regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

Archive for the ‘versimpeling v.h. dieet’ Category

Because we can, Ome Willem: strontburgers ofte broodje poep, NU!

with one comment

Een Japanse schetenwapper heeft van menselijke ontlasting een kakburger gemaakt. Het broodje poep – je hoort het goed – komt eraan, Ome Willem!

Het zou volgens de onderzoeker een oplossing in zich kunnen dragen voor de wereldwijde voedselcrisis.
De moeilijkst te nemen horde zou van psychologische aard zijn…

Wat dacht je van dit, in combinatie met bloemkool? … met een papje… met een papje…

Written by hallometsteven

juni 15, 2011 at 4:37 pm

versimpeling van het dieet : aanvullende links bij de artikels gepost onder deze categorie

leave a comment »

surf ook eens naar : http://fairtradekookboek.wordpress.com


aanvullende links op foodlog.nl

Ben je het eens of oneens met wat onder de categorie ‘versimpeling van het dieet‘ neergeschreven staat, het staat (foodie of niet) in ieder geval nooit slecht je mening te toetsen aan die van een ander.

Op de weblog foodlog.nl wordt zowat alles wat met ons voedsel te maken heeft, druk bediscussieerd en beärgumenteerd. Hieronder een greep uit een quasi willekeurig opgelijst weekje foodlog. Klik ze, die links!

 

‘Restaurants gooien veel groente en fruit weg’

Restaurants in Nederland gooien elk jaar voor 68 miljoen euro aan groente en fruit weg, voor 54 miljoen aan vis en voor 47 miljoen aan vlees. Dat onderzocht Henri Luitjes van de Agrotechnology & Food Sciences Group in Wageningen. Klanten zijn de belangrijkste verspillers: zij laten tien tot vijftien procent van het door de restauranthouder ingekochte voedsel staan. Maar ook in de keuken verspilt de restauranthouder vijf tot tien procent van de ingekochte waren. Tel daarbij het normale snij-, schil- en fileerafval op en er gaat elk jaar 51 duizend ton voedsel, ter waarde van in totaal 235 miljoen euro de vuilnisbak in.

De klant in een restaurant eet selectief en vist vooral de kostbare onderdelen uit een gerecht, zoals vlees. Een buffet, waarbij elke gast zelf opschept naar eigen goeddunken, geeft echter meer verliezen dan à la carte, doordat de klant vaak meer opschept dan hij opkan.

Voedselverliezen in de keuken van het restaurant treden op doordat de houdbaarheid van de veelal verse producten wordt overschreden. Voor veel restauranthouders blijkt het lastig te zijn het juiste aantal gasten in te schatten. Velen houden onvoldoende rekening met de weersverwachting, die behalve op het aantal gasten ook op hun eetpatroon inwerkt. Verder ziet de persoon die de inkoop verzorgt – veelal vanuit de keuken – niet wat de klant laat staan, omdat dit door het restaurantpersoneel wordt opgeruimd.

In Nederland is de markt voor consumptie buitenshuis groeiende. In 2006 was de omzet met 17,5 miljard euro ongekend hoog. De jaaromzet van de Nederlandse restaurants bedraagt circa vier miljard euro.

Mar 10, 07 | 7:47 am | http://www.foodlog.nl/comments.php?id=1424_0_1_0_C

 

‘Voedingspatroon wordt ten dele bepaald door opvoeding’

Overgewicht bij kinderen heeft verschillende oorzaken. Het is verkeerd de ouders als enige schuldigen aan te wijzen. Dat zeggen Ellen Moens, kinderobesitasdeskundige van het Universitair Ziekenhuis in Gent en Evie Stremersch, psychologe van het Zeepreventorium.

Men spreekt van obesitas bij kinderen als het gewicht 40% hoger ligt dan het referentiegewicht, bepaald op basis van leeftijd, lengte en geslacht. Erfelijkheid speelt een grote rol, tot 70% van de vetmassa wordt genetisch bepaald. Ook de mate waarin je aankomt zit voor een groot stuk in de genen. “Maar de ouders zijn wel verantwoordelijk voor wat er op tafel komt“, zegt Moens. “Ze staan model, ook in hun eetgedrag: de porties, de hoeveelheid vlees, frisdrank drinken, voor de televisie eten. Het is belangrijk daar als ouder bewust van te zijn“.

Mar 06, 07 | 7:55 am | http://www.foodlog.nl/comments.php?id=1400_0_1_0_C

 

‘Voeding: komende 2 jaar 15% duurder’

Deze winter heb ik nauwelijks m’n handschoenen aangehad. Als er meer koeien buiten mochten, hadden ze buiten gestaan. De eerste koolmees-jongen zijn inmiddels opgenomen in opvangcentra voor vogels wegens hun te vroege geboorte (komende jaren gaat het ongetwijfeld al beter), egels gaan dood omdat ze niet meer doorgaan met hun winterslaap. En wij? Wij klagen alleen omdat het een beetje duurder wordt. Geld lost tenslotte alles op, als je je prioriteiten maar een beetje anders stelt. Zou het?

