regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

Archive for juni 2011

Lily Deforce (Max Havelaar België) en Leen Laenens (Biogarantie Vlaanderen) over de bloeiende liefde tussen fair trade en bio

leave a comment »

Dit als vervolg op het artikel “Bio gaat voluit voor fair trade met lastenboek“.

Dit zijn twee bladzijden, ingescand uit het ledenblad van de Vlaamse Oxfam-Wereldwinkels “W23. Het is een dubbelinterview met Lily Deforce (Max Havelaar België) en Leen Laenens (Biogarantie Vlaanderen).

KLIK OP DE PAGINA VOOR EEN GOED LEESBARE, PRINTBARE WEERGAVE


KLIK OP DE PAGINA VOOR EEN GOED LEESBARE, PRINTBARE WEERGAVE

Written by hallometsteven

juni 27, 2011 at 10:49 pm

Biogarantie Vlaanderen gaat voluit voor fair trade met lastenboek

with 3 comments

Dit nieuwsje ontving ik van Vanita Mertens, de bevlogen vrouw achter de bio en fairtrade webwinkel www.zandzeepsoda.be uit Ellikom. Waarvoor hartelijk dank!

uit het nieuwe Biogarantie- lastenboek:

Voor geïmporteerde producten is dit echter een ander verhaal. In heel wat landen zijn discriminatie, kinderarbeid, gebrek aan educatie, verbod op vereniging, … nog sterk aanwezig en ontbreekt de nodige wettelijke bescherming. In geval van agrovoedingsbedrijven (waarvan de productie bestemd is voor menselijke voeding) waar de bereider meer dan 10% (gewichtsprocent) van zijn grondstoffen betrekt uit (ontwikkelings-)landen waar de wetgeving slechts beperkte sociale bescherming biedt, moet fairtrade gecertificeerd aankopen. In Bijlage 2 worden de door BioForum erkende fairtrade-systemen opgelijst, alsook de landen waarop deze verplichting betrekking heeft. Niet-fairtrade import wordt enkel toegelaten mits motivatie t.a.v. BioForum. Als motivatie komt enkel onvoldoende beschikbaarheid (in de gewenste hoeveelheid en kwaliteit, tegen redelijke prijs, …) in aanmerking.
Het is echter mogelijk een afwijking op deze motivatie-verplichting te vragen tot 31 januari 2013 (zie infra § 3.5. Overgangsmaatregelen).

2.A. Door BioForum erkende lastenboeken voor eerlijke handel

  • – Bio Equitable – ESR Ecocert
  • – Good Food Foundation – IBD Eco-Social – Max Havelaar – Minga
  • – Oxfam – Rapunzel (Main dans la main & projet Turquie)

Wat is Biogarantie?

naar eigen zeggen:

Biogarantie is hét Belgisch privélabel dat net als het Europese logo enkel gebruikt mag worden op bioproducten die aan de strenge wettelijke normen voor biologische productie voldoen.
Hier en daar is het Biogarantielabel zelfs een tikkeltje strenger dan het Europese label (het verbiedt bijvoorbeeld nitirietzouten in vlees).

Wat garanderen de duurzame, bio of faire labels?

lees hier verder over waarin de labels zich onderscheiden

Because we can, Ome Willem: strontburgers ofte broodje poep, NU!

with one comment

Een Japanse schetenwapper heeft van menselijke ontlasting een kakburger gemaakt. Het broodje poep – je hoort het goed – komt eraan, Ome Willem!

Het zou volgens de onderzoeker een oplossing in zich kunnen dragen voor de wereldwijde voedselcrisis.
De moeilijkst te nemen horde zou van psychologische aard zijn…

Wat dacht je van dit, in combinatie met bloemkool? … met een papje… met een papje…

Written by hallometsteven

juni 15, 2011 at 4:37 pm

“Uitverkoop” – van de kippenhokblog van Huib Rijk

leave a comment »

Morgen zie ik Huib Rijk, bekend vanop Foodlog.nl, op ons eerste Vlaamse Foodlogevent. Vandaag publiceer ik terug een stuk van de blog van deze Nederlandse bioboer uit Biddinghuizen.
Hij zegt over zichzelf: “Ik voel me dan ook wereldburger, ofwel wereldboer”.
Zijn kippenhok-blog heeft een vast plaats onder de links aan de rechterzijde van deze pagina. Lezen maar!

Drie boeren, Arendsen, Berendsen en Carelsen gaan naar een boeldag waar de machines van boer van Zetten worden geveild. Arendsen, een rijke boer, heeft zijn ogen laten vallen op een knolrapenschudder. Die wil hij absoluut hebben. Berendsen heeft de machine ook nodig, maar kan er niet meer dan €1000 voor betalen. Carelsen heeft geen belangstelling voor de machine.

