hoe we de krachten van fair trade en korte keten kunnen bundelen

Prijsvergelijking: supermarkt – hoeveverkoop – veiling

laat een bericht achter »

Dit artikel maakt onderdeel uit van de studie:
”Een inventarisatie van mogelijkheden voor eerlijke prijzen voor Hasseltse boeren”

Wellicht interesseert u ook dit artikel: Wat is regiofair?

In de maand maart 2009 hebben we in Hasselt een onderzoek gedaan naar de prijzen van de Jonagold–appel en de Conference–peer. We hebben hierover een kleine prijsvergelijking opgesteld. De weergegeven prijzen zijn steeds per kilogram.

Een hoeveverkoper bouwt een winstmarge in van 20 tot en met 30 % boven de veilingprijs. We hebben een gemiddelde van 25 % genomen.

Voor de veilingprijs hebben we het gemiddelde genomen van de maand maart 2009 voor het betreffende type. Dit zijn de veilingprijzen van de BFV (Belgische Fruitveiling) te Sint-Truiden. De percentages zijn steeds afgerond tot gehele getallen.

Winkelketen Delhaize

 

Delhaize verkoopt Jonagold E2++ T 75/80 van het keurmerk TRUVAL.

 

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Delhaize zijn prijs 138 % hoger plaats dan de veilingprijs en 90 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Delhaize zijn prijs 138 % hoger plaats dan de veilingprijs en 90 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Delhaize verkoopt Conference E2++ T 60/70 van het keurmerk TRUVAL.

 

Deze grafiek vertelt ons dat Delhaize zijn prijs 63 % hoger plaats dan de veilingprijs en 31 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Deze grafiek vertelt ons dat Delhaize zijn prijs 63 % hoger plaats dan de veilingprijs en 31 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Winkelketen Carrefour

 

Carrefour verkoopt Jonagold E2++ T 75/80 van het keurmerk TRUVAL.

 

Carrefour plaatst zijn prijs 210 % hoger dan de veilingprijs en 148 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Carrefour plaatst zijn prijs 210 % hoger dan de veilingprijs en 148 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Carrefour verkoopt Conference E2++ T 60/70 van het keurmerk TRUVAL.

 

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Carrefour zijn prijs 108 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 67 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Carrefour zijn prijs 108 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 67 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Winkelketen Colruyt

 

Colruyt verkoopt Jonagold E2++ T 85/90 van het keurmerk TRUVAL.

 

Colruyt plaatst zijn prijs 217 % hoger dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Colruyt plaatst zijn prijs 217 % hoger dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Colruyt verkoopt Conference E2++ T 65/75 van het keurmerk TRUVAL.

 

Deze grafiek vertelt ons dat Colruyt zijn prijs 82 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 45 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

Deze grafiek vertelt ons dat Colruyt zijn prijs 82 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 45 % hoger dan de hoeveverkoopprijs.

 

Conclusie:

  • Wanneer we het gemiddelde nemen, zien we dat winkelketens hun producten gemiddeld 136 % duurder verkopen dan de veilingprijs.
  • Daarnaast zien we ook dat de winkelketens hun producten gemiddeld 89 % duurder verkopen dan de hoeveverkoper.

Dit zijn ons inziens schrikwekkende cijfers.

In welke mate de tussenhandel een ondermijnende invloed heeft op een beter inkomen van de landbouwers dient in een volgende studie nader te worden onderzocht.

Dank

Dit onderzoek werd uitgevoerd door Jessy Goris (studente Provinciale Hogeschool Limburg). Zij liep tot eind juni gedurende 3 maanden stage bij de Stad Hasselt en voerde deze studie – als onderdeel van haar afstudeerproject – uit in opdracht van de Landbouwcel van Hasselt.

Wij danken verder ook mevrouw Louis-Joan Lemmer (ambternaar bevoegd voor landbouw), mevrouw Ingeborg Debock (Noord-Zuid-ambtenaar) en uiteraard alle Hasseltse boeren, die meewerkten aan dit onderzoek.

