hebben er ook altijd zelf aan moeten verdienen, bijvoorbeeld in de vorm van meer export. Maar dat gezegd zijnde, wil ik wel zeggen dat ontwikkelingshulp wel degelijk zinvol kán zijn. Maar het klopt, ontwikkelingshulp is voor veel mensen een beslagen voorruit geworden. Een van de redenen waarom dat zo is, is het feit dat we het veel te veel een zaak hebben gemaakt van doctorandussen en zogenaamde ontwikkelingsdeskundigen. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat het in veel gevallen veel beter is om een voorman ergens naartoe te sturen. Een praktisch iemand die technisch kundig is en kan organiseren. Via deze mensen heb je ook een veel beter communicatiekanaal met de mensen hier.’

› Moeten we het aantal landen waaraan wij hulp geven niet verder terugbrengen, en dan het hele land mobiliseren om die landen gedurende bijvoorbeeld tien jaar op een hoger plan te brengen?
‘Als de hulp praktisch is en zichtbaar ergens toe leidt, zijn de mensen graag bereid dat te steunen. Dat zie je aan al die geslaagde initiatieven die gewone mensen nemen voor projecten elders. De lijnen zijn dan kort en informeel. Dat helpt. En als dan iedereen zijn steentje bijdraagt – de scholen en de universiteiten; de fabrieken en de bouwbedrijven; de boeren en de vervoersmensen – dan gaat het ook weer leven.’

› Hoe gaan we de mondiale problemen in de globaliserende wereld te lijf?
‘Vroeger wilden we lokale problemen oplossen met één mondiaal antwoord. We hadden één bepaalde receptuur, waarvan we dachten dat die overal toepasbaar was. Neem de FAO. Die had de receptuur voor het oplossen van voedselproblemen. De WTO wist hoe je de economie en de markten moest organiseren. Nu breekt steeds meer het inzicht door dat we mondiale problemen hebben die we lokaal moeten oplossen. Standaardoplossingen werken niet; ze houden te weinig rekening met de lokale omstandigheden en ontwikkeling. Misschien is dat ook wel de verklaring voor de machteloosheid van de VN en haar organisaties.’

› Hoe organiseren we de wereld zodanig dat de almacht van het internationale kapitaal wordt doorbroken om zo welvaart en beschaving veilig te stellen?
‘We hebben óók internationale arena’s nodig waar onrecht en misstanden kunnen worden aangeklaagd. Natuurlijk zoekt het kapitaal de plekken met de laagste belasting en kosten. Het creëert zelfs eigen rioolputten om het laagste punt te vinden. Maar ondertussen is het ook nodig dat mensen nadenken wanneer ze die asperges uit Peru uit het rek pakken, of liever niet pakken. Willen we die betere wereld daadwerkelijk bereiken dan zal de strijd op vele fronten, met vaak verschillende middelen, moeten worden gestreden. Het vergt economische strijd, maar ook sociaal-culturele strijd, waarin de vraag centraal staat: wat deugt wel en wat deugt niet en waarom. Het betekent dingen zichtbaar maken, mensen voorlichten. En het behelst de goede bondgenoten zoeken.’

› Is er nog een rol weggelegd voor de VN?
‘Ik ben daar somber over. Neem de FAO. Die organisatie is helemaal vastgelopen, niet in de laatste plaats door corruptie. De goede mensen zijn daar vertrokken omdat er bijna niet viel te werken. Gelukkig komt er nu een nieuwe directeur-generaal, een Braziliaan die mede aan de basis heeft gestaan van de Lula-beweging.’

