regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

Archive for the ‘marketingsuggesties’ Category

de faire melk: Nederland doet wat Vlaanderen niet (ver)mocht – deel 1

leave a comment »

In Nederland startte C1000 maandag 7 november 2011 met de verkoop van ‘De faire melk’ dagverse Fairtrade Chocolademelk. Dit is de eerste fairtradechocolademelk in de supermarkt. De faire melk is een initiatief van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV). Zie ook hun facebook-pagina.

Door het kopen van De faire melk Fairtrade Chocolademelk zorgen klanten ervoor dat koeien gegarandeerd weidegang hebben en de Nederlandse deelnemende boeren een meerprijs voor hun melk krijgen. Bovendien ontvangen boeren in derdewereldlanden een eerlijke prijs voor de cacao (Peru) en de rietsuiker (Mauritius) die in de chocolademelk is verwerkt.

wat vooraf ging in België

Op 10 oktober 2008 werden de derde BE FAIR Awards uitgereikt. De winnaars gingen elk naar huis met een chèque van 5.000 Euro. De Limburgse melkveehouder Johan Janssen uit Opglabbeek stuurde onderstaand kandidaat-dossier in voor de Belgian Dairy Board.

De Belgian Dairy Board vertegenwoordigde 1800 melkproducenten. BDB klaagde de uitbuiting aan van de zuivelindustrie, die de melkproducenten een zulke lage prijs betaalt dat zelfs de productiekosten niet gedekt zijn – hetzelfde verhaal dus dat de Noord-Zuid beweging inspireerde tot de ontwikkeling van Fair Trade. BDB wilde middelen verzamelen om het nieuwe merk “Fair Dairy Products” – een gamma zuivelproducten waar de melkproducent een faire prijs voor zou krijgen te lanceren.

Het dossier werd weerhouden… maar kwam niet in aanmerking voor de Award. Helaas waren ook de Oxfam-Wereldwinkels, noch Max Havelaar gecharmeerd en stierf het initiatief een stille dood.
Enkele initiatieven uit andere hoeken zagen het licht, echter geen van alle met de impact die dit plan had kunnen verwezenlijken. In Nederland neemt Max Havelaar nu dus gelukkig wél de handschoen op.

  1. Délimel: 18 Belgische melkveebedrijven gaan zelf melk verkopen aan Lidl en Champion
  2. Galaxy: Colruyt verkoopt verse melk van drie landbouwers
  3. Fairebel: slap afkooksel van faire melk zónder Max Havelaar-keurmerk

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

I – Voorstelling van het dossier

Ontstaan

Met 4,5 miljard euro bereikte de omzet van de zuivelindustrie in 2007 een nooit eerder geziene piek, ongeveer een vijfde hoger dan het jaar voordien.

De export groeide met 23 procent tot 2,3 miljard euro. De uitvoer naar derde landen steeg zelfs met 73 procent tot ongeveer 400 miljoen euro. Maar wie hoog klimt, kan laag vallen. En dat valt vooral de boeren heel zwaar.

De BDB wil de zuivelorganisaties laten weten dat de melkveehouders niet langer het verlies willen lijden zonder dat de toevoer van (goedkope) melk in het gedrang komt. (Wij verliezen nu tussen de 6 en 25 procent op ons product)

De BDB vertegenwoordigt vandaag meer dan 1800 van de 7000 Belgische melkproducenten. De BDB is er voor en door de melkveehouders.

Wij staan in het beroep en in de organisatie. Daarom is het bijzonder belangrijk dat wij ons zo organiseren dat we in permanent overleg kunnen werken met zoveel mogelijk leden, in zo professioneel mogelijke omstandigheden. Deze manier van werken onderscheidt de BDB volledig van alle andere zogezegd vertegenwoordigers van de melkproducenten.

Op 30 mei 2008 organiseerden de Belgische melkveehouders in alle provincies manifestaties om aan te tonen dat zonder bemiddeling hun beroep en producten binnen enkele jaren zullen verdwijnen. Onder het oog van nationale en regionale media brachten vertegenwoordigers van de BDB hun standpunten over aan de massaal opgekomen politici.

Eerste minister Yves Leterme beloofde ondertussen om een einde te maken aan de oneerlijke winstverdeling in de voedselketen. Zijn beloftes komen deels tegemoet aan de BDB -doelstellingen. Hij deed zijn uitspraken op de actiedag voor faire land- en tuinbouwprijzen op 18 juni in Brussel.

Leterme beloofde om een prijzenobservatorium in het leven te roepen en snel werk te maken van meer prijs- en winsttransparantie in de voedselketen. Er is al tien tot vijftien jaar sprake van een oneerlijke winstverdeling, waarbij de basisproducent systematisch tekort wordt gedaan.

De BDB stelt vandaag vast dat:

  • Melkerijen economisch gestuurd worden vanuit:
    • – de zuivelproducenten
    • – de transportindustrie
    • – de groothandel
    • – de supermarkten en detailhandels
  • En dat bij dezen ook de bewust unfaire en scheefgegroeide winst ligt.

De boeren moeten voor eigen distributie gaan zorgen

De door ons aangestelde bazen, de coöperaties, blijken niet in de positie om melk tegen aan kostendekkende prijzen te verhandelen. Wij, de eigenlijke bazen, maar nu afhankelijk gemaakte boeren, kunnen niet voor de huidige marktprijs werken omdat onze kostprijs daarboven ligt.

De BDB weet dat een oplossing alleen gevonden kan worden door een samenwerking tussen alle spelers in de markt. Daarom geeft de BDB de aanstoot tot een zodanige samenwerking, door zelf eindproducten, door middel van een nieuw bedrijf in oprichting “Fair Dairy Products?”, in de markt te gaan zetten en die zal aantonen dat een faire melkmarkt mogelijk is. Hierbij is de melkproducent niet langer afhankelijk van de volatiele marktprijs die hij voor zijn basisproduct (de ruwe melk) krijgt en waar hij geen greep op heeft, maar zal hij mee profiteren van de marges die in de detailhandel worden gegenereerd uit afgewerkte zuivelproducten.