Voeding wordt de komende 2 jaar 15% duurder. Dat blijkt uit berekeningen van de Belgische landbouwexpert Luc Busschaert.

Mar 05, 07 | 9:42 am | http://www.foodlog.nl/comments.php?id=1398_0_1_0_C

 

‘Vlees eten slechter voor milieu dan autorijden’

Het is belangrijker om minder vlees te eten dan om een keer de auto te laten staan om te gaan fietsen, aldus Gijs Kuneman en Frits van der Schans van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM).

Vleesconsumptie is de grootste en snelst groeiende bron van klimaatverandering. Alleen een totaalpakket aan maatregelen, internationaal en nationaal, kan dat veranderen. De noodzaak van minder vlees eten mag daarbij niet worden genegeerd.

Mar 05, 07 | 8:38 am | http://www.foodlog.nl/comments.php?id=1397_0_1_0_C

 

‘Eten is in bij beleggers’

Vanmorgen een helder artikel in de Belgische Tijd over de hype rond biobrandstoffen. Biobrandstoffen zijn zo ‘in’ dat mais, sojabonen en koolzaad olie en koper verdringen als de favoriete grondstoffen van beleggers.

Er wordt al een tijdje gewaarschuwd tegen de consequenties van de bio-hype voor de prijs van ons voedsel. Ik signaleerde het eerste bericht hier in juni vorig jaar. Sinds deze winter is de berichtgeving regelmatig in de pers terug te vinden. Biobrandstoffen bieden een rendabel alternatief voor het boerenbedrijf, verlagen onze afhankelijkheid van onstabiele olieproducerende landen en zouden uitstoot-neutraal zijn (de eerste generatie in iedere geval niet, de tweede generatie biobrandstofen mogelijk wel). Maar of het nou zo moet?

Het zal tevens leiden tot concurrentie tussen de mens en zijn machinepark als ze hun energie uit dezelfde bron gaan halen en dus ook tot verdere intensivering (met behulp van genetische technieken ter verbetering van het rendement) van de landbouw.

Mar 02, 07 | 8:10 am | http://www.foodlog.nl/comments.php?id=1386_0_1_20_C

 

‘Partij van de Dieren: vleesvervangers!’

Het zou natuurlijk wel van veel eigendunk getuigen als ik zou geloven er zelf een aansporing voor te hebben gegeven, maar …. hoera de PvdD toont eindelijk zijn ware aard: vlees eten moet worden verboden, we moeten over op vleesvervangers.

Dat is natuurlijk een beetje vooruit geredeneerd, maar niettemin kan ik het bericht dat de PvdD zich nu hard maakt voor vleesvervangers niet anders lezen. Bij de behandeling van de regeringsverklaring, gaf de PvdD aan dat er onderzoek naar plantaardige vervangers van vlees moet komen. De partij vraagt om een ‘warme sanering’ van de intensieve veehouderij in Nederland, die volgens fractievoorzitter Marianne Thieme een grotere bijdrage levert aan het broeikaseffect dan het verkeer. Ze wil daarom een Kameruitspraak voorleggen die vraagt om ontvlechting en sanering van de bioindustrie.

Ik ben het dit keer grotendeels met Thieme eens. Begrijp alleen één ding niet: waarom moet de overheid hier iets aan doen? Dit is een zaak van Unilever, Campina en Friesland Foods. Niet van de ministerrraad.

Mar 02, 07 | 8:05 am | http://www.foodlog.nl/comments.php?id=1385_0_1_20_C

 

‘Vleessite jongeren groot succes’

De website lekkerfitmetvlees.nl, waarmee het Productschap Vee en Vlees (PVV) eind vorig jaar startte, speciaal voor jongeren, blijkt een groot succes. Dat zegt woordvoerder Alfred van Lenthe deze maand in Meat & Meal.

De website is een van de activiteiten die het Vleesinformatiepunt, opvolger van het Voorlichtingsbureau Vlees, vorig jaar ontwikkelde om vlees onder de aandacht van de consument te brengen. Het aantal zogenoemde ‘views’ op de site steeg in twee maanden tijd van 700.000 naar ruim twee miljoen. Jongeren krijgen op de site allerlei informatie over vlees en gezondheid, kunnen (vlees)spelletjes spelen en e-cards versturen.