Jan Douwe van der Ploeg is hoogleraar Rurale Sociologie aan de universiteit Wageningen, de universiteit waar hij ook aan studeerde. ‘Ik wilde de wereld verbeteren.’ Hij is een man van de wereld; geboren en getogen in Friesland, bereisde hij de hele wereld. Hij werkte in Peru, Colombia, Guinee-Bissau en Italië. Sinds een paar jaar is Van der Ploeg ook hoogleraar aan de Universiteit van Beijing, waar hij doceert en onderzoek doet. Er zijn verschillende boeken van zijn hand verschenen. ‘Ik opereer op het snijvlak van wetenschap, praktijk en beleid.’
Zijn Friese afkomst verloochent hij niet. Integendeel, zo is hij al jaren als adviseur betrokken bij de gebiedscoöperatie NFW, Noordelijke Friese Wouden. Een samenwerkingsverband van boeren en andere grondgebruikers, met een totale oppervlakte van zo’n 50.000 hectaren in het noordoosten van Friesland. Doel van de NFW is regionale zelfsturing, door middel waarvan de regionale economie versterkt en gelijktijdig verduurzaamd wordt.

Written by hallometsteven

september 15, 2011 at 10:25 pm

marketingsuggesties – aflevering 9: Telers zouden niet honderd procent van de prijs moeten willen ontvangen

leave a comment »

Een bijzonder interessant artikel, gevonden op http://www.groentenet.nl/ d.d. 30 augustus 2011. Slaat de nagel volledig op de kop, m.i.

‘Niet 100% prijs willen ontvangen’

“Telers zouden bij nieuwe initiatieven niet honderd procent van de prijs moeten willen ontvangen, maar zelf ook moeten investeren om zo de markt te kunnen vergroten.” Dat vindt Sjaak de Korte, tot voor kort commercieel directeur bij Plus supermarkten.

De Korte, die tot 1 april dit jaar commercieel directeur van Plus was, sprak gisterenavond op een ledenavond van de Tuinbouwjongeren Westland in Maasdijk. De avond stond in het teken van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Korte gaf aan dat telers eerst samen met een retailer moeten willen investeren in de markt. “Dat is een goede methode om van een niche uit te groeien en zo uiteindelijk een grotere markt te bereiken.” De retail is er volgens hem bij gebaat samen met telers naar differentie te kijken. “Zeker bij de mainstreamproducten.”

‘Verlies op Fairtrade betalen we zelf’

Zelf heeft Plus dat ook gedaan met Fairtrade bananen. In het begin verkocht Plus weinig van deze bananen die veertig procent duurder waren dan gewone. “We dachten; we kunnen nog jaren zo doorgaan en hopen over een tijdje een paar procent meer te verkopen, maar we kozen ervoor om alleen nog maar Fairtrade-bananen te verkopen. De klant betaalt er wel hetzelfde voor als een banaan van de concurrent. Het verlies, vier ton, betalen we zelf. We zijn hierdoor tien procent meer bananen gaan verkopen.”

Koppen bij elkaar steken

De vershoek biedt voor supermarkten kansen om zich te onderscheiden en het verschil te maken. De prijzenoorlog bij huismerken moet gecompenseerd worden op vers. “Aan coca-cola kunnen we niet meer verdienen, dat is niet onderscheidend. Bij agf liggen de kansen. Daar kun je nog waarde toevoegen en je je formule beter positioneren”, aldus De Korte tegen de 55 aanwezigen gisterenavond. Om dit te bereiken, moeten telers en retailers de koppen bij elkaar steken en op zoek gaan naar toegevoegde waarde. “Dat gebeurt nu nog te weinig. Het kan niet zo zijn dat mega glastuinbouwbedrijven produceren voor een klant die ze niet eens kent.” Plus heeft zelf de samenwerking gezocht met Lans Tomaten en samen hebben zij een bijzonder tomatenras in de markt gezet. “We kunnen deze tomaten voor een paar dubbeltjes meer verkopen. Dat is goed voor ons én voor de teler.”

Ellis Langen
Bron: TuinbouwCommunicatie


Bekijk ook “Goed Boeren” van de Keuringsdienst Van Waarde

Waarom gunt de Plus bananen, koffie en cacao boeren wel een “eerlijke” prijs voor hun product en de nederlandse boeren en tuinders niet.

