regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

Archive for the ‘MELK’ Category

Melk in de USA eind 2011 de meest rendabele belegging

leave a comment »

Dec. 28 (Bloomberg) — Milk was the best-performing major commodity this year, topping gains in crude oil, cattle and gold, as surging U.S. exports of dairy products sent prices to their biggest annual gain in four years. Courtney Donohoe reports on Bloomberg Television’s “Money Moves.” (Source: Bloomberg)

KLIK OP DE PRENT OM DE REPORTAGE OP BLOOMBERG.COM TE BEKIJKEN

In de VS (Californië) draaien grote zuivelbedrijven met duizenden melkkoeien op de inzet van goedkope Mexicaanse arbeidskrachten.
Toch zet dit nieuws landbouwsubsidies weer eens in een ander perspectief. Niet zozeer moet de discussie zijn of deze subsidies marktverstorend werken, alswel of ze de wereld helpen te voeden. Ontwikkelingslanden als Indonesië zijn alvast vragende partij. Zij hebben een tekort aan zuivelproductie in eigen land. Ookal is het land zelf een opkomende landbouwmogendheid in opkomst. En lid van de CAIRNSgroep (Brazilië, Canada, Australië, de Filippijnen, Argentinië, Colombia, Chili, Indonesië, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Thailand en Uruguay). Dit is een lobbygroep van vooral exportlanden. De groep dringt aan op een verdere liberalisering van de landbouwmarkten. Het valt de exportsubsidies aan en is tegen regeringssteun. Maar gesubsidieerde amerikaanse melk, daar lust haar volk dan weer wel pap van en dus mekkert ook haar regering er niet over. Het blijft een rare wereld, die vrije handel.

Advertenties

Written by hallometsteven

januari 5, 2012 at 9:48 pm

Geplaatst in MELK

Tagged with , , ,

Big Food versus Food Power – in 2012 marktmacht ‘vanonderop’?

leave a comment »

Deze titel is de kop boven een stuk op Foodlog.nl. Het gaat over marktmacht “vanonderop”.

Ik heb – jammer genoeg – veel vertrouwen in de psychomarketeers van Big Food. Als zij het voor elkaar krijgen dat miljarden mensen ongezonde producten kopen, lijkt mij het een koud kunstje dat ze elke ‘movement’ waar ze niets aan verdienen, de nek om draaien. Maar het kan nog erger: Big Food kan gebruik (of misbruik ?) maken van Food Power door het te annexeren en daarna om te katten tot een verdienmodel.”

reageert Jack Van Messel hierop. (Jack importeert biologisch en gangbaar rundvlees uit Uruguay. Vindt dat we minder vlees moeten eten, maar wel van betere kwaliteit, inbegrepen milieu en dierenwelzijn.)

Eind juni protesteerde het Algemeen Belgisch Boerensyndicaat aan de deur van de Aldi:

‘Aldi heeft beloofd om meer Belgische producten in zijn rekken te leggen. De melk is nu al voor twee derde afkomstig van Belgische boeren, binnenkort wordt dat honderd procent.’

Daarnaast zal ook de kwaliteit van het product meer in de kijker worden gezet. ‘En dat moet leiden tot een grotere afname van Belgische melk, en hopelijk ook tot een hogere prijs. Bovendien wil Aldi die tendens doortrekken naar andere voedingsproducten, zodat de hele Belgische landbouw er bij wint.’

Het ABS benadrukt dat er momenteel een prijzenslag aan de gang is tussen de warenhuisketens. ‘En dat maakt onderhandelen over betere prijzen geen makkelijke zaak.’

Belgische melk is een hype. Net nu de Nieuw Vlaamse Alliantie op 40% staat in de peilingen omdat het af wil van België.

Nieuw in uw Aldi sinds november MILSA ® Magere chocomelk op basis van Belgische melk. Aldi heeft dus woord gehouden. Maar wat nu precies een betere (eerlijkere?) prijs voor melk moet inhouden, leer ik er niet uit. Wél dat er calcium en vitamine B12 in hun melk zit. Aangerijkt?

Zou het ABS nu tevreden zijn? Vertaalt meer marktmacht zich in meer marktaandeel of in betere prijzen? Garandeert meer marktmacht, marktaandeel of eerlijkere prijzen afbouw van systematische overproductie in de sector? Is meer marktmacht voor de voedselproducent eigenlijk geen overheidsopdracht? En zou het de burger echt iets uitmaken?

Wat is jouw gedacht?

