regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

Archive for juni 2009

Prijsvergelijking: supermarkt – hoeveverkoop – veiling

with one comment

Dit artikel maakt onderdeel uit van de studie:
”Een inventarisatie van mogelijkheden voor eerlijke prijzen voor Hasseltse boeren”

Wellicht interesseert u ook dit artikel: Wat is regiofair?

In de maand maart 2009 hebben we in Hasselt een onderzoek gedaan naar de prijzen van de Jonagold–appel en de Conference–peer. We hebben hierover een kleine prijsvergelijking opgesteld. De weergegeven prijzen zijn steeds per kilogram.

Een hoeveverkoper bouwt een winstmarge in van 20 tot en met 30 % boven de veilingprijs. We hebben een gemiddelde van 25 % genomen.

Voor de veilingprijs hebben we het gemiddelde genomen van de maand maart 2009 voor het betreffende type. Dit zijn de veilingprijzen van de BFV (Belgische Fruitveiling) te Sint-Truiden. De percentages zijn steeds afgerond tot gehele getallen.

Winkelketen Delhaize

 

Delhaize verkoopt Jonagold E2++ T 75/80 van het keurmerk TRUVAL.

 

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Delhaize zijn prijs 138 % hoger plaats dan de veilingprijs en 90 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Delhaize zijn prijs 138 % hoger plaats dan de veilingprijs en 90 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Delhaize verkoopt Conference E2++ T 60/70 van het keurmerk TRUVAL.

 

Deze grafiek vertelt ons dat Delhaize zijn prijs 63 % hoger plaats dan de veilingprijs en 31 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Deze grafiek vertelt ons dat Delhaize zijn prijs 63 % hoger plaats dan de veilingprijs en 31 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Winkelketen Carrefour

 

Carrefour verkoopt Jonagold E2++ T 75/80 van het keurmerk TRUVAL.

 

Carrefour plaatst zijn prijs 210 % hoger dan de veilingprijs en 148 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Carrefour plaatst zijn prijs 210 % hoger dan de veilingprijs en 148 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Carrefour verkoopt Conference E2++ T 60/70 van het keurmerk TRUVAL.

 

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Carrefour zijn prijs 108 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 67 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Carrefour zijn prijs 108 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 67 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Winkelketen Colruyt

 

Colruyt verkoopt Jonagold E2++ T 85/90 van het keurmerk TRUVAL.

 

Colruyt plaatst zijn prijs 217 % hoger dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Colruyt plaatst zijn prijs 217 % hoger dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Colruyt verkoopt Conference E2++ T 65/75 van het keurmerk TRUVAL.

 

Deze grafiek vertelt ons dat Colruyt zijn prijs 82 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 45 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Deze grafiek vertelt ons dat Colruyt zijn prijs 82 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 45 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Conclusie:

  • Wanneer we het gemiddelde nemen, zien we dat winkelketens hun producten gemiddeld 136 % duurder verkopen dan de veilingprijs.
  • Daarnaast zien we ook dat de winkelketens hun producten gemiddeld 89 % duurder verkopen dan de hoeveverkoper.

Dit zijn ons inziens op zijn minst opzienbare cijfers.

In welke mate de tussenhandel een ondermijnende invloed heeft op een beter inkomen van de landbouwers dient in een volgende studie nader te worden onderzocht.

Dank

Dit onderzoek werd uitgevoerd door Jessy Goris (studente Provinciale Hogeschool Limburg). Zij liep tot eind juni gedurende 3 maanden stage bij de Stad Hasselt en voerde deze studie – als onderdeel van haar afstudeerproject – uit in opdracht van de Landbouwcel van Hasselt.

Wij danken verder ook mevrouw Louis-Joan Lemmer (ambternaar bevoegd voor landbouw), mevrouw Ingeborg Debock (Noord-Zuid-ambtenaar) en uiteraard alle Hasseltse boeren, die meewerkten aan dit onderzoek.

Het onderwerp en de resultaten van haar volledige onderzoek “Hasseltse boeren aan het woord – Kunnen onze boeren voor hun productie een prijs krijgen waar ze redelijk van kunnen leven?” vindt u hier:
Hasseltse boeren aan het woord.

Steven Schepers
trekkersgroep FairTradeGemeente Hasselt

Advertenties

Written by hallometsteven

juni 17, 2009 at 2:59 pm

Hasseltse boeren aan het woord – Kunnen onze boeren voor hun productie een prijs krijgen waar ze redelijk van kunnen leven?

with one comment

Dit artikel werd aangevuld door tekst mét prenten: “Prijsvergelijking: supermarkt–hoeveverkoop–veiling”

”Een inventarisatie van mogelijkheden voor eerlijke prijzen voor Hasseltse boeren”

Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zouden zij moeten voldoen om in orde te zijn?

Inleiding

Wereldwijd ondervinden boeren problemen met het verkrijgen van een goed inkomen. Om te werken aan een oplossing is een Fair Tradeconcept ontwikkeld.