Het doel zal bereikt worden omdat noch consument, noch de producent de rekening moet betalen van een scheefgegroeide situatie. Er wordt immers genoeg geld verdiend in de zuivelketen, het is alleen slecht verdeeld. Dat is de boodschap die wij de eindconsument zullen meegeven via de producten, die wij hem via de gewone distributiekanalen (de supermarkten) zullen aanbieden.

De BDB herhaalt het steeds weer. We willen veranderingen bekomen door inzicht te verlenen en begrip te wekken.

Tijdens onze acties ter gelegenheid van de Wereldmelkdag op 30 mei laatsT leden heeft BDB duidelijk gezegd dat de faire melkprijs niét betekent dat de consument meer zal moeten betalen. Wat ons momenteel te weinig betaald wordt – om die faire melkprijs te realiseren – kan volgens ons probleemloos gehaald worden uit de overwinsten die in de zuivelindustrie gemaakt worden. Ook dat zullen we aantonen door onze producten in de winkelrekken te zetten.

Troeven

  • Wij kiezen voor de dialoog en samenwerking met de industrie en de samenleving. Een diepgaande studie van de winsten die gemaakt worden in de keten, geeft de BDB een uitgebreide kennis van de melkketen.
  • Wij zijn rechtstreeks belanghebbenden in het prijsverhaal en alzo werklustig en strijdvaardig.
  • Wij geven de consument terug een gezicht bij de zuivelproducten die hij koopt door de inplanting van onze bedrijven in het landschap kunnen we onze boodschap, door het toepassen vang “guerrillamarketing” voortdurend en effectief overbrengen.

Kortom, onze strategische doelstellingen zijn

  • een kostendekkende melkprijs,
  • een faire prijs voor een fair product,
  • eerlijke informatie aan de consument.

II . Belangrijkste sector waarin de activiteit ontwikkeld wordt en onderzoek van de markt

Als consument heeft men er belang bij om zo goedkoop mogelijk in te kopen. Dit kan echter snel ten koste gaan van de producent. Bijzonder duidelijk wordt dit zichtbaar bij het steeds verder dalende inkomen van de boeren in de ontwikkelingslanden. Hier hebben de consumenten gereageerd en kiezen in versterkte mate voor produkten uit de “eerlijke” handel de zgn. “fair trade”. In Europa zijn echter ook boeren. Waarom zouden zij ook niet van de eerlijke handel profiteren?

De huidige zuivelmarkt: 3% ten opzichte van 97%

De door ons aangestelde bazen van, de coöperaties, blijken niet in de
positie om melk tegen een kostendekkende prijs weg te krijgen. Wij, de eigenlijke bazen, maar nu afhankelijk gemaakte boeren, kunnen niet voor de marktprijs werken omdat onze kostprijs daarboven ligt.

De BDB wil in een situatie komen waarin de verwerkende sector vragende partij is om het systeem te veranderen, om zo zijn winsten te consolideren. Dat kan alleen door een doordachte strategie te volgen.

Wanneer we als melkveehouder aan de zuivelindustrie duidelijk maken dat onze melkprijs te laag is, verwijst deze zuivelindustrie steeds naar de lage prijzen van drinkmelk in de winkels en groot warenhuizen (waardoor ze dus niet in staat zouden zijn meer te betalen).

Maar, drinkmelk maakt slechts 3 % uit van het totale kapitaalsvolume dat in de melkketen wordt omgezet. Met andere woorden: de overige 97 % producten van de melkstroom (kaas, boter, yoghurt, melkpoeder, room, desserten, e.d.) worden in dit debat bewust niet betrokken, terwijl net daar wél forse winsten gemaakt worden.

Bovendien wordt de consumentenprijs van drinkmelk binnen deze strategie BEWUST laag gehouden, om het hierboven beschreven mechanisme ten volle te laten spelen. Niet alleen de doorsnee consument, maar ook de meeste melkveehouders hebben van dit mechanisme helemaal geen weet.

De kapitaalkrachtige zuivelindustrie die internationaal georganiseerd is, deed er alles aan om de consument niets te laten merken van de staking. Zij kon de melkstroom voor drinkmelk intact houden. Maar drinkmelk is maar 3 procent van de melkstroom. De zuivelindustrie voert nu campagne zodat de consument alleen aan drinkmelk denkt maar ondertussen maakt de zuivelindustrie wel winst op de resterende 97 procent. Noch de boeren, noch de coöperaties hebben tot op heden gezorgd voor producten met toegevoegde waarde waaraan consumenten graag 10 tot 20 keer zoveel uitgeven als aan melk.

Dat willen we veranderen.

Anticiperen op markttrends

Het verleden geeft onze werkwijze gelijk. Landbouwsyndicaten hebben al actie gevoerd. Maar omdat de structuur niet in vraag werd gesteld, heeft dat nergens toe geleid. Meer volume draaien en zo toch nog wat verdienen bij een steeds lagere melkprijs, deze situatie willen wij verhelpen.

Als rechtstreeks belanghebbenden gaan we de verwerkende industrie nu zelf de opdracht geven producten met een hoge toegevoegde waarde op de markt te brengen. Komen de winsten (nog) niet uit de grondstof, dan gaan we de winsten genereren uit de afgewerkte producten. Wij positioneren ons bewust in het hoogste marktsegment: die van de kwaliteitsproducten, waarbinnen een eerlijke winstverdeling nog mogelijk is.

Neem enerzijds de gezonde melkdrankjes als die van Danone en Yakult: de Franse Amerikanen van Danone en de Japanners van Yakult gaan er met de winsten vandoor.