Het onderwerp en de resultaten van haar volledige onderzoek “Hasseltse boeren aan het woord – Kunnen onze boeren voor hun productie een prijs krijgen waar ze redelijk van kunnen leven?” vindt u hier:
Hasseltse boeren aan het woord.

Steven Schepers
trekkersgroep FairTradeGemeente Hasselt

Written by de verbaasde kabouter

juni 17, 2009 op 2:59 pm

Hasseltse boeren aan het woord – Kunnen onze boeren voor hun productie een prijs krijgen waar ze redelijk van kunnen leven?

met één reactie

Dit artikel wordt aangevuld door tekst mét prenten: “Prijsvergelijking: supermarkt – hoeveverkoop – veiling”

”Een inventarisatie van mogelijkheden voor eerlijke prijzen voor Hasseltse boeren”

Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zouden zij moeten voldoen om in orde te zijn?

Inleiding

Wereldwijd ondervinden boeren problemen met het verkrijgen van een goed inkomen. Om te werken aan een oplossing is een Fair Tradeconcept ontwikkeld.

Fair Trade ondersteund groepen boeren in ontwikkelingslanden met een keurmerk dat hen een betere prijs voor hun producten biedt dan wanneer zij deze via de reguliere markt zouden verkopen; er wordt aldus een ‘eerlijke handel’ gecreëerd.

Ook Vlaamse boeren ontvangen slechts een uiterst klein gedeelte van de prijs in de supermarkt en vaak is dit deel niet kostendekkend.

maart 2009 COLRUYT - Jonagold E2++ T 85/90 keurmerk TRUVAL

maart 2009 COLRUYT - Jonagold E2++ T 85/90 met het keurmerk 'TRUVAL'
Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat Colruyt zijn prijs 217 % hoger plaatst dan de veilingprijs en 152 % hoger dan de hoeveverkoopprijs. Duurzame handel?
Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

Nu de landbouwsubsidies in 2013 volledig herzien gaan worden, lijkt het nog noodzakelijker te gaan worden om alle kosten van productie op te nemen in de verkoopprijs.

Eerdere onderzoeken – ondermeer in Nederland – bestudeerden de mogelijkheid om, net als bij het Fair Trade-concept, een eerlijkere handel te creëren waardoor ook de boer in Europa een eerlijkere prijs voor zijn producten zou krijgen.

Uit onderzoek aan de Universiteit van Wageningen (2007) kwam ondermeer volgende aanbeveling voort:

Het introduceren van een nieuw label voor eerlijkheid is niet raadzaam; de meest voor de hand liggende opties zijn:

  • 1) bundeling/samenwerking tussen bestaande labels, en
  • 2) informatievoorziening aan consumenten om zodoende duidelijk te maken in hoeverre bestaande merken/labels voldoen aan diverse eerlijkheidscriteria.

Concrete mogelijkheden/operationalisering hiervan behoeft nadere uitwerking en onderzoek.

Voor een samenwerking met bestaande labels lijkt het logisch in eerste instantie te kijken naar mogelijke samenwerkingsverbanden met het Max Havelaar-keurmerk of andere reeds bestaande fairtrade-initiatieven als de Oxfam-Wereldwinkels. Deze staan hiervoor echter niet te trappelen.

Toch lijken er openingen tot samenwerking. Sinds 2005 kunnen Vlaamse steden en gemeenten dingen naar de titel van ‘FairTradeGemeente’.

Om deze titel te kunnen behalen, dienen lokale besturen aan zes criteria te voldoen. Het zesde criterium voorziet in een eigen intiatief aangaande duurzame, lokale consumptie. In Hasselt werd er gekozen voor ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie.

Opzet onderzoek

In een casestudy probeerde Jessy Goris (studente marketing Provinciale Hogeschool Limburg), in een stage bij de Landbouwcel van de stad Hasselt, een antwoord te vinden door Hasseltse boeren te interviewen.

Daartoe werden de bestaande ervaringen en knelpunten voor een succesvolle verkoop van lokale hoeveproducten getraceerd. En werd er gepeild naar de bekendheid onder de Hasseltse boeren van de Fair Trade-koers die de stad volgt.