 

Written by hallometsteven

januari 3, 2012 at 4:20 pm

de faire melk: Nederland doet wat Vlaanderen niet (ver)mocht – deel 1

leave a comment »

In Nederland startte C1000 maandag 7 november 2011 met de verkoop van ‘De faire melk’ dagverse Fairtrade Chocolademelk. Dit is de eerste fairtradechocolademelk in de supermarkt. De faire melk is een initiatief van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV). Zie ook hun facebook-pagina.

Door het kopen van De faire melk Fairtrade Chocolademelk zorgen klanten ervoor dat koeien gegarandeerd weidegang hebben en de Nederlandse deelnemende boeren een meerprijs voor hun melk krijgen. Bovendien ontvangen boeren in derdewereldlanden een eerlijke prijs voor de cacao (Peru) en de rietsuiker (Mauritius) die in de chocolademelk is verwerkt.

wat vooraf ging in België

Op 10 oktober 2008 werden de derde BE FAIR Awards uitgereikt. De winnaars gingen elk naar huis met een chèque van 5.000 Euro. De Limburgse melkveehouder Johan Janssen uit Opglabbeek stuurde onderstaand kandidaat-dossier in voor de Belgian Dairy Board.

De Belgian Dairy Board vertegenwoordigde 1800 melkproducenten. BDB klaagde de uitbuiting aan van de zuivelindustrie, die de melkproducenten een zulke lage prijs betaalt dat zelfs de productiekosten niet gedekt zijn – hetzelfde verhaal dus dat de Noord-Zuid beweging inspireerde tot de ontwikkeling van Fair Trade. BDB wilde middelen verzamelen om het nieuwe merk “Fair Dairy Products” – een gamma zuivelproducten waar de melkproducent een faire prijs voor zou krijgen te lanceren.

Het dossier werd weerhouden… maar kwam niet in aanmerking voor de Award. Helaas waren ook de Oxfam-Wereldwinkels, noch Max Havelaar gecharmeerd en stierf het initiatief een stille dood.
Enkele initiatieven uit andere hoeken zagen het licht, echter geen van alle met de impact die dit plan had kunnen verwezenlijken. In Nederland neemt Max Havelaar nu dus gelukkig wél de handschoen op.

  1. Délimel: 18 Belgische melkveebedrijven gaan zelf melk verkopen aan Lidl en Champion
  2. Galaxy: Colruyt verkoopt verse melk van drie landbouwers
  3. Fairebel: slap afkooksel van faire melk zónder Max Havelaar-keurmerk

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

I – Voorstelling van het dossier

Ontstaan

Met 4,5 miljard euro bereikte de omzet van de zuivelindustrie in 2007 een nooit eerder geziene piek, ongeveer een vijfde hoger dan het jaar voordien.

De export groeide met 23 procent tot 2,3 miljard euro. De uitvoer naar derde landen steeg zelfs met 73 procent tot ongeveer 400 miljoen euro. Maar wie hoog klimt, kan laag vallen. En dat valt vooral de boeren heel zwaar.

De BDB wil de zuivelorganisaties laten weten dat de melkveehouders niet langer het verlies willen lijden zonder dat de toevoer van (goedkope) melk in het gedrang komt. (Wij verliezen nu tussen de 6 en 25 procent op ons product)

De BDB vertegenwoordigt vandaag meer dan 1800 van de 7000 Belgische melkproducenten. De BDB is er voor en door de melkveehouders.

Wij staan in het beroep en in de organisatie. Daarom is het bijzonder belangrijk dat wij ons zo organiseren dat we in permanent overleg kunnen werken met zoveel mogelijk leden, in zo professioneel mogelijke omstandigheden. Deze manier van werken onderscheidt de BDB volledig van alle andere zogezegd vertegenwoordigers van de melkproducenten.

Op 30 mei 2008 organiseerden de Belgische melkveehouders in alle provincies manifestaties om aan te tonen dat zonder bemiddeling hun beroep en producten binnen enkele jaren zullen verdwijnen. Onder het oog van nationale en regionale media brachten vertegenwoordigers van de BDB hun standpunten over aan de massaal opgekomen politici.

Eerste minister Yves Leterme beloofde ondertussen om een einde te maken aan de oneerlijke winstverdeling in de voedselketen. Zijn beloftes komen deels tegemoet aan de BDB -doelstellingen. Hij deed zijn uitspraken op de actiedag voor faire land- en tuinbouwprijzen op 18 juni in Brussel.

Leterme beloofde om een prijzenobservatorium in het leven te roepen en snel werk te maken van meer prijs- en winsttransparantie in de voedselketen. Er is al tien tot vijftien jaar sprake van een oneerlijke winstverdeling, waarbij de basisproducent systematisch tekort wordt gedaan.