Vraag aan de oplettende luisteraar: wie wordt de koper van de schudder en wie bepaalt de prijs? Niet zo moeilijk zult u zeggen: Berendsen biedt tot een bedrag van €1000 en vervolgens gaat [G1]Arendsen daar overheen met €1100.

Met mijn buurman, een echte boer – hoewel hij beroepshalve in de bouw zit – heb ik geregeld gedachtenwisselingen over de grondprijs. Daar komen we steeds niet uit. Dat geeft ook niets want dan zouden we weer een onderwerp minder hebben om over te praten.

Kern van de discussie is deze: zijn de hoge grondprijzen één van de oorzaken dat het slecht gaat met de landbouw? Of is landbouw zo winstgevend dat de grondprijs zo hoog is?

Als die arme Berendsen niet €1000 kon betalen maar hooguit €500, dan zou die rijke Arendsen de machine hebben voor €600. In beide gevallen is de nieuwe eigenaar dezelfde, maar de prijs is anders. Maar in beide gevallen is de niet-koper – Berendsen – degene die de prijs bepaalt. Iemand die voor iedere prijs koopt heeft immers geen invloed op de prijs.

Het klinkt absurd dat niet-kopers de prijs bepalen. Alsof bij een voetbalwedstrijd een speler die op de bank zit een doelpunt maakt. Maar Berendsen speelt een actieve rol in het verkoopproces, nl door op een bepaald moment te stoppen met bieden. Carelsen, die helemaal geen knolrapen teelt, dat is degene die buitenspel staat door niet mee te bieden.

Flevoland is een belangrijk jachtgebied voor uitgekochte boeren. Als zulke lieden zich op de markt storten kan de rest wel inpakken, want zij krijgen voor hun ingeleverde grond wel 3 keer de agrarische waarde. De agrarische waarde: dat is dus ook niet bepaald door de uitgekochte boeren en evenmin door overheden.

In de landbouw zijn veel Carelsen’s actief. De Berendsen, dat zijn de 20% van de boeren, de topondernemers met de hoogste koopkracht. Wat zij nog net gefinancierd krijgen bepaalt de agrarische waarde.

Van Zetten’s buurman, boer IJzerman heeft ook een schudder in de schuur staan. Hij heeft ook het veilingproces beïnvloed, hij heeft zijn schudder niet laten veilen. Misschien doet hij dat alsnog bij de volgende veiling.*

Belangrijk detail dus: voor producenten lijken de consumenten die toch wel kopen essentieel. Fout dus: het gaat om (arme) consumenten die soms wel en dan weer niet genoeg koopkracht hebben. Idem voor consumenten: niet de producenten die toch wel doorproduceren zijn het belangrijkst, maar juist de (arme) boeren die wel of niet out of business raken.

* Maar er is ook een dynamisch effect. Als hij hoort dat de prijzen stijgen wacht hij nog even.

Written by hallometsteven

juni 10, 2011 at 5:23 pm

Geplaatst in Uncategorized

Tagged with , ,

hoe seizoensgebonden groenten en -fruit telen of herkennen? met de zaai-, oogst- en seizoenskalender van OIVO

leave a comment »

seizoenskalender

KLIK OP DE AFBEELDING VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

PRINTBARE VERSIE op de website van OIVO

zaai- en oogstkalender

KLIK OP DE AFBEELDING VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

PRINTBARE VERSIE op de website van OIVO

KLIK OP DE AFBEELDING VOOR GOED LEESBARE WEERGAVE

PRINTBARE VERSIE op de website van OIVO

Teeltkalender

Voor de teelt van groenten kiest u best een zonnige plek in de tuin, niet te ver verwijderd van een waterbron. Zorg ervoor dat uw moestuin afgeschermd is voor vervuiling.

Ongeacht de gebruikte zaaitechniek, moet het zaaien altijd gebeuren op een goed voorbereide en een in de diepte gevoede bodem. En nog een laatste basistip: na het zaaien en inharken van het zaad moet de bodem altijd aangestampt worden (met een rol of stamper).

Er bestaan verschillende zaaitechnieken:

Breed uitzaaien gebeurt in een tuin of moestuin: de plantjes moeten later niet uitgedund worden, wat veel tijd in beslag neemt en de ontwikkeling van de plantjes vertraagt, en ze wortelen beter in de grond, wat ze meer resistent maakt tegen aanvallen van buitenaf.