Mar 02, 07 | 8:00 am | http://www.foodlog.nl/comments.php?id=1382_0_1_20_C

 

Aanvullende links bij de behandelde thema’s

over de invloed van voedingsgewoonten in het huishouden:

http://epaedia.eea.europa.eu/page.php?pid=527

het Brussels Observatorium voor Duurzame Consumptie over voeding:

http://www.observ.be/v2/nl/introde.php?dedo=DE

de Oostenrijkse filmmaker Erwin Wagenhofer toont verontrustende beelden in:

http://wefeedtheworld.nl/ en

http://www.foodlog.nl/comments.php?id=D929_0_1_0_C

 

Written by hallometsteven

april 16, 2008 at 4:15 pm

versimpeling van het dieet – deel 4: ‘Aardappelen en brood eten in plaats van rijst’ – dr. Winnie Gerbens

leave a comment »

TIP: ook het Groen Kookboek, dat Gerbens in 2000 publiceerde, is zéér de moeite waard.

surf ook eens naar : http://fairtradekookboek.wordpress.com

Hasselt, 15 april 2008

 

We moeten kritisch consumeren, zodat er genoeg is voor de hele wereldbevolking. Mensen die meer te besteden hebben gaan anders eten en drinken: meer vlees, meer zuivel en eieren en meer koffie, wijn en bier. Juist die producten leggen een veel groter beslag op natuurlijke hulpbronnen als land, zoet water en fossiele brandstoffen dan levensmiddelen uit een ’armer’ menu met vooral aardappelen, groenten en thee.

Download hier het volledige proefschrift.

,,Door de groeiende welvaart van met name Chinezen, Indiërs en andere Oost-Aziaten gaat dat problemen geven. Ook zij gaan anders eten en daarmee neemt de druk op die schaarse hulpbronnen toe. Zodanig dat er niet genoeg land, water en brandstof zal zijn om iedereen van dat ’rijke’ menu te voorzien. We hebben maar één aarde, dus moeten we ons menu veranderen’’, waarschuwt milieu-onderzoeker Winnie Gerbens-Leenes. Die ontwikkeling van een arm naar een rijk menu is al tijden gaande en steeds beter opgemerkt, maar er zijn nooit cijfers aan de diverse levensmiddelen gehangen. Gerbens ontwikkelde daarom een methode om de duurzaamheid van eetpatronen te meten. Op dat onderzoek promoveerde ze vorige week (5 december 2006, ed) aan de Rijksuniversiteit Groningen.

,,Als mensen meer gaan verdienen gaat hun eetpatroon veranderen. De snelste veranderingen treden op bij inkomens lager dan zo’n 12.000 dollar per jaar. Ik heb daar geen verklaring voor, maar je ziet het overal ter wereld, ongeacht culturele of religieuze verschillen.’’ De productie en verwerking van voedsel vergt veel van de drie essentiële hulpbronnen die Gerbens onderzocht. ,,Bijna alle landbouwgrond en zoetwater in de wereld. Daar zit dus nauwelijks nog rek in. Kijk naar land, tussen 1961 en 1998 halveerde de hoeveelheid die op wereldschaal beschikbaar is per persoon van 1,5 naar 0,8 hectare. Energie is weer nodig in de hele keten van de boer tot en met de consument. Wat energie betreft zijn cijfers wat lastiger te verkrijgen, maar in de westerse wereld gebruikt productie en consumptie van voedsel een vijfde van alle energie.’’ De omslag van een arm naar een rijk menu gaat steeds sneller. Zelfs in het toch niet arme Nederland van de twintigste eeuw zijn binnen een generatie al veranderingen in het menu waar te nemen die hun weerslag hebben op gebruik van schaarse hulpbronnen. Gerbens keek naar Nederland tussen 1950 en 1990.

,,In 1950 werd het Nederlandse eetpatroon gekenmerkt door een lage consumptie van dure levensmiddelen als vlees, kaas, fruit, alcoholische dranken en koffie. Men at voornamelijk nog aardappelen, brood, groenten, een beetje vlees en dronk voornamelijk melk. In 1990 was dat omgedraaid en daardoor nam het beslag op landbouwgrond met 40 procent toe. De productie van vlees, zuivel, vetten en eieren vergen dan al driekwart van alle landbouwgrond. Kijk je naar brood, aardappelen, groenten en fruit dan is dat samen maar tien procent.’’ In 1995 zijn er binnen de toch rijke EU grote verschillen waar te nemen, zo meet Gerbens. Het Deense menu legt tien jaar geleden het grootste beslag op land voor de voedselproductie, veertig procent meer dan de Portugezen. Denen gebruiken veel varkensvlees, vetten en koffie. Portugezen daarentegen gebruiken weinig vlees, weinig koffie en veel groenten en fruit. ,,De Zuid-Europese landen maken echter een sterke economische groei door, dus hun menu krijgt daarmee ook rijke kenmerken. Vergelijk je het rijke Deense menu met een karig menu uit ontwikkelingslanden, dan is het verschil enorm. Het Deense eetpatroon heeft zes maal zo veel land nodig. Als je dan ziet wat er in Oost-Azië gebeurt aan snelle economische ontwikkeling, besef je door deze cijfers dat het anders moet.’’