Of gewoonweg kaas: je kunt maar liefst 10 liter melk kwijt in 1 kilo. Als producenten beseffen we nu dat onze toekomst ligt in innoverende producten, waarbij de winsten in eigen regio blijven.

Anderzijds wordt de consument zich steeds meer bewust van de scheve handelsverhoudingen op de (wereld)markt. Zo zit de markt voor fairtradeproducten uit het Zuiden hier in de lift en is een steeds groter segment van de consumentenmarkt bereid de meerwaarde van kwalitatieve, eerlijke producten te vergoeden door een eerlijke prijs te betalen.

Uiteraard zijn wij ook vertrouwd met de hoeveverkoop, boerenmarkten of andere vormen van rechtstreekse verkoop aan de consument. Wij doen dat zelf al.

Maar de producent heeft zijn handen al vol aan het produceren van zijn kwalitatieve producten en de consument wil meer kant en klare maaltijden.

Er hoeft niets mis te zijn met de bestaande verkoopsstructuren. De succesvolle introductie van het Max Havelaar-keurmerk in de supermarkten heeft aangetoond dat eerlijke handel langs en in de bestaande distributie mogelijk is. Het zwakste punt is dat de producent op zichzelf niet op kan tegen de grote marktmacht van de supermarktketens. Supermarkten werken internationaal samen, terwijl dat aan de producentenkant amper gebeurt. Daardoor kunnen grootwinkelbedrijven bepalen wat er tegen welke prijs in de schappen komt. Ook in de tussenhandel en tussen de traditionele coöperaties vinden steeds meer fusies plaats. Door samen te gaan werken met de distributiesector en eigen producten in de rekken te plaatsen kunnen we de fouten uit het systeem halen en de winsten evenredig gaan verdelen. Naïef? Niet echt, want we hebben onze eerste voet al binnen in een belangrijke supermarktketen. Zij beseffen dat de consument dit gaat belonen.

Concurrentie

Wij gaan in eerste instantie niet uit van de concurrentie, maar van de eigen kracht. “Fair Dairy Products” is een sterk merk. De distributiesector komt onder steeds grotere maatschappelijke en politieke druk te staan om maatschappelijk verantwoord te ondernemen.

Onze producten worden gezien als een manier om te bewijzen dat het hun menens is met het ethische imago dat ze zich steeds meer blijken willen aan te meten. In gesprekken die we binnen de marketingsector hebben, wordt ons merk nu al vergeleken met (een voor de rest in niets te vergelijken merk) “Red Bull”.

Om het met de woorden van Lily Deforce, algemeen directeur bij Max Havelaar Belgium, te zeggen: “Supermarkten kunnen op deze manier een bijdrage leveren aan meer eerlijke handel, het geeft invulling aan hun wens naar meer maatschappelijk verantwoord ondernemen, en aan de wens van de klant voor meer ethiek.”

Wat wij leerden uit de Fair Trade.

Twee voorbeelden uit de fair trade met het Zuiden, die bewijzen dat het mogelijk is om langs de supermarkten ook de zuivelindustrie te doen bewegen naar faire handel:

1. De acties van de vrijwilligersbeweging Oxfam Wereldwinkels in de jaren negentig van vorige eeuw en de introductie van bananen met het Max Havelaar-keurmerk hebben aangetoond dat dit een multinationaal voedingsbedrijf als Chiquita ethischere paden kan doen bewandelen. Het fairtradegedachtegoed heeft de markt aangestuurd en de multinational tot een ethischer antwoord gedwongen.

2. In Groot-Brittanië heeft de Ghanese cacaocoöperatieve “Kuapa Kokoo” (met haar 45 000 leden) met groot succes twee eigen merken, Divine en haar zustermerk Dubble, in de markt gezet. Het promoot haar eigen merk op zich, maar ook de fairtradegedachte in het algemeen en zet zo grote chocolademerken aan zich tot fair trade te bekeren.

Grote supermarktketens zetten er, door hun unieke in -en verkoopspositie, merken en industrie aan tot meer eerlijke handel door resoluut de voorkeur te geven aan producten uit de fair trade.

III – Verantwoording

Wat door fair trade in gang is gezet, laat zich het beste omschrijven als een geleidelijke overgang van de pure markteconomie naar een verdragseconomie. Maar anders als bij producentenkartels worden de hogere prijzen voor de producenten niet achter de rug van de
consumenten om, maar op basis van wederzijdse overeenstemming vastgesteld.

De idee wint veld om het concept fair trade te verbreden: van een focus op eerlijke Noord-Zuid handel naar eerlijke regionale handelsmarkten, zowel in het Zuiden als in het Noorden.

Lokale landbouwalternatieven in het Noorden kunnen ook voorbeelden zijn van eerlijke handel, wordt gesteld. Het fairtradeconcept, vandaag enkel gebruikt voor producten uit het Zuiden, kan uitbreiden tot duurzame productieketens in het Noorden. Daar horen ook Vlaamse boeren bij, vindt bijvoorbeeld Vredeseilanden.

Dat vinden wij logisch. Bij de prijstoeslag die gehanteerd wordt bij de eerlijke handel voelen immers de consumenten én producenten zich
verantwoordelijk voor elkaar. De gevolgen van oneerlijke handelsverhoudingen voor de producenten in het Zuiden blijven voor de Belgische consumenten echter veelal onzichtbaar. Door ook Belgische producenten een plaats te geven binnen de fair trade kunnen we dit verhaal een nog beter gezicht geven. Verder is het vinden van “faire” afzetkanalen ook voor familiale boeren hier dikwijls een uitdaging.

Maar is het zinvol om ook hier over “fair trade” te spreken, dezelfde fair-trade criteria te hanteren, waar de uitdagingen op het vlak van duurzame landbouw en vermarkting hier van een andere orde zijn dan in het Zuiden? Wij geloven van wel. Eerlijke handel is ook voor boeren hier een belangrijk thema, niet alleen naar eigen inkomen toe maar ook solidariteit tussen boeren hier en boeren in het zuiden is voor hen belangrijk en wordt dikwijls over het hoofd gezien.