Beschermd zaaien gebeurt in een serre of moestuin: wie verschillende zeldzame, exotische planten of verschillende teelten dooreen wil kweken, opteert best voor deze techniek. Enige minpunt is dat deze planten nood hebben aan een sterkere, constante warmtebron en dat er speciale potgrond gebruikt moet worden met perliet, die het draineren en verluchten van de grond bevordert. Zorg er ook voor dat de graantjes niet te dicht opeen liggen en dek het zaaigoed af met gezeefde aarde.

Zaaien op een kweekplaats gebeurt op kleine schaal, op een plaats met voedzame humusgrond, goed blootgesteld aan de zon en beschermd tegen de wind. Het kiemen en groeien kan optimaal verlopen tot wanneer de plant voldoende groot is.

Written by hallometsteven

juni 5, 2011 at 6:21 pm

TED TALKS: Real food, real simple – “Don’t eat anything that comes from a factory – and that includes meat” by Mark Bittman

leave a comment »

Om even bij te gaan zitten, in deze dagen van EHEC.

It’s so simple.

Don’t eat anything that comes from a factory – and that includes meat.

 

The food industry is bigger than the oil industry and every bit as corrupt and manipulative. If they had their way, all food would come in a box, filled with low-cost garbage ingredients, and marked up to the moon.

Thanks to their bribery and bullying that already describes the federal school lunch program. They stand ready to legally attack anyone who speaks the truth, even deep pockets celebrities like Oprah Winfrey who declared on her show she would never eat another hamburger and was sued by the cattle ranching industry for defamation.

It’s remarkably easy to avoid the personal health catastrophe that factory foods lead to: don’t eat them! It’s that simple.

Consumenten misleiden: de trucjes van de voedselindustrie

(Gathering Spot) How food manufacturers trick consumers with deceptive ingredients lists.

If the Nutrition Facts section on food packaging list all the substances that go into a food product, how can they deceive consumers? Here are a few of the most common ways:

One of the most common tricks is to distribute sugars among many ingredients so that sugars don’t appear in the top three. For example, a manufacturer may use a combination of sucrose, high-fructose corn syrup, corn syrup solids, brown sugar, dextrose and other sugar ingredients to make sure none of them are present in large enough quantities to attain a top position on the ingredients list (remember, the ingredients are listed in order of their proportion in the food, with the most common ingredients listed first).

This fools consumers into thinking the food product isn’t really made mostly of sugar while, in reality, the majority ingredients could all be different forms of sugar. It’s a way to artificially shift sugar farther down the ingredients list and thereby misinform consumers about the sugar content of the whole product.

Another trick is to pad the list with miniscule amounts of great-sounding ingredients. You see this in personal care products and shampoo, too, where companies claim to offer “herbal” shampoos that have practically no detectable levels of real herbs in them. In foods, companies pad the ingredients lists with healthy-sounding berries, herbs or superfoods that are often only present in miniscule amounts. Having “spirulina” appear at the end of the ingredients list is practically meaningless. There’s not enough spirulina in the food to have any real effect on your health. This trick is called “label padding” and it’s commonly used by junk food manufacturers who want to jump on the health food bandwagon without actually producing healthy foods.

Hiding dangerous ingredients

A third trick involves hiding dangerous ingredients behind innocent-sounding names that fool consumers into thinking they’re safe. The highly carcinogenic ingredient sodium nitrite, for example, sounds perfectly innocent, but it is well documented to cause brain tumors, pancreatic cancer, colon cancer and many other cancers (just search Google Scholar for sodium nitrite to see a long list of supporting research, or click here to read NaturalNews articles on sodium nitrite).

Carmine sounds like an innocent food coloring, but it’s actually made from the smashed bodies of red cochineal beetles. Of course, nobody would eat strawberry yogurt if the ingredients listed, “Insect-based red food coloring” on the label, so instead, they just call it “carmine.”

Similarly, yeast extract sounds like a perfect safe food ingredient, too, but it’s actually a trick used to hide monosodium glutamate (MSG, a chemical taste enhancer used to excite the flavors of overly-processed foods) without having to list MSG on the label. Lots of ingredients contain hidden MSG, and I’ve written extensively about them on this site. Virtually all hydrolyzed or autolyzed ingredients contain some amount of hidden MSG.

Don’t be fooled by the name of the product

Did you know that the name of the food product has nothing to do with what’s in it? Brand-name food companies make products like “Guacamole Dip” that contains no avocado! Instead, they’re made with hydrogenated soybean oil and artificial green coloring chemicals. But gullible consumers keep on buying these products, thinking they’re getting avocado dip when, in reality, they’re buying green-colored, yummy-tasting dietary poison.