Toenemende technologische mogelijkheden kunnen het tij wel keren, maar niet alleen. Er moet veel meer gebeuren, stelt Gerbens. ,,De toenemende doelmatigheid in de voedselproductie, met name in de rijke wereld, is er natuurlijk wel. Dat geldt vooral voor landgebruik. Door de inzet van kunstmest, verbeterde gewasbescherming en irrigatietechnieken is de opbrengst per hectare van gewassen toegenomen, dus het ruimtebeslag per kilo product afgenomen. Toch levert dat geen winst op. Enerzijds kost een hogere opbrengst per hectare meer energie, anderzijds zijn we anders gaan eten, minder van die doelmatig verbouwde gewassen. Daardoor is de druk op hulpbronnen per saldo wel toegenomen.’’ Twee voorbeelden voegt Gerbens er nog aan toe om te laten zien dat niet alleen productie maar ook consumptie van belang is. ,,Bier legt relatief weinig beslag op hulpbronnen, maar we zijn er veel meer van gaan drinken, dus is de invloed daarvan behoorlijk gegroeid. Thee aan de andere kant legt juist een groot beslag op hulpbronnen, maar er wordt relatief weinig van gebruikt – met een kilo blaadjes kun je heel wat thee zetten.’’

Waar veel winst is te halen is, volgens Gerbens, is het tegengaan van verspilling. ,,Consumenten in het rijke deel van de wereld kopen vaak te veel in of bewaren het niet goed. Daardoor wordt veel eten ongebruikt weggegooid. Maar ook in eerdere schakels van de voedselketen verdwijnt voeding. Ik weet niet waar het blijft maar de cijfers tonen aan dat het gat tussen de beschikbaarheid en het feitelijk gebruik almaar groeit. Al met al verdwijnt de helft ongebruikt.’’ Tot slot is het onontkoombaar dat dure levensmiddelen worden vervangen door meer duurzame. De milieudeskundige wijst er daarbij op dat bewoners van ontwikkelingslanden, Gerbens deed ook onderzoek in Nigeria, niet het kind van de rekening mogen worden. ,,De karige menu’s behoeven uitbreiding. Dan gaat gezondheid wat mij betreft altijd boven milieubeslag. Het komt erop neer dat zij iets meer mogen gaan eten en wij iets minder.

Gerbens hoopt dat haar meetsysteem kan bijdragen aan die bewustwording. ,,Het helpt bedrijven meer duurzaam te produceren. Consumenten geeft het een methode in handen om gericht boodschappen te doen.’’ Maar ook Gerbens beseft dat gedragsverandering uiterst moeizaam gaat. Consumenten laten zich bij hun dagelijks eten door meer zaken leiden dan het milieu. ,,Ja zeker, eten is ook een sociaal en cultureel fenomeen. Die vertaalslag naar de consument toe van mijn onderzoek zal een hele opgave worden.” Het is nog niet zo ver dat supermarkten op hun producten de mate van duurzaamheid aangeven. „Ik heb zelf enkele jaren geleden al een duurzaam kookboek gepubliceerd.’’

Bron: Trouw

Het wetenschapsprogramma van de Rijksuniversiteit Groningen maakte dit filmpje n.a.v. de promotie van dr. Winnie Gerdens.

Lees hier het officiële persbericht n.a.v. de promotie van Winnie Gerbens: www.rug.nl

Written by hallometsteven

april 15, 2008 at 7:52 pm

versimpeling van het dieet : ‘ons dagelijks brood – overzicht van de wereldvoedselsituatie’ – deel 3

with 2 comments

surf ook eens naar : http://fairtradekookboek.wordpress.com

Hasselt, 15 april 2008

vermijden van verspilling

Verspilling van voedsel neemt tegenwoordig vele vormen aan, zoals teveel eten, teveel opdienen en verspilling door een verkeerde planning. De voornaamste oorzaak van verspilling in het welstellende deel van de wereld staat in verband met de grote verschuiving bij de werkende bevolking van handarbeid naar kantoorarbeid. De voedselbehoeften van deze mensen dalen sterk, maar hun voedingsgewoonten veranderen maar weinig of helemaal niet. Het gevolg is dat velen van hen te zwaar worden. Het is van het grootste belang dat de consumptie aangepast dient te worden aan de behoefte – zowel om de gezondheid veilig te stellen, als om de steeds hoger oplopende kosten in verband hiermee in de gezondheidssector af te remmen als om de verspilling van voedsel te beperken.

Een groot deel van de verspilling is het gevolg van het bij vergissing of expres opdienen van te grote porties. Gedeeltelijk is dit weer het gevolg van het geven van gelijke porties aan allen, ongeacht hun lichaamsgrootte, in restaurants en openbare instellingen. De meeste restaurants kennen maar twee porties – één voor kinderen en één voor volwassenen – en sommige restaurants kennen dat zelfs niet. Er is veel te zeggen om drie soorten porties op te dienen. We zijn gewoonweg op het punt gekomen dat we zullen moeten aanvaarden dat iemand die 55 kilo weegt niet zoveel voedsel nodig heeft als iemand die 95 kilo weegt. (Maar een volwassene die 55 kilo weegt, heeft meer voedsel nodig dan een kind van zes jaar oud.) Voor restaurants en dergelijke moet het niet al te moeilijk zijn om deze veranderingen te maken en er zou al onmiddellijk erg veel voedsel bespaard kunnen worden.