Written by hallometsteven

augustus 30, 2011 at 8:15 pm

de productie in vraag gesteld: industriële, biologische en eerlijke landbouw, van hier en elders

leave a comment »

Volgens de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties wordt wereldwijd een derde van het geproduceerde voedsel weggegooid. In ontwikkelingslanden vooral door slechte wegen en misoogsten, in het westen vaak gewoon als het gevolg van overschotten, omdat we het niet op krijgen. Is eerbied voor voedsel, voor de eerlijke en duurzame productie ervan, een bewuste keuze voor de westerse consument, en kan hij er ook de meer dan 900 miljoen hongeringen in het Zuiden mee helpen? Dimensie 3, het blad van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, ging de boer op.

Aan het woord:

  • BLADZIJDE 1:
    1. Piet Van Themsche (voorzitter Boerenbond)
    2. en Catherine (lid van een gemeenschappelijke aankoopcentrale)
  • BLADZIJDE 2:
    1. Guy Mergeai (hoogleraar tropische landbouwkunde Gembloux)
    2. en Shenggen Fan (directeur-generaal International Food Policy Reasearch Institute)

1. “Goede of slechte boeren, dat bestaat niet”


Voor Piet Van Themsche, voorzitter van de Boerenbond en Agricord, moeten beide landbouwsystemen, korte keten en traditioneel, naast elkaar bestaan. De boer maakt zelf de keuze, vanuit een economische logica.

In Europa groeit het deel van de markt dat vraagt naar duurzame
productiemethodes, bio, korte keten of andere, waarbij nabijheid
tussen producent en consument centraal staat. De landbouw
moet op die kans inspelen, maar het blijft een niche, die momenteel goed is
voor maximum 5% van de voedselproductie.
Anderzijds zie je een evolutie van verduurzaming in de traditionele mainstream
landbouw. Meer met minder. Dat betekent met minder inputs de effectiviteit
verhogen, onder meer door genetica en teelttechnieken. De laatste 15 jaar zie
je daardoor erg gunstige evoluties in het gebruik van bestrijdingsmiddelen,
verzuring of de emissie van fi jn stof. In de toekomst zal men aan de traditionele
landbouw nog meer beperkingen opleggen, vanuit de maatschappelijke vraag
naar biodiversiteit, waterkwaliteit, klimaat. Deze kosten, die niet in de marktprijs
verrekend kunnen worden, zullen door de maatschappij gedragen worden. De
korte keten van zijn kant rekent die extra kosten rechtstreeks door aan de
consument. Wat de duurzaamheid van de landbouw betreft, zal het economische
steeds dé drijfveer van de boer blijven. De vraag of hij er zijn boterham
kan mee verdienen, zal steeds zijn keuze voor deze of gene methode bepalen.
Nog vanuit economisch oogpunt kan de korte ketenlandbouw, die evenwaardig
is aan de zeer gespecialiseerde landbouw, maar een deel van het
verhaal zijn. Men mag niet vervallen in het nostalgische verhaal van de
zelfvoorzienende boer. Ernaast moet immers de zeer gespecialiseerde en
heel productieve traditionele landbouw zijn rol blijven vervullen. De globale
tendensen zoals de uitbreiding van de megasteden, de klimaatontwikkeling
en de evolutie naar hernieuwbare energie maken die vraag noodzakelijk.
Wel dienen de globale inspanningen, zoals nu binnen de G20, te worden
verdergezet om de recente volatiliteit van de voedselprijzen een halt toe
te roepen. Want de vraag blijft of men voedsel, als basisrecht, wel als een
gewoon handelsgoed kan behandelen.