Hoe wij willen samenwerken met de fairtradebeweging

Oxfam-Wereldwinkels verkoopt chocomelk. Wij zijn bereid hierrond samen te werken.

Verder hebben wij reeds onze diensten en samenwerking aangeboden aan de campagne FairTradeGemeenten (FTG) en deze heeft hier positief op gereageerd. Bij deze verbinden wij ons als Belgian Dairy Board ertoe om het zesde criterium van de FTG-campagne mee te versterken. Concreet verplichten onze leden zich ertoe, door lid te zijn van BDB, om waar er in hun gemeente FTG-trekkersgroepen zijn, hiermee te gaan samen werken. Wij geloven dat dit een stevige boost kan geven aan het verwezenlijken en duurzaam voortzetten van initiatieven van dit criterium.

Om FairTradeGemeente te worden, wordt in de gemeente een nieuw initiatief gelanceerd dat lokale consumptie en productie van duurzame voedingsproducten stimuleert. Er wordt over dit initiatief duidelijk gecommuniceerd. Om de titel te behalen én te behouden, wordt ofwel een meerjareninitiatief (*) opgestart, ofwel een kortlopend project met garanties dat er jaarlijks een nieuw initiatief genomen zal worden dat duurzaam consumeren en produceren aanmoedigt.

(*) een initiatief dat duurzaam consumeren en produceren gedurende meerdere jaren promoot. Ter ondersteuning van dit meerjarenplan wordt op regelmatige tijdstippen duidelijk over initiatief gecommuniceerd.

Daarnaast hebben we afspraken gemaakt met Oxfam-Solidariteit België in Brussel. Zij hebben zich de voorbije twee jaar ingewerkt in het melkdossier.

Aangezien de campagne van Oxfam-Solidariteit over een betere toekomst voor de boeren in Zuid én Noord gaat, lag een samenwerking voor de hand. Op Pukkelpop (Kiewit-Hasselt) kregen de Oxfam-campagneteams
van “Stop de koehandel met melk!?”
de steun van de Belgian Dairy Board. Hier haalden we al veel pers. Maar wij zullen elkaar blijven versterken door het verder in kaart brengen van de malversaties in de
zuivelsector en elkaars acties in deze ondersteunen. Want laten we duidelijk wezen, ook wij worden ziek van de overschotten (die wij omwille van de marktsituatie gedwongen zijn te produceren) welke vanuit Europa in Afrika worden gedumpt onder de vorm van goedkoop melkpoeder.

Wij zijn zondermeer solidair met de Afrikaanse melkboeren, die door dit systeem van oneerlijke handel uit de markt worden geduwd. Wanneer Manneke Pis op 30 mei j.l. melk piste omwille van de in Afrika door de wereldmarkt veroorzaakte problemen, waren wij erbij om Dierenartsen zonder Grenzen hierin te steunen.

Mondiale eerlijke handel: van “transfair” naar “regiofair”

In tijden van globalisering heeft iedere vermenging van staats- en economische belangen catastrofale gevolgen. Hybride structuren zoals de WTO, waar politieke vertegenwoordigers over economische vragen zoals subsidies en importheffingen beslissen, hebben tot escalatie van de spanningen tussen Noord en Zuid geleid. Een alternatief daarvoor is een regionale fair trade, waar prijsproblemen tussen producenten en consumenten – dat wil zeggen binnen de economie zelf – met wederzijds goedvinden opgelost worden. In Duitsland werd voor de mondiale eerlijke handel de term “transfair” uitgevonden. Hoe zou het zijn, wanneer wij – als uitbreiding daarvan – van “regiofair” zouden spreken?

Meer prijstransparantie

De naam regiofair alleen is niet genoeg. De Europese consument associeert ontwikkelingslanden spontaan met armoede. De situatie van de eigen landbouw stelt hij zich beduidend minder dramatisch voor. Hij ziet daar niet zo gemakkelijk de noodzaak om niet alleen naar het eigen belang te kijken. Maar wat als hem de cijfers ter inzage gelegd zouden worden?

Wij consumenten zijn met zijn allen meesters op het gebied van de prijsvergelijking. Tot nu toe kunnen wij echter alleen eindprijzen vergelijken. Geheel anders zou het zijn, wanneer naast de winkelprijs nog aangegeven zou worden welk aandeel daarin de boeren, verwerkende industrie, transport, groothandel en detailhandel hebben.

Bij een dergelijke prijstransparantie laat zich snel vaststellen of de prijs niet toevallig ten koste van de lokale boeren verlaagd is. Dat zou nog eens “consumentenopvoeding” zijn. Wel, precies dat is wat we gaan doen.

De woorden van Dirk Barrez indachtig

Een van de zwakke kanten van de fairtradebeweging is dat ze tot nu toe vooral focust op de handelsrelaties tussen rijke en arme landen, gemakshalve aangeduid als Noord en Zuid. Er is wel
een evolutie naar ecologische duurzaamheid en dus ontdekt deze beweging het belang van een lokale korteketenproductie. Voor een goed begrip, lokaal kan variëren van werkelijk heel dichtbij tot zelfs een bijna continentale markt.

Zeker in het Zuiden lijkt de eerlijke handelsbeweging die lokale handel als fair trade te omarmen. Maar als het in het Noorden om kort keten gaat, wil men daar niet meteen de term fair trade op kleven. Toch is er geen fundamenteel verschil. De fairtradebeweging zal goed haar huiswerk moeten maken.

Bron : het boek “Koe 80 heeft een probleem” door Dirk Barrez

Tot slot over de definitie van Fair Trade

De enige definitie die unaniem door alle fairtrade-actoren wordt erkend, is erg kort – minder dan een halve bladzijde – en werd in 2001 door de fairtrade-organen, verenigd in de internationale FINE-groep (informeel netwerk dat in 1998 werd opgericht en waarin de vertegenwoordigers van Fair Trade-netwerken elkaar ontmoeten voor de uitwisseling van informatie en de coördinatie van de activiteiten), goedgekeurd.