Een andere bron van verspilling is het teveel aan vetten, tegenwoordig vaak verwerkt in allerhande bereide maaltijden of snacks, die in de welstellende landen verkocht worden. Het is zinloos om zoveel energie te verspillen aan de productie van vet in een samenleving die daar geen nood meer aan heeft. Veelal zijn deze vetten derivaten van een voedselindustrie, waarbij de productie van overbodige vetten wederom kostbare landbouwgrond inneemt.

Als de bewoners van welvarende landen hun dieet zouden versimpelen en verspilling zouden proberen te voorkomen, dan zou de claim van deze landen op de voedselvoorraden aanmerkelijk verminderen en zouden er voorraden vrijkomen en zouden de voedselprijzen dalen voor degenen met de laagste inkomens: de ondervoeden van deze aarde. Een limiet op de consumptie van voedsel per hoofd zou de algemene voedselconsumptie doen stabiliseren of zelfs doen dalen. In vele Europese landen is de bevolkingsgroei tot stilstand aan het komen. Als de gemiddelde Europeaan om de eerder genoemde redenen ook zijn dieet zou gaan vereenvoudigen, dan zal de claim van Europa op de voedselreserves ook verminderen. Na verloop van zekere tijd zouden bescheiden veranderingen in de eetgewoonten van de bewoners van de rijke landen een cumulatief effect kunnen hebben, zodat de druk die de welstand op de voedselvoorraden uitoefent zal verminderen.

 

afsluitend

Voedingsdeskundige dr. Winnie Gerdens ontwikkelde een rekenmodel om de energiekosten en het grondbeslag van verschillende voedingsmiddelen met elkaar te kunnen vergelijken:
Je kan het er hier meer over lezen: foodlog.nl

Deel 1: economie, ecologie en gezondheid
Deel 2: plantaardige oliën in plaats van dierlijke vetten

 

Written by hallometsteven

april 15, 2008 at 7:27 pm

versimpeling van het dieet : ‘ons dagelijks brood – overzicht van de wereldvoedselsituatie’ – deel 2

with 2 comments

surf ook eens naar : http://fairtradekookboek.wordpress.com

Hasselt, 15 april 2008

plantaardige oliën in plaats van dierlijke vetten

Als we de vooruitzichten voor een vervanging van dierlijke eiwitten door plantaardige eiwitten onder de loep nemen, dan is het nuttig eens te beschouwen hoe die overgang in de V.S. verlopen is tijdens de vorige generaties. In 1940, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, consumeerden de Amerikanen grote hoeveelheden dierlijke vetten; roomboter en braadvet waren een essentieel onderdeel van het dieet en werden in vrijwel elke Amerikaanse keuken toegepast. In die periode consumeerden de Amerikanen 17 pond roomboter per persoon per jaar en slechts twee pond margarine. Maar sinds 1940 is de roomboterconsumptie aanmerkelijk gedaald en de consumptie van margarine gestegen, tot een punt waarop men in 1974 (de datum dat het boek verscheen) 12 pond margarine per jaar en slechts vijf pond boter consumeerde. Dit gebeurde ondanks de grote tegenwerking van de zuivelindustrie – die de boter vervangen zag worden door margarine.

boter en margarinegebruik in de USA van WOII 1970 Amerikaanse consumptie van margarine en boter per hoofd,
1935-1970

 

Deze graduele overgang van boter naar margarine is illustratief als bewijs dat een vergaande vervanging van dierlijke eiwitten door plantaardige oliën vrij eenvoudig invoerbaar is. Deze ervaring leert ons dat belangrijke veranderingen in de voedingsgewoonten tot de mogelijkheden behoren.

De technologische vooruitgang in de vorm van waterstofbehandeling (omzetting van vloeibare plantaardige oliën in een vaste stof bij kamertemperatuur) maakte een vereenvoudiging van de productie mogelijk, zodat het proces om eiwit uit soja in een vaste vorm op de markt te brengen een bijdrage kan vormen tot de bijna onbegrensde toepassing van plantaardige eiwitten in plaats van dierlijke.

De aantrekkelijkheid op voedingsgebied van dierlijke eiwitten is een gevolg van de uitstekende balans tussen de aminozuren die deze bevatten. Aminozuren zijn de bouwstenen waaruit eiwitten zijn opgebouwd. Maar dierlijke eiwitten zijn niet de enige bron voor goed uitgebalanceerde aminozuren. Hetzelfde effect kan bereikt worden door plantaardig voedsel in de juiste verhouding tot zich te nemen. Een juiste combinatie van graanproducten en peulvruchten (erwten, bonen en soja) levert meestal een juiste en adequate balans op. En verder kunnen natuurlijk de benodigde synthetische aminozuren aan het plantaardige voedsel worden toegevoegd, zo ongeveer als men voedsel verrijkt met vitamines.