Dit laatste houdt bijvoorbeeld het stimuleren in van de verkoop van lokale hoeveproducten met lage transportkosten en minder belasting op het milieu. Men noemt dit gemakshalve ‘korte keten’.

Onderzoeksvragen

In deze casestudy koos Jessy Goris voor een interview met een selecte groep geëngageerde boeren. Deze werkwijze bood de mogelijkheid de boeren zelf aan het woord te laten en van binnenuit te achterhalen wat de perspectieven zijn voor het vermarkten van lokale hoeveproducten.

Kunnen boeren een prijs krijgen voor hun productie waar ze redelijk van kunnen leven? Zijn de prijzen die ze krijgen of vragen voor hun product kostendekkend? Als boeren zelf hun producten zouden vermarkten, zou dat een economische vooruitgang betekenen? Aan welke voorwaarden zou dit moeten voldoen?

Enkele resultaten van de bevraging.

Naar economische haalbaarheid van directe hoeveverkoop.

De interviews werden afgenomen bij 15 Hasseltse landbouwers met als doel de economische haalbaarheid van lokale hoeveproducten te onderzoeken. Deze 15 landbouwers staan representatief voor de verhouding van de verschillende sectoren binnen de landbouw in Hasselt. Daarnaast werd een kleine prijsvergelijking gemaakt tussen de veilingprijs, de hoeveverkoopprijs en de supermarktprijs.

Het resultaat van deze casestudy leidde tot volgende conclusies:

Grootste winst zit in de tussenhandel.

Tussen wat de boer ontvangt van de veiling voor zijn product en wat de consument in de supermarkt betaalt, zit een groot verschil van winst waar de boer meestal niet van profiteert. Dat verschil ligt tussen de 60 tot 250 % hoger dan wat de boer ontvangt van de veiling. Hiervoor zijn prijzen van de drie supermarkten vergeleken (Carrefour, Delhaize en Colruyt).

Bescheiden winst voor de boer.

Wanneer de boer aan directe hoeveverkoop doet, rekent hij gemiddeld slechts 20 % boven de veilingprijs. Deze 20 % is een niet-economische grove schatting die de boer maakt, afhankelijk van de schaarste of het overvloedige aanbod op de markt. Hij volgt hiervoor geen uitgelezen economische kosten-batenanalyse met een daarbij behorende bewuste prijzenvergelijking.

Consument: ‘onbekend maakt onbemind’.

Het directe contact met de consument biedt het voordeel van betrokkenheid en bekendheid met de actualiteit van de landbouw, de agrarische bedrijfsvoering en de kwaliteit van het product. Met consumenten omgaan en kunnen verkopen vereist een speciaal talent of je moet erin zijn opgeleid. Echter vormt ook de ligging van de hoeve een probleem voor de snelle bereikbaarheid van de consument. Een wekelijkse boerenmarkt zou voor consument als producent hierin een brug kunnen slaan.

Milieu en mondialiteit.

Beperking van transport werkt reducerend op de CO2 uitstoot en de vervoerskosten. Als FairTradeGemeente wordt in Hasselt het zesde criterium ingevuld met ‘het ondersteunen van de lokale boer’ en daarmee de lokale economie. Tweederde van de bevraagde boeren wil actief meewerken aan projecten die de stad Hasselt hierrond op poten stelt. Een aantal van de bevraagde boeren werkt er reeds aan mee.

Rentabiliteit.

De lokale boeren zeggen veel concurrentie te ondervinden van geïmporteerde producten die vervaardigd zijn in landen met lage loonlasten waar weinig of geen gegarandeerde controle is op milieubelasting en de vervaardiging van teelt en verwerking van het boerenproduct. Ook de hoge grondprijzen in West-Europa (en daarmee ook in Hasselt) zijn negatief voor de boeren.

De hoge investeringskosten voor de inrichting van de hoeve voor hoeveverkoop met de daaraan gekoppelde strenge hygiënische voorschriften waar hoeveverkoop moet aan voldoen en de hoge personeelskosten voor een efficiëntere verwerking van het boerenproduct zijn serieuze overwegingen die een boer doet aarzelen om aan hoeveverkoop te doen.