De BDB stelt vandaag vast dat:

  • Melkerijen economisch gestuurd worden vanuit:
    • – de zuivelproducenten
    • – de transportindustrie
    • – de groothandel
    • – de supermarkten en detailhandels
  • En dat bij dezen ook de bewust unfaire en scheefgegroeide winst ligt.

De boeren moeten voor eigen distributie gaan zorgen

De door ons aangestelde bazen, de coöperaties, blijken niet in de positie om melk tegen aan kostendekkende prijzen te verhandelen. Wij, de eigenlijke bazen, maar nu afhankelijk gemaakte boeren, kunnen niet voor de huidige marktprijs werken omdat onze kostprijs daarboven ligt.

De BDB weet dat een oplossing alleen gevonden kan worden door een samenwerking tussen alle spelers in de markt. Daarom geeft de BDB de aanstoot tot een zodanige samenwerking, door zelf eindproducten, door middel van een nieuw bedrijf in oprichting “Fair Dairy Products?”, in de markt te gaan zetten en die zal aantonen dat een faire melkmarkt mogelijk is. Hierbij is de melkproducent niet langer afhankelijk van de volatiele marktprijs die hij voor zijn basisproduct (de ruwe melk) krijgt en waar hij geen greep op heeft, maar zal hij mee profiteren van de marges die in de detailhandel worden gegenereerd uit afgewerkte zuivelproducten.

Het doel zal bereikt worden omdat noch consument, noch de producent de rekening moet betalen van een scheefgegroeide situatie. Er wordt immers genoeg geld verdiend in de zuivelketen, het is alleen slecht verdeeld. Dat is de boodschap die wij de eindconsument zullen meegeven via de producten, die wij hem via de gewone distributiekanalen (de supermarkten) zullen aanbieden.

De BDB herhaalt het steeds weer. We willen veranderingen bekomen door inzicht te verlenen en begrip te wekken.

Tijdens onze acties ter gelegenheid van de Wereldmelkdag op 30 mei laatsT leden heeft BDB duidelijk gezegd dat de faire melkprijs niét betekent dat de consument meer zal moeten betalen. Wat ons momenteel te weinig betaald wordt – om die faire melkprijs te realiseren – kan volgens ons probleemloos gehaald worden uit de overwinsten die in de zuivelindustrie gemaakt worden. Ook dat zullen we aantonen door onze producten in de winkelrekken te zetten.

Troeven

  • Wij kiezen voor de dialoog en samenwerking met de industrie en de samenleving. Een diepgaande studie van de winsten die gemaakt worden in de keten, geeft de BDB een uitgebreide kennis van de melkketen.
  • Wij zijn rechtstreeks belanghebbenden in het prijsverhaal en alzo werklustig en strijdvaardig.
  • Wij geven de consument terug een gezicht bij de zuivelproducten die hij koopt door de inplanting van onze bedrijven in het landschap kunnen we onze boodschap, door het toepassen vang “guerrillamarketing” voortdurend en effectief overbrengen.

Kortom, onze strategische doelstellingen zijn

  • een kostendekkende melkprijs,
  • een faire prijs voor een fair product,
  • eerlijke informatie aan de consument.

II . Belangrijkste sector waarin de activiteit ontwikkeld wordt en onderzoek van de markt

Als consument heeft men er belang bij om zo goedkoop mogelijk in te kopen. Dit kan echter snel ten koste gaan van de producent. Bijzonder duidelijk wordt dit zichtbaar bij het steeds verder dalende inkomen van de boeren in de ontwikkelingslanden. Hier hebben de consumenten gereageerd en kiezen in versterkte mate voor produkten uit de “eerlijke” handel de zgn. “fair trade”. In Europa zijn echter ook boeren. Waarom zouden zij ook niet van de eerlijke handel profiteren?

De huidige zuivelmarkt: 3% ten opzichte van 97%

De door ons aangestelde bazen van, de coöperaties, blijken niet in de
positie om melk tegen een kostendekkende prijs weg te krijgen. Wij, de eigenlijke bazen, maar nu afhankelijk gemaakte boeren, kunnen niet voor de marktprijs werken omdat onze kostprijs daarboven ligt.

De BDB wil in een situatie komen waarin de verwerkende sector vragende partij is om het systeem te veranderen, om zo zijn winsten te consolideren. Dat kan alleen door een doordachte strategie te volgen.

Wanneer we als melkveehouder aan de zuivelindustrie duidelijk maken dat onze melkprijs te laag is, verwijst deze zuivelindustrie steeds naar de lage prijzen van drinkmelk in de winkels en groot warenhuizen (waardoor ze dus niet in staat zouden zijn meer te betalen).