“Fair Trade is een handelspartnerschap, gebaseerd op dialoog, transparantie en respect, dat streeft naar meer gelijkheid in de internationale handel. Het draagt bij tot duurzame ontwikkeling door betere handelsvoorwaarden aan te bieden aan en de rechten te verzekeren van gemarginaliseerde producenten en arbeiders, vooral in het Zuiden.”

Deze definitie vermeldt nergens een expliciete verwijzing naar “het Zuiden”. Wij mogen ons dus aangesproken worden!

IV – Commercieel en technisch onderzoek + marketingplan

Dit deel werd gedetailleerd voorgesteld aan de jury van de Fair Trade Award. Omwille van privacy- en commerciële redenen geven we het hier echter niet vrij.

marketingsuggesties – aflevering 9: Telers zouden niet honderd procent van de prijs moeten willen ontvangen

leave a comment »

Een bijzonder interessant artikel, gevonden op http://www.groentenet.nl/ d.d. 30 augustus 2011. Slaat de nagel volledig op de kop, m.i.

‘Niet 100% prijs willen ontvangen’

“Telers zouden bij nieuwe initiatieven niet honderd procent van de prijs moeten willen ontvangen, maar zelf ook moeten investeren om zo de markt te kunnen vergroten.” Dat vindt Sjaak de Korte, tot voor kort commercieel directeur bij Plus supermarkten.

De Korte, die tot 1 april dit jaar commercieel directeur van Plus was, sprak gisterenavond op een ledenavond van de Tuinbouwjongeren Westland in Maasdijk. De avond stond in het teken van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Korte gaf aan dat telers eerst samen met een retailer moeten willen investeren in de markt. “Dat is een goede methode om van een niche uit te groeien en zo uiteindelijk een grotere markt te bereiken.” De retail is er volgens hem bij gebaat samen met telers naar differentie te kijken. “Zeker bij de mainstreamproducten.”

‘Verlies op Fairtrade betalen we zelf’

Zelf heeft Plus dat ook gedaan met Fairtrade bananen. In het begin verkocht Plus weinig van deze bananen die veertig procent duurder waren dan gewone. “We dachten; we kunnen nog jaren zo doorgaan en hopen over een tijdje een paar procent meer te verkopen, maar we kozen ervoor om alleen nog maar Fairtrade-bananen te verkopen. De klant betaalt er wel hetzelfde voor als een banaan van de concurrent. Het verlies, vier ton, betalen we zelf. We zijn hierdoor tien procent meer bananen gaan verkopen.”

Koppen bij elkaar steken

De vershoek biedt voor supermarkten kansen om zich te onderscheiden en het verschil te maken. De prijzenoorlog bij huismerken moet gecompenseerd worden op vers. “Aan coca-cola kunnen we niet meer verdienen, dat is niet onderscheidend. Bij agf liggen de kansen. Daar kun je nog waarde toevoegen en je je formule beter positioneren”, aldus De Korte tegen de 55 aanwezigen gisterenavond. Om dit te bereiken, moeten telers en retailers de koppen bij elkaar steken en op zoek gaan naar toegevoegde waarde. “Dat gebeurt nu nog te weinig. Het kan niet zo zijn dat mega glastuinbouwbedrijven produceren voor een klant die ze niet eens kent.” Plus heeft zelf de samenwerking gezocht met Lans Tomaten en samen hebben zij een bijzonder tomatenras in de markt gezet. “We kunnen deze tomaten voor een paar dubbeltjes meer verkopen. Dat is goed voor ons én voor de teler.”

Ellis Langen
Bron: TuinbouwCommunicatie


Bekijk ook “Goed Boeren” van de Keuringsdienst Van Waarde

Waarom gunt de Plus bananen, koffie en cacao boeren wel een “eerlijke” prijs voor hun product en de nederlandse boeren en tuinders niet.

Written by hallometsteven

augustus 30, 2011 at 8:15 pm

marketingsuggesties, aflevering 8: Peter Boonen steekt fair trade met Noord én Zuid in een yoghurtpotje

leave a comment »

Lees ook op deze blog: Peter Boonen en zijn Achelse Blauwe

het gaat goed met kaasmaker Peter Boonen van Catharinadal

Dit artikel verscheen in W2, het magazine voor de Wereldwinkeliers, mei 2011.

KLIK OP BLADZIJDE VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

KLIK OP BLADZIJDE VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

HET BEELD WAARMEE DE CAMPAGNE 'IK BEN VERKOCHT' MEE WERD OP GANG GESCHOTEN

VANDAAG HEET DEZE CAMPAGNE 'FAIRTRADEGEMEENTE; PETER IS ACTIEF IN HAMONT-ACHEL

Belgische landbouw schreeuwt om fair trade maar Jacques Steenbergen (Belgische Mededingingsautoriteit) nuanceert

with one comment

In de reeks ‘marketingsuggesties‘ op deze blog, deel zes:

“boeren speculeren hun eigen inkomen kapot”


 

Een uitermate heldere analyse van Jacques Steenbergen van de Belgische Mededingingsautoriteit aangaande de crisis in onze landbouw. Lees het interview op vilt.be (21/06/2010)

De kop boven het artikel liegt er niet om:

“Je hebt nooit marktmacht als je te veel produceert”

Maar volgende quote trapt keihard op de achilleshiel, zonder zich daarmee echter aan vuil spel te bezondigen:

“Eigenlijk is het opmerkelijk, je identificeert boeren niet met speculanten, maar ze gedragen zich in de markt veel meer als speculant dan de meeste industriëlen die we hier over de vloer krijgen.”