In coöperatief verband te gaan samenwerken, vormt een optie, maar ook hierin gaat de boer niet over één nacht ijs.

Conclusies

Tweederde van de bevraagde boeren aan hoeveverkoop doet. Belangrijkste reden om niet aan hoeveverkoop te doen, is het extra personeel dat je hiervoor moet inhuren. Dit personeel is niet rendabel. Verder verzekert de veiling de boer ook van afzet.

90 % van de bevraagde boeren plaatst zijn prijs boven de veilingprijs, maar onder de supermarktprijs. De verkoopprijs wordt bepaald door een eigen kosten-batenanalyse, met daar bovenop een winstmarge.

De meest beïnvloedende factoren op de prijs die gevraagd wordt, zijn: het weer, de wettelijke bepalingen en de import en export uit andere landen.

Factoren die de verkoop kunnen bevorderen zijn: meer promotie, een stijgend commercieel inzicht of het engageren van de hele familie.

90 % van de bevraagde boeren beschikt niet over een eigen website, maar zijn wel actief op sites betreffende de landbouw. 54 % van de bevraagde boeren is betrokken bij een of meerdere landbouworganisaties. Deze betrokkenheid biedt voordelen, maar soms vergt deze betrokkenheid ook tijd, bijvoorbeeld het aanwezig zijn op vergaderingen.

De grootste afnemers zijn: de veiling, distributeurs, grossiers en particulieren.

Deze zijn steeds tevreden over de aangeboden kwaliteit, maar de boeren zijn niet altijd tevreden over de prijs die ze krijgen.

In welke mate de tussenhandel een ondermijnende invloed heeft op een beter inkomen van de landbouwers dient in een volgende studie nader te worden onderzocht.

Tweederde van de bevraagde boeren wil zijn producten in coöperatief verband verkopen als dit organisatorisch mogelijk is.

De meest voorkomende suggestie die gegeven werd om de toekomst van de landbouw in Hasselt te verzekeren, is het opzetten van meerdere initiatieven vanuit de stad betreffende de Fair Trade-koers die de stad volgt om de lokale economie en duurzame landbouw te stimuleren. De belangrijkste verwachting die boer heeft van het gemeentebestuur of de ambtenaar voor de landbouw is het vergemakkelijken van het papierwerk.

Verder wil tweederde van de bevraagde boeren ook actief meewerken aan projecten die de stad opzet betreffende de landbouw.

Het behoud van hoogwaardige kwalitatieve landbouwgrond voor de boeren die op een economische en ecologische wijze willen produceren vinden ze erg belangrijk.

Circa 80 % van de bevraagde boeren maakt gebruik van niet familiale hulp op hun bedrijf. Dit is noodzakelijk om de seizoensgebonden producten efficiënt te verwerken, maar het zorgt voor een hoge kostenpost.

Het beroep van landbouwer is een kwestie van levenshouding en boerentrots als het van vader op zoon wordt doorgegeven. Alle bevraagde landbouwers vinden de zelfstandigheid en het constante contact met de natuur aantrekkelijk.

Tweederde van de bevraagde boeren die aan hoeveverkoop doen, is op de hoogte van het Fair Trade-beleid dat de stad voert.

faire melkprijzen? een oplawaai kun je krijgen!

met één reactie

Wat doe je in een democratie met gepeupel dat opkomt voor zijn rechten?
Van straat kloppen!

faire melkprijzen? een oplawaai kun je krijgen!

faire melkprijzen? een oplawaai kun je krijgen!

want… vandaag is het feest

Vanop foodlog.nl vandaag:

“Keizer Albert lacht. Hij legde vandaag de basis om met zijn marktmacht niet alleen de A-merken, maar ook de keurmerken de markt uit te werken. Keizer Albert heeft ze immers voor het kiezen en kan, zoals mensen die gevarieerd van bil gaan het noemen, ‘een beetje wisselen’.