Maar, drinkmelk maakt slechts 3 % uit van het totale kapitaalsvolume dat in de melkketen wordt omgezet. Met andere woorden: de overige 97 % producten van de melkstroom (kaas, boter, yoghurt, melkpoeder, room, desserten, e.d.) worden in dit debat bewust niet betrokken, terwijl net daar wél forse winsten gemaakt worden.

Bovendien wordt de consumentenprijs van drinkmelk binnen deze strategie BEWUST laag gehouden, om het hierboven beschreven mechanisme ten volle te laten spelen. Niet alleen de doorsnee consument, maar ook de meeste melkveehouders hebben van dit mechanisme helemaal geen weet.

De kapitaalkrachtige zuivelindustrie die internationaal georganiseerd is, deed er alles aan om de consument niets te laten merken van de staking. Zij kon de melkstroom voor drinkmelk intact houden. Maar drinkmelk is maar 3 procent van de melkstroom. De zuivelindustrie voert nu campagne zodat de consument alleen aan drinkmelk denkt maar ondertussen maakt de zuivelindustrie wel winst op de resterende 97 procent. Noch de boeren, noch de coöperaties hebben tot op heden gezorgd voor producten met toegevoegde waarde waaraan consumenten graag 10 tot 20 keer zoveel uitgeven als aan melk.

Dat willen we veranderen.

Anticiperen op markttrends

Het verleden geeft onze werkwijze gelijk. Landbouwsyndicaten hebben al actie gevoerd. Maar omdat de structuur niet in vraag werd gesteld, heeft dat nergens toe geleid. Meer volume draaien en zo toch nog wat verdienen bij een steeds lagere melkprijs, deze situatie willen wij verhelpen.

Als rechtstreeks belanghebbenden gaan we de verwerkende industrie nu zelf de opdracht geven producten met een hoge toegevoegde waarde op de markt te brengen. Komen de winsten (nog) niet uit de grondstof, dan gaan we de winsten genereren uit de afgewerkte producten. Wij positioneren ons bewust in het hoogste marktsegment: die van de kwaliteitsproducten, waarbinnen een eerlijke winstverdeling nog mogelijk is.

Neem enerzijds de gezonde melkdrankjes als die van Danone en Yakult: de Franse Amerikanen van Danone en de Japanners van Yakult gaan er met de winsten vandoor.

Of gewoonweg kaas: je kunt maar liefst 10 liter melk kwijt in 1 kilo. Als producenten beseffen we nu dat onze toekomst ligt in innoverende producten, waarbij de winsten in eigen regio blijven.

Anderzijds wordt de consument zich steeds meer bewust van de scheve handelsverhoudingen op de (wereld)markt. Zo zit de markt voor fairtradeproducten uit het Zuiden hier in de lift en is een steeds groter segment van de consumentenmarkt bereid de meerwaarde van kwalitatieve, eerlijke producten te vergoeden door een eerlijke prijs te betalen.

Uiteraard zijn wij ook vertrouwd met de hoeveverkoop, boerenmarkten of andere vormen van rechtstreekse verkoop aan de consument. Wij doen dat zelf al.

Maar de producent heeft zijn handen al vol aan het produceren van zijn kwalitatieve producten en de consument wil meer kant en klare maaltijden.

Er hoeft niets mis te zijn met de bestaande verkoopsstructuren. De succesvolle introductie van het Max Havelaar-keurmerk in de supermarkten heeft aangetoond dat eerlijke handel langs en in de bestaande distributie mogelijk is. Het zwakste punt is dat de producent op zichzelf niet op kan tegen de grote marktmacht van de supermarktketens. Supermarkten werken internationaal samen, terwijl dat aan de producentenkant amper gebeurt. Daardoor kunnen grootwinkelbedrijven bepalen wat er tegen welke prijs in de schappen komt. Ook in de tussenhandel en tussen de traditionele coöperaties vinden steeds meer fusies plaats. Door samen te gaan werken met de distributiesector en eigen producten in de rekken te plaatsen kunnen we de fouten uit het systeem halen en de winsten evenredig gaan verdelen. Naïef? Niet echt, want we hebben onze eerste voet al binnen in een belangrijke supermarktketen. Zij beseffen dat de consument dit gaat belonen.

Concurrentie

Wij gaan in eerste instantie niet uit van de concurrentie, maar van de eigen kracht. “Fair Dairy Products” is een sterk merk. De distributiesector komt onder steeds grotere maatschappelijke en politieke druk te staan om maatschappelijk verantwoord te ondernemen.