Bij de belangrijkste manieren om dierlijke eiwitten door plantaardige te vervangen, vinden we bij het gebruik van plantaardig kunstvlees als aanvulling op gehakt, vervangingsproducten of kunstvlees op een plantaardige basis en een alternatief voor veeteeltproducten, in de vorm van plantaardig voedsel met een hoog eiwitgehalte. Er worden steeds meer producten en verwerkt vlees aangevuld met proteïne uit soja, zoals in worstjes of chili. De toevoeging van plantaardige eiwitten in vaste vorm aan vleesproducten verlaagt niet alleen de prijs van die vleesproducten, maar betekent ook vaak een verbetering van de smaak, kookeigenschappen en de voedingswaarde.

Een andere manier om dierlijke eiwitten te vervangen door plantaardige, is de invoering van imitatievlees op plantaardige basis. De techniek die men heeft ontwikkeld om soja-proteïne in vezels te spinnen, ongeveer zoals kunstvezels gesponnen worden, maakt het mogelijk het vezelachtige karakter van vlees te imiteren. Voedseltechnici kunnen nu die sojavezels tot vlees persen en door de juiste smaak- en kleurtoevoegingen komt men tot acceptabele imitaties van rundvlees, varkensvlees en kip. Nu dierlijke eiwitten zo kostbaar aan het worden zijn, is het zeer waarschijnlijk dat deze techniek zich in de naaste toekomst een flinke plaats op de markt zal kunnen verwerven.

Een andere manier om een vervanging van het dierlijke eiwit door plantaardig eiwit te stimuleren, is het introduceren in het dieet van gerechten uit de kookkunst van andere landen. In het Verre Oosten gebruikt men bijvoorbeeld ‘tahoe’ als bron voor hoogwaardige proteïne in het dagelijks voedsel. Bonen, erwten en linzen – die allemaal op talloze manieren bereid kunnen worden – zijn zeer voedzame vervangingsmiddelen voor vlees.

Door rundvlees te laten grazen in streken die zich niet lenen voor het verbouwen van granen, wordt een groot deel van de wereldvoorraad aan rundsvlees geproduceerd met materiaal dat niet voor ander voedsel gebruikt kan worden. Maar als het vee wordt overgebracht van het open veld naar mesterijen, zoals we hebben zien gebeuren, dan wordt vee een zeer inefficiënte omzetter van granen in eiwitten. Vee dat zich voedt met gras in het open veld hoeft niet bijgevoerd te worden met granen, maar in de mesterijen moet men tien pond graan bijvoeren om één pond vlees te verkrijgen. Het totaal aan graan om een bepaalde hoeveelheid rundvlees te verkrijgen, hangt dus af van de tijd die het vee in de mesterij doorbrengt. De combinatie van grazend vee en mesterijen kan resulteren in een gemiddeld gebruik van vier pond graan voor elke extra pond vlees.

Het belangrijkste punt is, dat als de gebieden met grasland min of meer volledig benut gaan worden, een stijging in de vraag bijzonder kostbaar wordt, omdat deze gebieden beter gebruikt kunnen worden voor de productie van granen, die direct kunnen worden toegepast om de voedselbehoefte van de mensheid te dekken. Aanvullende rundvleesproductie in de ontwikkelde landen zal dan in mesterijen moeten plaatsvinden, waar de productie van elk pond vlees tien pond graan zal gaan kosten. Dit komt dan voor zijn prijs.

Varkens en kippen zijn effectievere omzetters van graan in vlees dan rundvee. Zelfs een bescheiden verschuiving van rundvlees naar kip zou al een aanmerkelijke besparing van de graanbehoefte betekenen. Het punt is al bereikt dat men nog maar net twee pond graan nodig heeft om één pond kippenvlees te produceren. Kalkoenen zijn niet zulk efficiënte omzetters en hebben vier pond graan nodig voor elk pond vlees. Als de welgestelde van deze wereld zijn consumptie van rundvlees, varkensvlees en kip met tien procent zou verminderen, dan zouden er tientallen miljoenen ton graan per jaar vrijkomen voor andere bestemmingen dan de veeteelt. En als over een paar jaar een stabilisatie in de consumptie zou optreden in plaats van de verwachte verhoging, dan zou men jaarlijks inderdaad enorme hoeveelheden graan kunnen uitsparen.

Nog een andere factor die de analyse van de invloed van de stijgende vleesproductie op de totale voedselproductie bemoeilijkt, is efficientie waarmee in de wereld de veeteelt wordt bedreven. De doeltreffendheid van de productie is in tweede instantie, na het effectief verminderen van de vleesconsumptie, de belangrijkste factor die de extreem zware druk op de wereldvoorraad graan kan doen afnemen.