Toch zijn de keurmerkkoningen blij. Blakend van zelfvertrouwen en met woorden die het Grote Goed dienen steken ze de kop in het zand. “Deze stap is een duidelijk antwoord op de toenemende vraag van consumenten naar producten die bijdragen aan een betere toekomst”, zegt Coen de Ruiter van Max Havelaar. Zijn Max is een van die nieuwe merken, pardon keurmerken natuurlijk, die Albert straks helemaal in zijn zak steekt.”

Dick Veerman blijft een meester van het woord en analyseert het correct.

Wat mij echter vooral treft dezer dagen, is dat de klassieke (sic.) fairtradebeweging – vakkundig gekaapt als ze zijn door de multinationale ondernemingen middels het overnemen van het keurmerk Max Havelaar – niet hoog oploopt met de idee om ook boeren in het Noorden mee te laten profiteren van fair trade. Om zo heel veel wind te maken, zeg maar een storm te ontketenen.

Door dit soort monsterverbonden af te sluiten met Albert Heijn is deze laatste verzekerd van het feit dat MH het AH nooit moeilijk zal maken met het steunen van de europese boerenstand. Zwijg stil er een coalitie mee te sluiten.

Maar zeer hoopgevend, dit bericht van Johan Janssen van Belgian Dairy Board, vanmorgen in mijn mailbox:

“Voila, vers geperst.
Grtn, JJ
http://www.fairdairy.eu/

Belgian Dairy Board klopt niet op mensen maar op spreekwoordelijke nagels.

Constructief, maar klaar met een alternatief, waar ik volgaarne aan meewerk, voor het geval de zuivelsector niet tot inkeer wil komen. En willen de fairtraders niet weten van bijv. 100% fairtradechocomelk, dan zullen de boeren het zelf doen.

En dus beter doen.

En dus de klassieke fairtraders inhalen, voorbijsteken en ter plaatse laten.

Effe nog wat feiten over de melkprijzen vandaag

Vandaag kost 1 liter melk produceren 53 eurocent. De melkveehouder krijgt van degene die de melk bij hem komt ophalen vandaag 24 cent.

uit videoreportage hieronder, nieuwsuitzending TV Limburg van 26 mei 2009

In eigen land heeft Aldi vorige week een aantal ‘blijvende prijsdalingen’ ingevoerd. Eén van de meest opmerkelijke is de prijs van een liter halfvolle melk: die stond op 49 cent, wat al erg laag is, want vorig jaar kostte die nog 62 cent. Nu is er nog 6 cent afgegaan, en betalen de consumenten dus 43 cent. Ter vergelijking: een fles Spa Reine kost bij Delhaize 60 cent, een fles Coca-Cola 1,32 cent. Wie bij deze prijzen dagelijks een liter melk koopt bij Aldi, betaalt op jaarbasis 157 euro, voor Spa Reine 219 euro en voor Coca-Cola komt dat op 481 euro, zo heeft Het Laatste Nieuws becijferd.

Waarom moeten de fairtraders in Europa samenwerken met de eigen boeren?

Omdat wat ze met hun fairtradepremie uit te betalen in het Zuiden aan de ene kant geven, ze meteen weer afpakken door zelf unfaire melk te verkopen, bijvoorbeeld.

Ik verklaar: er bestaat al zogenaamde fairtradechocomelk, welke echter over de slechte prijzen die voor de melk wordt betaald, angstvallig zwijgt. Waar ze ook over zwijgt, is dat door de slechte melkprijzen de overproductie wordt aangewakkerd. En waar belandt die overproductie? Juist, in het Zuiden. In Afrika bijvoorbeeld, In de vorm van melkpoeder. Op deze manier kunnen de kleine afrikaanse melkproducenten hun melk niet kwijt op de lokale markt en moeten hun koeien slachten. Etc… etc…

afsluiter: Belgian Dairy Board weer in het nieuws

Written by de verbaasde kabouter

mei 27, 2009 op 5:19 pm

fairfood@fairtradegemeente hasselt

laat een bericht achter »

Dit concept wordt stilaan een hype in Limburg :-)
Dus verder ‘zonder commentaar’…

Written by de verbaasde kabouter

april 17, 2009 op 12:22 pm

marketingsuggesties – deel3 : Peter Boonen en zijn Achelse Blauwe

laat een bericht achter »