Speculanten zijn weinig populair bij de bevolking.
Speculanten zijn de veroorzakers van de huidige economische malaise, denkt het volk.

Toch willen deze speculanten dat we hun producten beter vergoeden. Steenbergen waarschuwt echter:

“Met het kunstmatig verhogen van de prijzen los je een lokaal landbouwprobleem niet op. Bovendien kan de maatschappelijke kost ervan veel hoger oplopen dan de tijdelijke baat die de sector heeft bij dergelijke maatregelen.”

en bovendien:

…moet de landbouw ook goed beseffen dat je geen bescherming krijgt tegen prijsdalingen zonder ook een beperking voor prijsstijgingen te aanvaarden. Je kan het ene niet willen zonder het andere.

De roep tot fair trade voor de eigen landbouwproducten is terecht, maar fair trade gaat om veel meer dan een minimumprijsgarantie voor de producent.

Wanneer bijvoorbeeld de melkveehouders blijven toestaan dat hun melk buitenlandse (lees: zuiderse) markten blijft verstoren, kan er geen sprake zijn van een fairtradekeurmerk op melk van dezelfde oorsprong in de Belgische winkelrekken.

Dit vereist namelijk volledige openheid en een 100% eerlijke bedrijfscultuur. Helaas is het gehannes met zogenaamd ‘Belgische’ melk (een gezamelijk initiatief van de Boerenbond en Delhaize) exemplarisch: het gaat hier om consumentenbedrog. En zo win je al helemaal niet het noodzakelijke vertrouwen van de consument.

‘Noodzakelijk’ – want het is in ieders belang. Een gezonde economie legt en vindt haar basis in een gezonde, leefbare landbouwsector.

marketingsuggesties – aflevering 4: “Leven van liefde en lucht” – over fair trade, ook naast de deur – 10 oktober 2009

with 2 comments

koffiecampagne Oxfam Wereldwinkels - 1 procent minder voor de koffie-industrie is dubbel loon voor 1 miljoen boeren

koffiecampagne Oxfam Wereldwinkels - 1 procent minder voor de koffie-industrie is dubbel loon voor 1 miljoen boeren

Er was ooit een tijd dat de fairtraders de dingen durfden benoemen zoals ze waren. Men noemde hen toen geitenwollensokken dagdromers.

Vandaag leggen bedrijven als Starbucks of LIDL zich plat op de buik, om ook mee te mogen schuiven aan de fairtrade-feesttafel. Zelfs mega-slokoppen dromen mee in hun Max Havelaar-gekeurmerkte sokken.

Want aan tafel discussiëren fairtraders niet meer over het rollenspel van de grote supermarktketens met hun toeleveranciers, bijvoorbeeld.

En over hoe supermarktketens en Nestlees bij de Vlaamse zuivelproducent het licht uitdraaien, hoeft ook niet gediscussieerd.

“De strijd van boeren in Noord en Zuid op één lijn zetten is té kort door de bocht”

Dat zeggen de Wereldwinkels, en het is ook het standpunt van Max Havelaar.
We besteedden er hier al eerder uitgebreid aandacht aan.

Vraag is maar hoe lang ze zich dit soort gedrag en standpunten nog gaan kunnen blijven permiteren. Er roert zich immers iets…

Week van de Fair Trade: eigen boeren niet toegelaten?

De Belgische Vereniging voor Varkenshouders vroeg zich tijdens de Week van de FairTrade af:

Momenteel is er enkel Fairtrade met boeren aan de andere kant van de wereld, wat met ons, boeren uit eigen land???

zie persbericht d.d. 05/10/2009 : Fairtrade, ook naast de deur. Varkenshouderij in NOOD!

Deze vaststelling, daar is het hen om te doen:

Het is bovendien een frappante vaststelling dat de grote winkelketens op hun website pronken met slogans over een ‘eerlijke prijs’ en ‘respect voor de leverancier’, terwijl we intussen allemaal weten dat hiervan geen sprake is.

Lidl heeft reeds zijn website aangepast nadat de eerste geruchten hierover werden verspreid. Is dit geen vorm van fouterkenning?

Colruyt daarentegen beweert (zie De Standaard van zat 3/10) dat ze 15% meer betalen dan de gangbare prijs. Niets is minder waar, dit komt alvast niet bij de boer terecht!

Supermarkten knijpen de boeren wereldwijd dood.

Waar ze de boeren tussen hangen en wurgen laten zweven, noemen ze dat zelf fair trade.

Ze worden hiervoor uitgebreid gefeliciteerd en gehonoreerd door het keurmerk Max Havelaar.

Daarover dadelijk meer. Maar respectlozer kan het stilaan niet meer.

Karl Vannieuwkerke: “Respectlozer kan het niet”

“Grote winkelketens hebben geen schaamte om met slogans als ‘eerlijke prijs’ en ‘respect voor de leverancier’ klanten te winnen. Alsof fair trade enkel een Afrikaanse, Aziatische of Latijns-Amerikaanse aangelegenheid zou zijn.

De prijsafspraken waarbij de tussenpersonen met de grootste winst gaan lopen, zijn een vorm van extreme decadentie”

zie opiniestuk d.d. 09/10/2009 : “Respectlozer kan het niet”

Respectlozer kan het inderdaad niet.

Maareuh… de slagzin ‘Uit Respect’ tooide toch jarenlang de affiches van de Oxfam-Wereldwinkels?…

leven van liefde en lucht

Niemand leeft van liefde en lucht alleen.

Maar van liefdadigheid en gebakken lucht al helemaal niet.

Ooit waren fairtraders de enigen die het wilden of durfden opnemen tegen de krachten die de wereldmarkt genadeloos naar hun hand zetten.

Maar vandaag putten ze zich uit in er het stilzwijgen op na houden wanneer de problematiek van onze eigen boeren ter sprake komt.

Of geven een draai aan de waarheid.