Onze producten worden gezien als een manier om te bewijzen dat het hun menens is met het ethische imago dat ze zich steeds meer blijken willen aan te meten. In gesprekken die we binnen de marketingsector hebben, wordt ons merk nu al vergeleken met (een voor de rest in niets te vergelijken merk) “Red Bull”.

Om het met de woorden van Lily Deforce, algemeen directeur bij Max Havelaar Belgium, te zeggen: “Supermarkten kunnen op deze manier een bijdrage leveren aan meer eerlijke handel, het geeft invulling aan hun wens naar meer maatschappelijk verantwoord ondernemen, en aan de wens van de klant voor meer ethiek.”

Wat wij leerden uit de Fair Trade.

Twee voorbeelden uit de fair trade met het Zuiden, die bewijzen dat het mogelijk is om langs de supermarkten ook de zuivelindustrie te doen bewegen naar faire handel:

1. De acties van de vrijwilligersbeweging Oxfam Wereldwinkels in de jaren negentig van vorige eeuw en de introductie van bananen met het Max Havelaar-keurmerk hebben aangetoond dat dit een multinationaal voedingsbedrijf als Chiquita ethischere paden kan doen bewandelen. Het fairtradegedachtegoed heeft de markt aangestuurd en de multinational tot een ethischer antwoord gedwongen.

2. In Groot-Brittanië heeft de Ghanese cacaocoöperatieve “Kuapa Kokoo” (met haar 45 000 leden) met groot succes twee eigen merken, Divine en haar zustermerk Dubble, in de markt gezet. Het promoot haar eigen merk op zich, maar ook de fairtradegedachte in het algemeen en zet zo grote chocolademerken aan zich tot fair trade te bekeren.

Grote supermarktketens zetten er, door hun unieke in -en verkoopspositie, merken en industrie aan tot meer eerlijke handel door resoluut de voorkeur te geven aan producten uit de fair trade.

III – Verantwoording

Wat door fair trade in gang is gezet, laat zich het beste omschrijven als een geleidelijke overgang van de pure markteconomie naar een verdragseconomie. Maar anders als bij producentenkartels worden de hogere prijzen voor de producenten niet achter de rug van de
consumenten om, maar op basis van wederzijdse overeenstemming vastgesteld.

De idee wint veld om het concept fair trade te verbreden: van een focus op eerlijke Noord-Zuid handel naar eerlijke regionale handelsmarkten, zowel in het Zuiden als in het Noorden.

Lokale landbouwalternatieven in het Noorden kunnen ook voorbeelden zijn van eerlijke handel, wordt gesteld. Het fairtradeconcept, vandaag enkel gebruikt voor producten uit het Zuiden, kan uitbreiden tot duurzame productieketens in het Noorden. Daar horen ook Vlaamse boeren bij, vindt bijvoorbeeld Vredeseilanden.

Dat vinden wij logisch. Bij de prijstoeslag die gehanteerd wordt bij de eerlijke handel voelen immers de consumenten én producenten zich
verantwoordelijk voor elkaar. De gevolgen van oneerlijke handelsverhoudingen voor de producenten in het Zuiden blijven voor de Belgische consumenten echter veelal onzichtbaar. Door ook Belgische producenten een plaats te geven binnen de fair trade kunnen we dit verhaal een nog beter gezicht geven. Verder is het vinden van “faire” afzetkanalen ook voor familiale boeren hier dikwijls een uitdaging.

Maar is het zinvol om ook hier over “fair trade” te spreken, dezelfde fair-trade criteria te hanteren, waar de uitdagingen op het vlak van duurzame landbouw en vermarkting hier van een andere orde zijn dan in het Zuiden? Wij geloven van wel. Eerlijke handel is ook voor boeren hier een belangrijk thema, niet alleen naar eigen inkomen toe maar ook solidariteit tussen boeren hier en boeren in het zuiden is voor hen belangrijk en wordt dikwijls over het hoofd gezien.

Hoe wij willen samenwerken met de fairtradebeweging

Oxfam-Wereldwinkels verkoopt chocomelk. Wij zijn bereid hierrond samen te werken.

Verder hebben wij reeds onze diensten en samenwerking aangeboden aan de campagne FairTradeGemeenten (FTG) en deze heeft hier positief op gereageerd. Bij deze verbinden wij ons als Belgian Dairy Board ertoe om het zesde criterium van de FTG-campagne mee te versterken. Concreet verplichten onze leden zich ertoe, door lid te zijn van BDB, om waar er in hun gemeente FTG-trekkersgroepen zijn, hiermee te gaan samen werken. Wij geloven dat dit een stevige boost kan geven aan het verwezenlijken en duurzaam voortzetten van initiatieven van dit criterium.