3. “Voor mij is agro-ecologie de toekomst”


Guy Mergeai is hoogleraar tropische landbouwkunde bij Gembloux Agro-Bio Tech (Faculteit Landbouwwetenschappen, Ulg)

Door het besef dat fossiele energie stilaan uitgeput raakt, dat
intensieve landbouw zoals we die kennen in de toekomst niet
meer zal kunnen worden bedreven, groeit de belangstelling voor
agro-ecologische technieken. Maar dit besef is groter in het noordelijk halfrond.
Ik geef les aan Afrikaanse beursstudenten die meestal een klassieke
opleiding hebben genoten en niet speciaal geïnteresseerd zijn in bio. Maar de
producenten in het Zuiden hebben geen keuze, ze beschikken immers niet
over voldoende middelen om grote machines en productiemiddelen te kopen.
Ik leer hen hoe de natuurlijke processen optimaal kunnen worden benut. Ook
sommige technieken van hun voorouders hebben hun nut bewezen en zijn
zelfs interessant om in het Noorden te worden toegepast.
Ik onderricht vooral agro-ecologie, een landbouwsysteem dat de natuurlijke
orde zoveel mogelijk respecteert en het gebruik van productiemiddelen
beperkt. ‘Bio’ is zulk een landbouwsysteem, maar niet het enige. Ik ben
pragmatisch ingesteld. Volgens mij zou er niet voldoende eten zijn voor
iedereen als nu al meteen op bio zou worden overgestapt. We mogen immers
niet vergeten dat de Arabische revoluties verband houden met de voedselprijzen.
Deze extreem droge landen kunnen nooit genoeg produceren om in
hun voedselbehoeften te voorzien. Bovendien is in de meeste ontwikkelingslanden
een ‘groene revolutie’ (een grotere landbouwproductie met behulp
van kunstmest, pesticiden, tractoren enz.) niet realiseerbaar, als gevolg van
de hoge kostprijs, het gebrek aan brandstof en de moeilijkheid grote arealen
te bewerken met de schaarse middelen van de landbouwers daar. Daarnaast
moet je rekening houden met de dreigende uitputting van de grond. Om de
honger in de wereld uit te roeien, is agro-ecologie een oplossing, zoals Olivier
De Schutter (Speciaal rapporteur van de VN voor het recht op voedsel) het
stelde (zie Dimensie 3 – 2/2011). Voor mij is agro-ecologie de toekomst van
de landbouw.

4. “De wereld voeden met biolandbouw is niet voor morgen”


Shenggen Fan, directeur-generaal van het International Food Policy Research Institute, zet zijn visie uiteen over de rol van de biologische landbouw in de voedselproductie.

De biologische landbouw moet in Europa en de VS zeker gepromoot
worden. De mensen daar kunnen zich biologische voeding
veroorloven. Zo zijn er in de VS mensen die bereid zijn drie keer
meer te betalen voor biologische dan voor niet-biologische voeding.
Maar in ontwikkelingslanden zou ik voorzichtig zijn omdat de opbrengsten op
dit moment nog te laag zijn. We moeten immers voldoende voedsel produceren
voor iedereen én ervoor zorgen dat de kleine boeren er baat bij hebben.
Want als zij biologisch voedsel produceren, zal niemand het kopen. Daarom
moeten de biologische boeren van Azië en Afrika toegang krijgen tot de markten
in Europa en de VS, waar de mensen de hogere prijzen kunnen betalen.
Men zegt soms dat de ecologische aanpak goedkoper is voor de kleine boer.
Maar dat is slechts een deel van de waarheid. Bioboeren hoeven inderdaad
geen kunstmest en dergelijke aan te kopen. Vergeet echter niet dat de
opbrengst kleiner is, waardoor de kost per eenheid van productie hoger kan
liggen. Bovendien vereist biolandbouw meer werk, met andere woorden de
arbeidskost is hoger. Je moet met alles rekening houden.
Biologische landbouw is oké, maar alleen als en de kleine boeren er baat
bij hebben, en er globaal voldoende voedsel is. We kunnen dit niet in een
handomdraai realiseren. Er is een transitie nodig naar een milieuvriendelijke,
ecologische landbouw.