Waarom hebben fairtraders als Oxfam-Wereldwinkels en Max Havelaar vandaag dan zo’n schrik van eerlijke handel met boeren in het Noorden?

De uitleg is zeer eenvoudig.

kiezen of delen

Supermarkten zullen nooit toelaten dat fairtraders hun imago te grabbel gaan gooien. Vlaamse boeren de fairtrade binnenloodsen is als het paard van Troje de supermarkten binnenloodsen. Dat zullen deze laatsten uiteraard nooit toestaan.

Kiezen of delen dus. Maar de supermarkten en andere voedselgiganten schudden wel de kaarten en bepalen steeds sterker de spelregels waaraan fair trade zich dient te houden, wil het haar plek in de rekken van de distributie behouden.

Steeds meer mensen stellen zich luidop de vraag of de fairtraders hun ziel niet aan het verkopen zijn aan centen en procenten.

oproep tot regiofair

De roep om regiofair zal steeds luider klinken. (Overigens net zo goed in het Zuiden als in het Noorden.)

Noodkreten als dewelke de Vereniging voor Varkenshouders of een Karl Vannieuwkerke slaken zijn immers terecht. Ze kennen nog geen container. Laat dat regiofair zijn.

Wat we precies verstaan onder regiofair leest u elders op de blog: ‘wat is regiofair?’.

marketingsuggesties – deel3 : Peter Boonen en zijn Achelse Blauwe

with 2 comments

Achelse blauwe, ’s werelds beste

Fiere kaasboer Peter Boonen

De beste streekkaas ter wereld komt uit Achel, in Noord-Limburg. Een gereputeerde jury was vol lof over de ‘Grevenbroecker’ van kaasmakerij Catharinadal. Al hebben kaasmeesters hem nu al ‘Achelse blauwe’ gedoopt, omdat buitenlandse klanten dat ten minste kunnen uitspreken. Zij willen een nieuw commercieel elan geven aan de unieke kaastraditie die ons land rijk is.

Kaasboer Peter Boonen maakt zijn blauwe schimmelkaas al 20 jaar en is in de wolken: “Ik ben heel blij dat de kaasmeesters hem mee naar het buitenland hebben willen nemen. Want in mijn winkel vinden de klanten ‘m wel goed, maar de vraag is of ie werkelijk goed is, dan wel dat ze dat voor mijn schoon ogen zeggen.”

“Ik ben heel fier op mijn score van 18,3 op 20. Voor de Caseusjury, dat is de wereldtop! Maar dankzij de groothandelaars zou ik daar nooit geraakt zijn: zelf ga ik niet buiten mijn dorp want dan rijd ik verloren”, grinnikt hij. “Zij hebben zich voorgenomen om de Belgische kazen te promoten, en zijn met de mijne naar buiten getreden, voortaan de beste ambachtelijke kaas ter wereld!”

Peter Boonen – man van de praktijk inzake korte keten en eerlijke handel

Wellicht ken je Peter Boonen nog. En zijn collega Gilberto Gaona, een koffieboer uit El Alto.

Samen waren zij de gezichten van de Ik Ben Verkocht campagne.

,,Eigenlijk maken wij, kleine boeren, allemaal hetzelfde mee,’’

zei Peter Boonen toen.

 

,,We moeten optornen tegen grote bedrijven, oneerlijke prijzen en een wetgeving die ons stilaan doodknijpt.’’

 

Een tijd geleden kreeg Peter Boonen inderdaad te horen dat hij zijn kaasmakerij moest verbouwen. De boer maakt 140 kazen en deed dat in één en dezelfde ruimte, wat niet conform is aan de hygiënevoorschriften.

“Verbouwingen kosten geld, en dus hebben we beslist om de Achelse Blauwe ook buiten de gemeentegrenzen te verkopen, om meer inkomsten te krijgen”.

En zo sleepte de blauwe kaas van boer Peter eerst in eigen land een prijs in de wacht en onlangs had hij prijs tijdens de prestigieuze Caseus-awards in Lyon.

Daar ging de kaas met de meeste punten lopen in de categorie ‘presentatie van een originele kaas’. De jury loofde de Achelse Blauwe om zijn zachte en romige textuur, zijn typische smaak. “Een innoverend product zoals er zelden worden gemaakt”, luidde het eindoordeel.

Het geheim van de kaas schuilt in de ambachtelijke productiemethode. Hij wordt volledig met de hand gemaakt. De aders ontstaan door nauwkeurig op elkaar gestapelde wrongel. “Ik maak er maar zestien per week”, vertelt Peter Boonen. “Meer gaat echt niet. Na de productie van de Achelse Blauwe moet ik het atelier telkens helemaal ontsmetten om de andere kazen te kunnen maken”.

Door de schaarste is de Achelse Blauwe extra gegeerd. “Ik heb een paar buitenlandse afnemers, hier en daar een kaasmeester in België en dan hou ik nog net genoeg over om in mijn eigen winkel te verkopen”, zegt Boonen.

Of hij contracten afsluit?

“Nee, ik heb geen contracten. Met niemand. Ik ben een boer, mijnheer”. Van zijn prijs maakt hij overigens geen geheim. “21,6 euro per kilo. Dat is niet overdreven veel”.

Peter besluit grappend:

“En zeggen dat ik dit alles te danken heb aan een vermaning van het Voedselagentschap”.

 


 

Interessante links:

Lees hier het verhaal van Peter Boonen en Gilberto Gaona:

Een uitgebreid artikel over Peter en zijn kazen:

Lees ook:

 

Biologisch saucijzenbroodje is te duur (artikel van Wouter Klootwijk in BN De Stem)

leave a comment »

opmerking: ik plaats onderstaand artikel hier, omdat het origineel niet meer online staat

Wouter Klootwijk mag dan vooral in Nederland een naam en faam hebben, ook in Vlaanderen kunnen we wat van hem opsteken. Dat doe je misschien al via zijn TV-programma’s voor de RVU (Keuringsdienst van Waarde e.a.)
Op Foodlog kun je met hem (en een hele levendige groep andere mensen) in discussie treden over dit soort en andere onderwerpen.