Om FairTradeGemeente te worden, wordt in de gemeente een nieuw initiatief gelanceerd dat lokale consumptie en productie van duurzame voedingsproducten stimuleert. Er wordt over dit initiatief duidelijk gecommuniceerd. Om de titel te behalen én te behouden, wordt ofwel een meerjareninitiatief (*) opgestart, ofwel een kortlopend project met garanties dat er jaarlijks een nieuw initiatief genomen zal worden dat duurzaam consumeren en produceren aanmoedigt.

(*) een initiatief dat duurzaam consumeren en produceren gedurende meerdere jaren promoot. Ter ondersteuning van dit meerjarenplan wordt op regelmatige tijdstippen duidelijk over initiatief gecommuniceerd.

Daarnaast hebben we afspraken gemaakt met Oxfam-Solidariteit België in Brussel. Zij hebben zich de voorbije twee jaar ingewerkt in het melkdossier.

Aangezien de campagne van Oxfam-Solidariteit over een betere toekomst voor de boeren in Zuid én Noord gaat, lag een samenwerking voor de hand. Op Pukkelpop (Kiewit-Hasselt) kregen de Oxfam-campagneteams
van “Stop de koehandel met melk!?”
de steun van de Belgian Dairy Board. Hier haalden we al veel pers. Maar wij zullen elkaar blijven versterken door het verder in kaart brengen van de malversaties in de
zuivelsector en elkaars acties in deze ondersteunen. Want laten we duidelijk wezen, ook wij worden ziek van de overschotten (die wij omwille van de marktsituatie gedwongen zijn te produceren) welke vanuit Europa in Afrika worden gedumpt onder de vorm van goedkoop melkpoeder.

Wij zijn zondermeer solidair met de Afrikaanse melkboeren, die door dit systeem van oneerlijke handel uit de markt worden geduwd. Wanneer Manneke Pis op 30 mei j.l. melk piste omwille van de in Afrika door de wereldmarkt veroorzaakte problemen, waren wij erbij om Dierenartsen zonder Grenzen hierin te steunen.

Mondiale eerlijke handel: van “transfair” naar “regiofair”

In tijden van globalisering heeft iedere vermenging van staats- en economische belangen catastrofale gevolgen. Hybride structuren zoals de WTO, waar politieke vertegenwoordigers over economische vragen zoals subsidies en importheffingen beslissen, hebben tot escalatie van de spanningen tussen Noord en Zuid geleid. Een alternatief daarvoor is een regionale fair trade, waar prijsproblemen tussen producenten en consumenten – dat wil zeggen binnen de economie zelf – met wederzijds goedvinden opgelost worden. In Duitsland werd voor de mondiale eerlijke handel de term “transfair” uitgevonden. Hoe zou het zijn, wanneer wij – als uitbreiding daarvan – van “regiofair” zouden spreken?

Meer prijstransparantie

De naam regiofair alleen is niet genoeg. De Europese consument associeert ontwikkelingslanden spontaan met armoede. De situatie van de eigen landbouw stelt hij zich beduidend minder dramatisch voor. Hij ziet daar niet zo gemakkelijk de noodzaak om niet alleen naar het eigen belang te kijken. Maar wat als hem de cijfers ter inzage gelegd zouden worden?

Wij consumenten zijn met zijn allen meesters op het gebied van de prijsvergelijking. Tot nu toe kunnen wij echter alleen eindprijzen vergelijken. Geheel anders zou het zijn, wanneer naast de winkelprijs nog aangegeven zou worden welk aandeel daarin de boeren, verwerkende industrie, transport, groothandel en detailhandel hebben.

Bij een dergelijke prijstransparantie laat zich snel vaststellen of de prijs niet toevallig ten koste van de lokale boeren verlaagd is. Dat zou nog eens “consumentenopvoeding” zijn. Wel, precies dat is wat we gaan doen.

De woorden van Dirk Barrez indachtig

Een van de zwakke kanten van de fairtradebeweging is dat ze tot nu toe vooral focust op de handelsrelaties tussen rijke en arme landen, gemakshalve aangeduid als Noord en Zuid. Er is wel
een evolutie naar ecologische duurzaamheid en dus ontdekt deze beweging het belang van een lokale korteketenproductie. Voor een goed begrip, lokaal kan variëren van werkelijk heel dichtbij tot zelfs een bijna continentale markt.

Zeker in het Zuiden lijkt de eerlijke handelsbeweging die lokale handel als fair trade te omarmen. Maar als het in het Noorden om kort keten gaat, wil men daar niet meteen de term fair trade op kleven. Toch is er geen fundamenteel verschil. De fairtradebeweging zal goed haar huiswerk moeten maken.