download de hele publicatie hier

BLADZIJDE 1: Piet Van Themsche (voorzitter Boerenbond) en Catherine (consument)

KLIK OP DE PRENT VOOR GROTERE WEERGAVE

BLADZIJDE 2: Guy Mergeai (hoogleraar Gembloux) en Shenggen Fan (directeur IFPRI)

KLIK OP DE PRENT VOOR GROTERE WEERGAVE

hoe bio is natuurpuntrund en Veeakker ?

leave a comment »

KLIK OP HET ARTIKEL VOOR GROTERE, GOED LEESBARE WEERGAVE

uit het magazine van Wervel. Een interessante vraag.

Written by hallometsteven

juli 13, 2011 at 3:04 pm

Geplaatst in anders gaan eten

Tagged with , ,

Lily Deforce (Max Havelaar België) en Leen Laenens (Biogarantie Vlaanderen) over de bloeiende liefde tussen fair trade en bio

leave a comment »

Dit als vervolg op het artikel “Bio gaat voluit voor fair trade met lastenboek“.

Dit zijn twee bladzijden, ingescand uit het ledenblad van de Vlaamse Oxfam-Wereldwinkels “W23. Het is een dubbelinterview met Lily Deforce (Max Havelaar België) en Leen Laenens (Biogarantie Vlaanderen).

KLIK OP DE PAGINA VOOR EEN GOED LEESBARE, PRINTBARE WEERGAVE


KLIK OP DE PAGINA VOOR EEN GOED LEESBARE, PRINTBARE WEERGAVE

Written by hallometsteven

juni 27, 2011 at 10:49 pm

Biogarantie Vlaanderen gaat voluit voor fair trade met lastenboek

with 3 comments

Dit nieuwsje ontving ik van Vanita Mertens, de bevlogen vrouw achter de bio en fairtrade webwinkel www.zandzeepsoda.be uit Ellikom. Waarvoor hartelijk dank!

uit het nieuwe Biogarantie- lastenboek:

Voor geïmporteerde producten is dit echter een ander verhaal. In heel wat landen zijn discriminatie, kinderarbeid, gebrek aan educatie, verbod op vereniging, … nog sterk aanwezig en ontbreekt de nodige wettelijke bescherming. In geval van agrovoedingsbedrijven (waarvan de productie bestemd is voor menselijke voeding) waar de bereider meer dan 10% (gewichtsprocent) van zijn grondstoffen betrekt uit (ontwikkelings-)landen waar de wetgeving slechts beperkte sociale bescherming biedt, moet fairtrade gecertificeerd aankopen. In Bijlage 2 worden de door BioForum erkende fairtrade-systemen opgelijst, alsook de landen waarop deze verplichting betrekking heeft. Niet-fairtrade import wordt enkel toegelaten mits motivatie t.a.v. BioForum. Als motivatie komt enkel onvoldoende beschikbaarheid (in de gewenste hoeveelheid en kwaliteit, tegen redelijke prijs, …) in aanmerking.
Het is echter mogelijk een afwijking op deze motivatie-verplichting te vragen tot 31 januari 2013 (zie infra § 3.5. Overgangsmaatregelen).

2.A. Door BioForum erkende lastenboeken voor eerlijke handel

  • – Bio Equitable – ESR Ecocert
  • – Good Food Foundation – IBD Eco-Social – Max Havelaar – Minga
  • – Oxfam – Rapunzel (Main dans la main & projet Turquie)

Wat is Biogarantie?

naar eigen zeggen:

Biogarantie is hét Belgisch privélabel dat net als het Europese logo enkel gebruikt mag worden op bioproducten die aan de strenge wettelijke normen voor biologische productie voldoen.
Hier en daar is het Biogarantielabel zelfs een tikkeltje strenger dan het Europese label (het verbiedt bijvoorbeeld nitirietzouten in vlees).

Wat garanderen de duurzame, bio of faire labels?

lees hier verder over waarin de labels zich onderscheiden