Als de rijke minderheden in de wereld door zullen gaan met een verhoging van hun vleesconsumptie, dan zullen ze op twee manieren de arme meerderheid van de wereldbevolking verder uit de markt prijzen. De schaarse voorraden en de granen en hoogwaardig eiwitrijk voedsel zullen steeds meer aangewend worden voor de behoeften van de klasse met de hoogste inkomens, in plaats van direct in de menselijke noden te voorzien. En verder zullen de prijzen voor de beschikbare veeteeltproducten en andere proteïnen nog verder buiten het bereik worden gebracht van hen die de meeste behoefte hebben aan extra proteïnen in hun dieet.

Deel 1: economie, ecologie en gezondheid
Deel 3: vermijden van verspilling

 

Written by hallometsteven

april 15, 2008 at 7:15 pm

versimpeling van het dieet : ‘ons dagelijks brood – overzicht van de wereldvoedselsituatie’ – deel 1

with 2 comments

surf ook eens naar : http://fairtradekookboek.wordpress.com

Hasselt, 15 april 2008

no free lunch

Als de bewoners van welvarende landen hun dieet zouden versimpelen en verspilling zouden proberen te voorkomen, dan zou de claim van deze landen op de voedselvoorraden aanmerkelijk verminderen en zouden er voorraden vrijkomen en zouden de voedselprijzen dalen voor degenen met de laagste inkomens: de ondervoeden van deze aarde. Een limiet op de consumptie van voedsel per hoofd zou de algemene voedselconsumptie doen stabiliseren of zelfs doen dalen.

 

inleiding

In 1974 schreef Lester R. Brown (de latere oprichter van het Worldwatch Institute) mee de allengs vergeten klassieker ‘ons dagelijks brood – overzicht van de wereldvoedselsituatie’. Begin 2003 kreeg ik de Nederlandstalige vertaling uit 1976 cadeau van een vriend, die het exemplaar oppikte in de Sleghte. Ik sloeg het boek willekeurig open op bladzijde 21 en las:

‘De gemiddelde Amerikaanse koper rijdt in zijn auto van twee ton een aantal kilometers naar de supermarkt om tenminste één maal per week ongeveer vijftien kilo voedsel te vervoeren.’

‘Voedselkilometers’ was toendertijd nog geen maatschappelijk bediscussieerd thema, de krachtige boodschap die in deze zinnen samengebald zat, maakte echter genoeg indruk om me te willen verdiepen in de wereld achter onze dagelijkse kost.

De cijfers in het boek mogen vandaag dan gedateerd zijn – of vooral eerder relevant voor het tijdsscharnier waarin ze toen werden gepresenteerd – vierendertig jaar later kunnen de waarschuwingen, die Brown en mede-auteur Erik P. Elkholm neerschreven, gelezen worden als de kroniek van een aangekondigde mondiale voedselcrisis, die vandaag bewaarheid lijkt te worden. De oplossingen, die de auteurs aanreikten, kunnen echter vandaag evenzogoed gelden als een blauwdruk om de crisis alsnog te tacklen en om te buigen tot een duurzame wereldsamenleving zonder honger. Tenminste, wanneer de door zichzelf tot leiders uitgeroepen elite van vandaag de politieke moed en humane reflex willen betonen, die haar voorgangers onmiskenbaar ontbeerden of weigerden op te nemen in het hun beleid.

versimpeling van het dieet

‘Pogingen om de wereldbevoking van voldoende voedsel te voorzien kunnen niet meer alleen steunen op pogingen de voedselvoorraden te vergroten. (…) Bijna even belangrijk is de noodzaak de groei van de consumptie per hoofd in te dammen onder de welgestelden van deze aarde; zij die al teveel eten.’

Hoofdstuk XIV van het boek (waaraan de titel van dit stuk werd ontleend) begint met deze woorden. In hoofdstuk 13 werd een strategie opgesteld om de demografische remmen in te schakelen. Een onderwerp dat tot op vandaag enkel door het communistische China met de nodige voorzienendheid daadwerkelijk in beleid is omgezet geworden. Beeft een groot deel van de wereld anno 2008 nog steeds bij deze gedachte, dan (b)lijkt voor de welgestelde elite het bewerkstelligen van een verminderde vraag naar voedsel even huiveringwekkend als onbespreekbaar. Nochtans, een versimpeling van het dieet dringt zich op, willen ook de toekomstige generaties – zelfs in de welvarende regio’s van vandaag – het met meer dan een spreekwoordelijke droge kost willen doen.

Willen we zelf aanspraak kunnen blijven maken op de schaarse hulpbronnen, moeten we onze definitie van altruïsme vervangen door een andere. Voor een mens met één korst brood kan een tweede hem het leven redden, maar iemand die al een heel brood heeft, heeft niets aan een extra korst. Wat er nu belangrijk is bij de internationale voedselpoltiek, is wie er die extra korst krijgt – de welgestelde die het niet nodig heeft, of de hongerige die leeft aan de rand van ondergang.

Wat volgt zal de deelonderwerpen uit het genoemde hoofdstuk terug opnemen, voornamelijk letterlijk reproduceren en duiden met hedendaagse feiten en kennis.