Bron : het boek “Koe 80 heeft een probleem” door Dirk Barrez

Tot slot over de definitie van Fair Trade

De enige definitie die unaniem door alle fairtrade-actoren wordt erkend, is erg kort – minder dan een halve bladzijde – en werd in 2001 door de fairtrade-organen, verenigd in de internationale FINE-groep (informeel netwerk dat in 1998 werd opgericht en waarin de vertegenwoordigers van Fair Trade-netwerken elkaar ontmoeten voor de uitwisseling van informatie en de coördinatie van de activiteiten), goedgekeurd.

“Fair Trade is een handelspartnerschap, gebaseerd op dialoog, transparantie en respect, dat streeft naar meer gelijkheid in de internationale handel. Het draagt bij tot duurzame ontwikkeling door betere handelsvoorwaarden aan te bieden aan en de rechten te verzekeren van gemarginaliseerde producenten en arbeiders, vooral in het Zuiden.”

Deze definitie vermeldt nergens een expliciete verwijzing naar “het Zuiden”. Wij mogen ons dus aangesproken worden!

IV – Commercieel en technisch onderzoek + marketingplan

Dit deel werd gedetailleerd voorgesteld aan de jury van de Fair Trade Award. Omwille van privacy- en commerciële redenen geven we het hier echter niet vrij.

marketingsuggesties, aflevering 8: Peter Boonen steekt fair trade met Noord én Zuid in een yoghurtpotje

leave a comment »

Lees ook op deze blog: Peter Boonen en zijn Achelse Blauwe

het gaat goed met kaasmaker Peter Boonen van Catharinadal

Dit artikel verscheen in W2, het magazine voor de Wereldwinkeliers, mei 2011.

KLIK OP BLADZIJDE VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

KLIK OP BLADZIJDE VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

HET BEELD WAARMEE DE CAMPAGNE 'IK BEN VERKOCHT' MEE WERD OP GANG GESCHOTEN

VANDAAG HEET DEZE CAMPAGNE 'FAIRTRADEGEMEENTE; PETER IS ACTIEF IN HAMONT-ACHEL

“de onzekere melkmarkt” – uit Retail-magazine november 2010

with one comment

Uit de “Retail” van november 2010. Gewoon ter documentatie.
Verder zonder eigen commentaar. We hebben het hier al vaak genoeg over MELK gehad.

Op VILT.be kan je de laatste ontwikkelingen in deze verder volgen.

KLIK OP DE AFBEELDING VOOR BETER LEESBARE WEERGAVE

Written by hallometsteven

november 26, 2010 at 2:07 pm

Geplaatst in MELK

Tagged with , , , ,

Europa en Colombia: de melkbrigade – fairtraders en europese boerenbelangenbehartigers zwijgen over internationaal symbooldossier

with 3 comments

Op de website van de Oxfam-Wereldwinkels staat een interessant persbericht onder de titel “Europees Parlement vraagt Europese Commissie om fair trade in openbare aanbestedingen aan te moedigen“.

Het artikel begint met deze alinea:

18 mei 2010 (Brussel) – Het Europees Parlement doet een duidelijke oproep in het vandaag gepubliceerde rapport ‘New developments in public procurement (Nieuwe ontwikkelingen in openbare aanbestedingen)’. Het parlement zet de Europese Commissie onder druk om fair trade in openbare aanbestedingen aan te moedigen. De fairtradebeweging juicht deze oproep toe en wacht op resultaten van de Commissie.

Het persbericht eindigt met de alinea:

De fairtradebeweging kijkt uit naar een verdere samenwerking met Europese instellingen, Europese lidstaten en lokale en regionale instellingen met als doel het verbeteren van de levensomstandigheden van achtergestelde producenten in het Zuiden.

Probleempje: Europa wil eigenlijk he-le-maaaaal géén fair trade…

Lees het bericht uit Colombia, dat ik ontving van vriend Marc:

hoe het Europese landbouwbeleid eerst het aantal melkveehouders in Europa deed verminderen en nu de aanval inzet op de Colombiaanse zuivelboeren

Vorige week [i.e. eind februari 2010, red.] is een vrijhandelsovereenkomst ondertekend tussen de Europese Unie en Colombia [link naar vilt.be – in oktober 2010 verscheen daar een update: EU-parlement stelt eisen aan Mercosur-akkoord, red.]. Deze overeenkomst laat de Europese unie toe een gedeelte van haar melkoverschot te dumpen op de Colombiaanse markt. Gelijk kwamen in 7 verschillende steden de Colombiaanse landbouwers op straat om het niet ratificeren van dit akkoord te eisen. Ook de melkindustrie, bij monde van Colantavoorzitter Jenaro Perez liet weten niet happy te zijn met het akkoord. Vraag is dan wie heeft er baat bij de import van melk en melkpoeder uit de Europese Unie?