Enkele quotes uit dit belangwekkend artikel, dat hij schreef voor een Nederlandse krantengroep. Over bio en fair trade en hoe sommigen de op zich goede ideeën vooral zien als een handige manier om oneigenlijke winsten te genereren.

Het systeem van procenten maakt dat op verkeerde plaatsen en tegen je zin de meeste winst gemaakt wordt. Niet iedereen denkt er hetzelfde over, maar er zijn burgers die hun geld eerlijker willen verdelen en liefst ook de wereld niet nog verder naar de bliksem willen helpen. Ze kopen producten die onbegrijpelijk veel duurder zijn.

Bijvoorbeeld koffie en chocola die je koopt omdat je denkt dat de boer en zijn knechten meer kregen voor de grondstoffen. Dat kregen ze misschien, een fractie van een fractie van de prijs die je er voor betaalt.

Tussenhandelaren en winkeliers hadden er hun gebruikelijke percentages al bovenop gezet. Zij verdienen zo meer aan een product van de zogenoemde eerlijke handel, fair trade, dan aan gewone producten. Met biologische producten gaat het ook zo.

Een biologische vorkheftruck bestaat niet

Woensdag 16 januari 2008 – Een saucijzenbroodje kost een kwartje. Nee, schrik niet lezer, u wordt niet beduveld. Ook al betaalt u veel meer dan dat kwartje. Het is de inkoopprijs.

Voor dat geld maakt de snackfabriek het broodje van deeg en gemalen vlees en pakt het voor u in.

Voor u? Nee, voor de groothandelaar. Die slaat het op in een vrieshuis. Daarna gaat het via tussenhandelaren naar de stationsrestauratie of Chez Moeke. Het wordt opgewarmd en helemaal naar uw tafeltje gebracht door een ober met een glimlach. Dat kost allemaal wat geld. Vervoer, invriezen, ontdooien en glimlachen.

Tel de kleine bedragjes bij elkaar op, en je komt aan de prijs die een consument er voor moet betalen. Toch is er iets merkwaardigs mee. De glimlach van de ober kost geen centen, maar procenten.

Telkens, tijdens het hele traject dat het broodje aflegt, komen er procenten bij. Niet op de inkoopprijs, maar procenten bovenop het vorige bedrag, procenten op procenten dus.

Dat is normaal, althans, het wordt in de levensmiddelenhandel doodgewoon gevonden. Maar zo vanzelfsprekend is het helemaal niet. Het systeem van procenten maakt dat op verkeerde plaatsen en tegen je zin de meeste winst gemaakt wordt.

Aan het ene product geef je liever je goeie geld uit dan aan andere. Niet iedereen denkt er hetzelfde over, maar er zijn burgers die hun geld eerlijker willen verdelen en liefst ook de wereld niet nog verder naar de bliksem willen helpen.

Ze kopen producten die onbegrijpelijk veel duurder zijn. Bijvoorbeeld koffie en chocola die je koopt, omdat je denkt dat de boer en zijn knechten meer kregen voor de grondstoffen. Dat kregen ze misschien, een fractie van een fractie van de prijs die je er voor betaalt.

Tussenhandelaren en winkeliers hadden er hun gebruikelijke percentages al bovenop gezet. Zij verdienen zo meer aan een product van de zogenoemde eerlijke handel, fair trade, dan aan gewone producten.

Met biologische producten gaat het ook zo. Tot Leo Dijkgraaf ingrijpt, en dat is hij van plan. Hij zit helemaal niet in de biologische land- en tuinbouw of kruidenierderij. Dijkgraaf is ondernemer te Veenendaal, met onder meer een callcenter dat tegen betaling lastige telefoontjes beantwoordt. Een ondernemer met veel personeel heeft een kantine. Hoe verbeter ik de wereld, dacht Dijkgraaf op een dag. Met biologische saucijzenbroodjes in mijn kantine! Hij bestelde niet gewoon zoveel biologische saucijzenbroodjes, nee hij begon een nieuwe onderneming. In biologische snacks. Lekker Bio heet zijn nieuwe bedrijf dat, zo droomt Dijkgraaf hardop, alle kantines van Nederland gaat voorzien van biologische tosti’s, bitterballen, kroketten en saucijzenbroodjes.

Zo stuitte hij op de vreemde manier van winst maken in de branche. Exploitanten van kantines verdubbelen hun inkoopprijs, ongeacht hoe hoog hij is. Terug naar het gewone saucijzenbroodje. Dat kost volgens Dijkgraaf dus maar ongeveer 25 cent. Een biologisch saucijzenbroodje moet voor de groothandel ongeveer 90 cent opbrengen, willen veeboer, slager en bakker er uit springen. Consumenten betalen een veel groter verschil in prijs dan die 65 cent verschil aan de basis.

Omdat onderweg telkens procenten in plaats van centen bovenop de vorige prijs worden gezet. “De hele keten denkt in procenten”, zegt Dijkgraaf, “terwijl de handelingen die worden verricht onderweg tussen fabrikant en consument niet anders zijn dan bij het gewone broodje.”

Elk doos met snacks wordt opgetild door een vorkheftruck, maar die vorkheftruck is niet biologisch, het werk kost hetzelfde. Ten onrechte wordt volgens Dijkgraaf extra winst gemaakt op biologische producten. Vind je het dan gek dat het maar niet lukt in Nederland om burgers aan biologisch te krijgen? Er wordt te grof aan
verdiend.

Hèhè, eindelijk eentje die het ronduit zegt. Een prijsdoorbraak, als Leo Dijkgraaf dat eens voor elkaar kreeg met zijn biologische saucijzenbroodjes.

Written by hallometsteven

januari 30, 2009 at 12:28 pm