Food names can include words that describe ingredients not found in the food at all. A “cheese” cracker, for example, doesn’t have to contain any cheese. A “creamy” something doesn’t have to contain cream. A “fruit” product need not contain even a single molecule of fruit. Don’t be fooled by product names printed on the packaging. These names are designed to sell products, not to accurately describe the ingredients contained in the package.

Ingredients lists don’t include contaminants

There is no requirement for food ingredients lists to include the names of chemical contaminants, heavy metals, bisphenol-A, PCBs, perchlorate or other toxic substances found in the food. As a result, ingredients lists don’t really list what’s actually in the food, they only list what the manufacturer wants you to believe is in the food.

This is by design, of course. Requirements for listing food ingredients were created by a joint effort between the government and private industry (food corporations). In the beginning, food corporations didn’t want to be required to list any ingredients at all. They claimed the ingredients were “proprietary knowledge” and that listing them would destroy their business by disclosing their secret manufacturing recipes. It’s all nonsense, of course, since food companies primarily want to keep consumers ignorant of what’s really in their products. That’s why there is still no requirement to list various chemical contaminants, pesticides, heavy metals and other substances that have a direct and substantial impact on the health of consumers. (For years, food companies fought hard against the listing of trans fatty acids, too, and it was only after a massive public health outcry by consumer health groups that the FDA finally forced food companies to include trans fats on the label.)

Manipulating serving sizes

Food companies have also figured out how to manipulate the serving size of foods in order to make it appear that their products are devoid of harmful ingredients like trans fatty acids. The FDA, you see, created a loophole for reporting trans fatty acids on the label: Any food containing 0.5 grams or less of trans fatty acids per serving is allowed to claim ZERO trans fats on the label. That’s FDA logic for you, where 0.5 = 0. But fuzzy math isn’t the only game played by the FDA to protect the commercial interests of the industry is claims to regulate.

Exploiting this 0.5 gram loophole, companies arbitrarily reduce the serving sizes of their foods to ridiculous levels — just enough to bring the trans fats down to 0.5 grams per serving. Then they loudly proclaim on the front of the box, “ZERO Trans Fats!” In reality, the product may be loaded with trans fats (found in hydrogenated oils), but the serving size has been reduced to a weight that might only be appropriate for feeding a ground squirrel, not a human being.

The next time you pick up a grocery product, checking out the “No. of servings” line in the Nutrition Facts box. You’ll likely find some ridiculously high number there that has nothing to do with reality. A cookie manufacturer, for example, might claim that one cookie is an entire “serving” of cookies. But do you know anyone who actually eats just one cookie? If one cookie contains 0.5 grams of trans fatty acids, the manufacturer can claim the entire package of cookies is “Trans Fat FREE!” In reality, however, the package might contain 30 cookies, each with 0.5 grams of trans fats, which comes out to 15 grams total in the package (but that assumes people can actually do math, which is of course made all the more difficult by the fact that hydrogenated oils actually harm the brain. But trust me: 30 cookies x 0.5 grams per cookie really does come out to 15 grams total).

This is how you get a package of cookies containing 15 grams of trans fats (which is a huge dose of dietary poison) while claiming to contain ZERO grams. Again, it’s just another example of how food companies use Nutrition Facts and ingredients lists to deceive, not inform, consumers.

Tips for reading ingredients labels

1. Remember that ingredients are listed in order of their proportion in the product. This means the first 3 ingredients matter far more than anything else. The top 3 ingredients are what you’re primarily eating.

2. If the ingredients list contains long, chemical-sounding words that you can’t pronounce, avoid that item. It likely does contain various toxic chemicals. Why would you want to eat them? Stick with ingredients you recognize.

3. Don’t be fooled by fancy-sounding herbs or other ingredients that appear very far down the list. Some food manufacturer that includes “goji berries” towards the end of the list is probably just using it as a marketing gimmick on the label. The actual amount of goji berries in the product is likely miniscule.

4. Remember that ingredients lists don’t have to list chemical contaminants. Foods can be contaminated with pesticides, solvents, acrylamides, PFOA, perchlorate (rocket fuel) and other toxic chemicals without needing to list them at all. The best way to minimize your ingestion of toxic chemicals is to buy organic, or go with fresh, minimally-processed foods.

5. Look for words like “sprouted” or “raw” to indicate higher-quality natural foods. Sprouted grains and seeds are far healthier than non-sprouted. Raw ingredients are generally healthier than processed or cooked. Whole grains are healthier than “enriched” grains.

6. Don’t be fooled by the word “wheat” when it comes to flour. All flour derived from wheat can be called “wheat flour,” even if it is processed, bleached and stripped of its nutrition. Only “whole grain wheat flour” is a healthful form of wheat flour. (Many consumers mistakenly believe that “wheat flour” products are whole grain products. In fact, this is not true. Food manufacturers fool consumers with this trick.)