Fair Trade ondersteunt groepen boeren in ontwikkelingslanden met een keurmerk dat hen een betere prijs voor hun producten biedt dan wanneer zij deze via de reguliere markt zouden verkopen; er wordt aldus een ‘eerlijke handel’ gecreëerd.

Ook Vlaamse boeren ontvangen slechts een uiterst klein gedeelte van de prijs in de supermarkt en vaak is dit deel niet kostendekkend.

maart 2009 COLRUYT - Jonagold E2++ T 85/90 keurmerk TRUVAL

maart 2009 COLRUYT - Jonagold E2++ T 85/90 met het keurmerk 'TRUVAL'
Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Colruyt zijn prijs 217 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs. Duurzame handel?
Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

Nu de landbouwsubsidies in 2013 volledig herzien gaan worden, lijkt het nog noodzakelijker te gaan worden om alle kosten van productie op te nemen in de verkoopprijs.

Eerdere onderzoeken – ondermeer in Nederland – bestudeerden de mogelijkheid om, net als bij het Fair Trade-concept, een eerlijkere handel te creëren waardoor ook de boer in Europa een eerlijkere prijs voor zijn producten zou krijgen.

Uit onderzoek aan de Universiteit van Wageningen (2007) kwam ondermeer volgende aanbeveling voort:

Het introduceren van een nieuw label voor eerlijkheid is niet raadzaam; de meest voor de hand liggende opties zijn:

  • 1) bundeling/samenwerking tussen bestaande labels, en
  • 2) informatievoorziening aan consumenten om zodoende duidelijk te maken in hoeverre bestaande merken/labels voldoen aan diverse eerlijkheidscriteria.

Concrete mogelijkheden/operationalisering hiervan behoeft nadere uitwerking en onderzoek.

Voor een samenwerking met bestaande labels lijkt het logisch in eerste instantie te kijken naar mogelijke samenwerkingsverbanden met het Max Havelaar-keurmerk of andere reeds bestaande fairtrade-initiatieven als de Oxfam-Wereldwinkels. Deze staan hiervoor echter niet te trappelen.

Toch lijken er openingen tot samenwerking. Sinds 2005 kunnen Vlaamse steden en gemeenten dingen naar de titel van ‘FairTradeGemeente’.

Om deze titel te kunnen behalen, dienen lokale besturen aan zes criteria te voldoen. Het zesde criterium voorziet in een eigen intiatief aangaande duurzame, lokale consumptie. In Hasselt werd er gekozen voor ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie.

Opzet onderzoek

In een casestudy probeerde Jessy Goris (studente marketing Provinciale Hogeschool Limburg), in een stage bij de Landbouwcel van de stad Hasselt, een antwoord te vinden door Hasseltse boeren te interviewen.

Daartoe werden de bestaande ervaringen en knelpunten voor een succesvolle verkoop van lokale hoeveproducten getraceerd. En werd er gepeild naar de bekendheid onder de Hasseltse boeren van de Fair Trade-koers die de stad volgt.

Dit laatste houdt bijvoorbeeld het stimuleren in van de verkoop van lokale hoeveproducten met lage transportkosten en minder belasting op het milieu. Men noemt dit gemakshalve ‘korte keten’.

Onderzoeksvragen

In deze casestudy koos Jessy Goris voor een interview met een selecte groep geëngageerde boeren. Deze werkwijze bood de mogelijkheid de boeren zelf aan het woord te laten en van binnenuit te achterhalen wat de perspectieven zijn voor het vermarkten van lokale hoeveproducten.

Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zou dit moeten voldoen?

Enkele resultaten van de bevraging.

Naar economische haalbaarheid van directe hoeveverkoop.

De interviews werden afgenomen bij 15 Hasseltse landbouwers met als doel de economische haalbaarheid van lokale hoeveproducten te onderzoeken. Deze 15 landbouwers staan representatief voor de verhouding van de verschillende sectoren binnen de landbouw in Hasselt. Daarnaast werd een kleine prijsvergelijking gemaakt tussen de veilingprijs, de hoeveverkoopprijs en de supermarktprijs.

Het resultaat van deze casestudy leidde tot volgende conclusies:

Grootste winst zit in de tussenhandel.

Tussen wat de boer ontvangt van de veiling voor zijn product en wat de consument in de supermarkt betaalt, zit een groot verschil van winst waar de boer meestal niet van profiteert. Dat verschil ligt tussen de 60 tot 250 % hoger dan wat de boer ontvangt van de veiling. Hiervoor zijn prijzen van de drie supermarkten vergeleken (Carrefour, Delhaize en Colruyt).

Bescheiden winst voor de boer.

Wanneer de boer aan directe hoeveverkoop doet, rekent hij gemiddeld slechts 20 % boven de veilingprijs. Deze 20 % is een niet-economische grove schatting die de boer maakt, afhankelijk van de schaarste of het overvloedige aanbod op de markt. Hij volgt hiervoor geen uitgelezen economische kosten-batenanalyse met een daarbij behorende bewuste prijzenvergelijking.