1. economie, ecologie en gezondheid

Vandaag de dag werken een aantal belangrijke factoren samen om het dieet van de welgestelden te vereenvoudigen:

▫ de noodzaak om zuinig te zijn op voedseluitgaven om de effecten van de inflatie op het huishouden te beperken;
▫ de noodzaak om de ecologische druk, die geassocieerd wordt met een voortdurende uitbreiding van de voedselproductie, te verlichten;
▫ en de noodzaak de consumptie van veeteeltproducten om gezondheidsredenen te verminderen.

Behalve deze redenen van eigenbelang is er natuurlijk ook nog een morele noodzaak de diëten te versimpelen. In een wereld waar schaarste heerst, gaat de méérconsumptie van de rijken natuurlijk altijd ten koste van de armen. Die morele kwestie komt naar voren door het feit dat zij die teveel eten niet degenen zijn die behoren tot de ondervoede armen.

Die economische voordelen van een versimpeling van die diëten zijn het gevolg van primaire prijsverschillen voor de verschillende soorten voedsel. Proteïne is veel kostbaarder dan zetmeel. Dierlijke eiwitten zijn duurder dan plantaardige eiwitten en sommige soorten dierlijke eiwitten zijn weer kostbaarder dan andere.

Velen van ons consumeren veel meer eiwitten dan we nodig hebben. Dit zijn feiten waar we vanuit zullen moeten gaan als we een strategie moeten ontwikkelen, waarbij niet alleen de voedseluitgaven beperkt kunnen worden, maar ook de gezondheid verbeterd kan worden.

De druk die uitgeoefend wordt om de uitgaven voor voedsel te verlagen, is gedeeltelijk een gevolg van de gestegen voedselprijzen, doordat steeds meer mensen moeten concurreren om de ontoereikende voedselvoorraden. Een vermindering van de eiwitconsumptie, of een vervanging van dierlijke eiwitten door plantaardige, vormen een bijdrage tot een vermindering van de persoonlijke voedselonkosten. Het zijn eveneens bijdragen tot de bestrijding van inflatie in het algemeen en een vereenvoudiging van de diëten van de welgestelden zal ook de inflatoire druk in de wereld verminderen.

De ecologische redenen om de eetgewoonten te versimpelen zijn nogal ingrijpend. We moeten er nog eens aan denken dat de claim op voedsel per hoofd van de bevolking tussen de verschillende landen niet een kwestie is van een percentueel verschil, maar van een verschil dat soms wel eens vijf tegen één bedraagt. De ecologische kosten om de voedselvoorraden te vergroten komen steeds meer op de voorgrond. Het blijkt bijvoorbeeld uit de vergiftiging van meren en rivieren door het steeds intensievere gebruik van kunstmest en de nog steeds in aantal en omvang groeiende veemesterijen met hun enorme afvalproblemen. Ecologische schade ontstaat ook door het nog steeds groeiende wereldgebruik van insecticiden en het openleggen van steeds meer natuurgebied voor de landbouw. Zelfs een bescheiden vermindering van de consumptie van veeteeltproducten door de rijken, zou bij kunnen dragen tot een vermindering van de druk op het mondiale eco-systeem.

Maar gezondheidsredenen dragen misschien wel de grootste overtuigingskracht in zich voor een versimpeling van de eetgewoonten. De stijgende koopkracht heeft in de rijkere delen van de wereld de economische remmen op de consumptie van veeteeltproducten opgeheven. Het merendeel van de mensen gaat hierdoor gewoon meer vlees eten, zonder zich af te vragen wat het optimale consumptieniveau ervan is. Maar tegenwoordig zijn het vooral de specialisten in hart- en vaatziekten die ons op de problemen wijzen. In feite vertellen ze ons, dat we meer vlees eten dan goed voor ons is. Men raadt de mensen aan om van de consumptie van varkens- en rundvlees over te gaan op de consumptie van kip, dat een lager gehalte aan verzadigde vetten bezit.

De verschillende argumenten die hier aangevoerd zijn om de consumptie per hoofd van veeteeltproducten te beperken en dus de claim per hoofd op de wereldvoedselvoorraden, zal op verschillende mensen een verschillende uitwerking hebben. Toch zullen maar weinigen zich niet door een van deze argumenten aangesproken voelen. Het is de moeite waard om op te merken dat de waarschuwingen van artsen reeds hebben bijgedragen tot bijvoorbeeld een daling van de eierconsumptie of – zoals we verder zullen zien – dat technologische vooruitgang, bijvoorbeeld, zorgde voor een vervanging van roomboter door margarine.

Het samenspel van economische, ecologische, gezondheids- en morele overwegingen – zo hoopten de auteurs Brown en Eckholm – zouden de andere landen misschien ontmoedigen in het voetspoor van de Verenigde Staten, Canada of Europa te treden. Vandaag weten we (what’s in a word) ‘beter’…

Deel 2: plantaardige oliën in plaats van dierlijke vetten
Deel 3: vermijden van verspilling

Written by hallometsteven

april 15, 2008 at 5:28 pm