7. Don’t be fooled into thinking that brown products are healthier than white products. Brown sugar is a gimmick — it’s just white sugar with brown coloring and flavoring added. Brown eggs are no different than white eggs (except for the fact that their shells appear brown). Brown bread may be no healthier than white bread, either, unless it’s made with whole grains. Don’t be tricked by “brown” foods. These are just gimmicks used by food giants to fool consumers into paying more for manufactured food products.

8. Watch out for deceptively small serving sizes. Food manufacturers use this trick to reduce the number of calories, grams of sugar or grams of fat believed to be in the food by consumers. Many serving sizes are arbitrary and have no basis in reality.

9. Want to know how to really shop for foods? Download our free Honest Food Guide, the honest reference to foods that has now been downloaded by over 800,000 people. It’s a replacement for the USDA’s highly corrupt and manipulated Food Guide Pyramid, which is little more than a marketing document for the dairy industry and big food corporations. The Honest Food Guide is an independent, nutritionally-sound reference document that reveals exactly what to eat (and what to avoid) to maximize your health.

Bron:

www.gatheringspot.net

Written by hallometsteven

juni 3, 2011 at 9:26 pm

bericht van kameraad Marc vanuit Colombia: “Het inmemoriam van een broodje.”

leave a comment »

31 Mei 2011 — Het Colombiaanse broodje van 100 pesos (4 eurocent) is niet meer. Het broodje is lange tijd het symbool geweest voor de koopkracht van de armere bevolking, vooral in de steden. De hoge prijzen van de graan op de wereldmarkt maakten een einde aan deze traditie.

de typische gasoven in een kleine bakkerij

Bakkers bleven het broodje lang aanbieden omdat het getal honderd een bijna mytische grens was geworden, en omdat zij de lagere inkomens de kans wilden geven toch een broodje te kopen met de bescheiden middelen waarover ze beschikken. Ook al werd dat broodje de laatste jaren steeds kleiner, de verkoopprijs bleef op het zelfde niveau. Maar nu is het van de markt verdwenen. De minimumprijs is nu 200 pesos. De prijs van de ingevoerde tarwe laat niet meer toe met de reele koopkracht van de armen rekening te houden.

Nationale tarwe is er slechts nog nauwelijks. In de jaren zestig produceerde Colombia 160.000 ton tarwe en importeerde 120.000 ton. Het toenmalige hoofd van het ICA, de Colombiaanse landbouwdienst, Fernando Peñaranda, was ervan overtuigd dat het land perfect kon instaan voor zijn volledige behoefte. De savannevlakte rond Bogota, het zuidelijke departement Nariño en het centraler gelegen Boyacá beschikken immers over de perfecte klimatologische omstandigheden voor de graanproductie.

Maar de politiek besliste er anders over. De subsidies werden afgeschaft, de productiekosten stegen en de toenmalige regering sloot een akkoord met de VS voor de import van goedkoop graan aan gunsttarieven. Enkel wat kleinere producenten bleven over, de groten zagen het niet meer zitten en schakelden over op andere teelten. In de savanne van Bogotá vind je nu vooral rozenteelt voor de export. Vanaf 1976 werden de prijzen volledig geliberaliseerd. Vanaf 1990 ging de import pijlsnel omhoog tot circa 1.100.000 ton per jaar. In Nariño worden nog amper 20.000 ton geproduceerd.

Wie dacht dat deze evolutie gunstig zou zijn voor de productie van mais en de verwerking ervan tot de traditionele ¨arepas¨ komt bedrogen uit. De import van goedkope, lees Amerikaanse, mais steeg van 20.000 ton in 1990 tot meer dan 1.800.000 ton op dit moment. De import door de jaren heen is tegemoet gekomen aan de toenemende vraag van een steeds groter wordende bevolking. De Colombiaanse voedselveiligheid werd steeds kleiner.

De huidige hoge prijzen op de wereldmarkt breken de Colombianen zuur op. In eerste instantie werd de nationale productie afgebouwd en nu moeten veel meer deviezen aangewend worden om die import te betalen.

De arme man betaalt de rekening. Het (Amerikaanse) graan heeft de storm doorstaan. Het broodje van 100 pesos niet. Het was een ongelijke strijd, …een doodsstrijd.

Marc Leyman

Restrepo, Valle del Cauca

30 mei 2011.

verscheen ook op de wereldblogs van MO*-magazine

Written by hallometsteven

juni 3, 2011 at 7:43 pm