De kleine boeren zijn allang uitgespeeld door de nationale industrie. Sinds het verbod op het transport en verkoop van rauwe melk zijn ze aangewezen op lokale opkopers om hun minime hoeveelheden melk kwijt te geraken. De middelgrote en grote melkbedrijven verkopen hun melk aan de goed georganiseerde melkindustrie. Die is in handen van een beperkt aantal bedrijven, zoals Colácteos, Alquería, Alpina y Colanta.

Colanta is de grootste opkoper van melk. Via haar koeltankketen komen dagelijks meer dan 2 miljoen liter de fabriek binnen. Het is een niet onbelangrijk bedrijf dat aan 4800 arbeiders rechtstreeks werk verschaft. De indirecte tewerkstelling wordt op 180.000 eenheden geschat. Het gaat het bedrijf voor de wind, in 2000 bedroeg de omzet meer dan 200 miljoen euro. Melkproducten hebben in Colombia een hoge toegevoegde waarde. Er wordt veel winst gemaakt. Slechts 40% van de prijs aan consument gaat naar de producent en daarmee scoort Colombia het slechtst in de regio. Ter vergelijking in Costa Rica is dat 70%. (Bron:Virtualpro, 20 mayo 2010.)

Meer dan 10% van de omzet is export. Venezuela en de Verenigde staten zijn klassieke bestemmingen van Colombiaanse melkproducten. Er bestaan reeds exporten naar Aruba, Canada, Costa Rica, Cuba, Ecuador, Marokko en Bangladesh . De export betreft vooral gerijpte kazen en melkpoeder. Sinds maart komt daar ook Chili bij. De Colombiaanse industrie werd goedbevonden volgens de Chileense standaarden.. Maar de sector moet ook naar andere markten uitkijken, aldus vertegenwoordiger Plata, onder andere de Mexicaanse, en zelfs de Russische.

Jenaro Pérez Gutiérrez sprak zich uit tegen dit handelsakkoord. Het lijkt dat hij spreekt met gespleten tong. In de praktijk zal Colanta profiteren van de import van een goedkope grondstof, die dient in menig afgewerkt product voor zijn export. Op termijn zal de prijs van de melk op de Colombiaanse markt dalen. De hoge aankoopprijs van nationale melk is steeds een struikelblok geweest voor de expansie van de export, aldus de voorzitter. Exporteren naar de EU is dan wel onmogelijk wegens de subsidiepolitiek, maar de Colombiaanse melkindustrie zal profiteren van de import van een goedkope grondstof.
De melkpoederverwerkende bedrijven kunnen niet wachten op de goedkeuring van het akkoord in de kamer van volksvertegenwoordigers. De distributiesector verzet een niet onaardige hoeveelheid melkpoeder. Carrefour doet het in Europa dan wel minder goed, in Colombia is het sinds 1998 het snelst groeiende bedrijf. Op minder dan 10 jaar werden 60 filialen opgericht in 28 verschillende steden.

Door de import van goedkope melk en melkpoeder zal de prijs van de melk dalen. In Colombia betaalt men 38 dollarcent aan de boer. In Argentinië is dat slechts 20 dollarcent. De melkindustrie krijgt hier een aardig duwtje in de rug in haar pogingen om de prijs aan de boer naar beneden te halen en haar concurrentiepositie op de regionale markt te verstevigen. Een aantal middelgrote melkbedrijven zal er het bijltje moeten bij neerleggen. De exodus naar de stad zal vergroten wegens gebrek aan werkgelegenheid op het platteland.

De vertegenwoordiging van de melkproducerende boeren in het parlement is niet onaardig. De kans dat dit handelsakkoord er niet komt hangt van hen af. Maar ook de melkindustrie heeft zijn parlementaire aanhang. Pittig detail: president Uribe is aandeelhouder van Colanta. Kijken wie het haalt.
Wie de geschiedenis van de Europese boeren kent, ziet gelijkenissen met wat gebeurt in Colombia . Het Europese landbouwbeleid heeft het aantal boeren steeds doen afnemen. Of dit een positieve evolutie is geweest weten de boeren op de Champs Elysées ons wel te vertellen.

Marc Leyman

Written by hallometsteven

mei 25, 2010 at 10:29 am