Consument: ‘onbekend maakt onbemind’.

Het directe contact met de consument biedt het voordeel van betrokkenheid en bekendheid met de actualiteit van de landbouw, de agrarische bedrijfsvoering en de kwaliteit van het product. Met consumenten omgaan en kunnen verkopen vereist een speciaal talent of je moet erin zijn opgeleid. Echter vormt ook de ligging van de hoeve een probleem voor de snelle bereikbaarheid van de consument. Een wekelijkse boerenmarkt zou voor consument als producent hierin een brug kunnen slaan.

Milieu en mondialiteit.

Beperking van transport werkt reducerend op de CO2 uitstoot en de vervoerskosten. Als FairTradeGemeente wordt in Hasselt het zesde criterium ingevuld met ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie. Tweederde van de bevraagde boeren wil actief meewerken aan projecten die de stad Hasselt hierrond op poten stelt. Een aantal van de bevraagde boeren werkt er reeds aan mee.

Rentabiliteit.

De lokale boeren zeggen veel concurrentie te ondervinden van geïmporteerde producten die vervaardigd zijn in landen met lage loonlasten waar weinig of geen gegarandeerde controle is op milieubelasting en de vervaardiging van teelt en verwerking van het boerenproduct. Ook de hoge grondprijzen in West-Europa (en daarmee ook in Hasselt) zijn negatief voor de boeren.

De hoge investeringskosten voor de inrichting van de hoeve voor hoeveverkoop met de daaraan gekoppelde strenge hygiënische voorschriften waar hoeveverkoop moet aan voldoen en de hoge personeelskosten voor een efficiëntere verwerking van het boerenproduct zijn serieuze overwegingen die een boer doet aarzelen om aan hoeveverkoop te doen.

In coöperatief verband te gaan samenwerken, vormt een optie, maar ook hierin gaat de boer niet over één nacht ijs.

Conclusies

Tweederde van de bevraagde boeren doet aan hoeveverkoop. Belangrijkste reden om niet aan hoeveverkoop te doen, is het extra personeel dat je hiervoor moet inhuren. Dit personeel is niet rendabel. Verder verzekert de veiling de boer ook van afzet.

90 % van de bevraagde boeren plaatst zijn prijs boven de veilingprijs, maar onder de supermarktprijs. De verkoopprijs wordt bepaald door een eigen kosten-batenanalyse, met daar bovenop een winstmarge.

De meest beïnvloedende factoren op de prijs die gevraagd wordt, zijn: het weer, de wettelijke bepalingen en de import en export uit andere landen.

Factoren die de verkoop kunnen bevorderen zijn: meer promotie, een stijgend commercieel inzicht of het engageren van de hele familie.

90 % van de bevraagde boeren beschikt niet over een eigen website, maar zijn wel actief op sites betreffende de landbouw. 54 % van de bevraagde boeren is betrokken bij een of meerdere landbouworganisaties. Deze betrokkenheid biedt voordelen, maar soms vergt deze betrokkenheid ook tijd, bijvoorbeeld het aanwezig zijn op vergaderingen.

De grootste afnemers zijn: de veiling, distributeurs, grossiers en particulieren.

Deze zijn steeds tevreden over de aangeboden kwaliteit, maar de boeren zijn niet altijd tevreden over de prijs die ze krijgen.

In welke mate de tussenhandel een ondermijnende invloed heeft op een beter inkomen van de landbouwers dient in een volgende studie nader te worden onderzocht.

Tweederde van de bevraagde boeren wil zijn producten in coöperatief verband verkopen als dit organisatorisch mogelijk is.

De meest voorkomende suggestie die gegeven werd om de toekomst van de landbouw in Hasselt te verzekeren, is het opzetten van meerdere initiatieven vanuit de stad betreffende de Fair Trade-koers die de stad volgt om de lokale economie en duurzame landbouw te stimuleren. De belangrijkste verwachting die boer heeft van het gemeentebestuur of de ambtenaar voor de landbouw is het vergemakkelijken van het papierwerk.

Verder wil tweederde van de bevraagde boeren ook actief meewerken aan projecten die de stad opzet betreffende de landbouw.

Het behoud van hoogwaardige kwalitatieve landbouwgrond voor de boeren die op een economische en ecologische wijze willen produceren vinden ze erg belangrijk.

Circa 80 % van de bevraagde boeren maakt gebruik van niet familiale hulp op hun bedrijf. Dit is noodzakelijk om de seizoensgebonden producten efficiënt te verwerken, maar het zorgt voor een hoge kostenpost.

Het beroep van landbouwer is een kwestie van levenshouding en boerentrots als het van vader op zoon wordt doorgegeven. Alle bevraagde landbouwers vinden de zelfstandigheid en het constante contact met de natuur aantrekkelijk.

Tweederde van de bevraagde boeren die aan hoeveverkoop doen, is op de hoogte van het Fair Trade-beleid dat de stad voert.