Achelse blauwe, ’s werelds beste

Fiere kaasboer Peter Boonen
  Fiere kaasboer Peter Boonen (Foto RVi)

De beste streekkaas ter wereld komt uit Achel, in Noord-Limburg. Een gereputeerde jury was vol lof over de ‘Grevenbroecker’ van kaasmakerij Catharinadal. Al hebben kaasmeesters hem nu al ‘Achelse blauwe’ gedoopt, omdat buitenlandse klanten dat ten minste kunnen uitspreken. Zij willen een nieuw commercieel elan geven aan de unieke kaastraditie die ons land rijk is.

Kaasboer Peter Boonen maakt zijn blauwe schimmelkaas al 20 jaar en is in de wolken: “Ik ben heel blij dat de kaasmeesters hem mee naar het buitenland hebben willen nemen. Want in mijn winkel vinden de klanten ‘m wel goed, maar de vraag is of ie werkelijk goed is, dan wel dat ze dat voor mijn schoon ogen zeggen.”

“Ik ben heel fier op mijn score van 18,3 op 20. Voor de Caseusjury, dat is de wereldtop! Maar dankzij de groothandelaars zou ik daar nooit geraakt zijn: zelf ga ik niet buiten mijn dorp want dan rijd ik verloren”, grinnikt hij. “Zij hebben zich voorgenomen om de Belgische kazen te promoten, en zijn met de mijne naar buiten getreden, voortaan de beste ambachtelijke kaas ter wereld!”

Peter Boonen – man van de praktijk inzake korte keten en eerlijke handel

Wellicht ken je Peter Boonen nog. En zijn collega Gilberto Gaona, een koffieboer uit El Alto.

Samen waren zij waren de gezichten van de Ik Ben Verkocht campagne.

,,Eigenlijk maken wij, kleine boeren, allemaal hetzelfde mee,’’

zei Peter Boonen toen.

,,We moeten optornen tegen grote bedrijven, oneerlijke prijzen en een wetgeving die ons stilaan doodknijpt.’’

Een tijd geleden kreeg Peter Boonen inderdaad te horen dat hij zijn kaasmakerij moest verbouwen. De boer maakt 140 kazen en deed dat in één en dezelfde ruimte, wat niet conform is aan de hygiënevoorschriften.

“Verbouwingen kosten geld, en dus hebben we beslist om de Achelse Blauwe ook buiten de gemeentegrenzen te verkopen, om meer inkomsten te krijgen”.

En zo sleepte de blauwe kaas van boer Peter eerst in eigen land een prijs in de wacht en onlangs had hij prijs tijdens de prestigieuze Caseus-awards in Lyon.

Daar ging de kaas met de meeste punten lopen in de categorie ‘presentatie van een originele kaas’. De jury loofde de Achelse Blauwe om zijn zachte en romige textuur, zijn typische smaak. “Een innoverend product zoals er zelden worden gemaakt”, luidde het eindoordeel.

Het geheim van de kaas schuilt in de ambachtelijke productiemethode. Hij wordt volledig met de hand gemaakt. De aders ontstaan door nauwkeurig op elkaar gestapelde wrongel. “Ik maak er maar zestien per week”, vertelt Peter Boonen. “Meer gaat echt niet. Na de productie van de Achelse Blauwe moet ik het atelier telkens helemaal ontsmetten om de andere kazen te kunnen maken”.

Door de schaarste is de Achelse Blauwe extra gegeerd. “Ik heb een paar buitenlandse afnemers, hier en daar een kaasmeester in België en dan hou ik nog net genoeg over om in mijn eigen winkel te verkopen”, zegt Boonen.

Of hij contracten afsluit?

“Nee, ik heb geen contracten. Met niemand. Ik ben een boer, mijnheer”. Van zijn prijs maakt hij overigens geen geheim. “21,6 euro per kilo. Dat is niet overdreven veel”.

Peter besluit grappend:

“En zeggen dat ik dit alles te danken heb aan een vermaning van het Voedselagentschap”.

 


 

Interessante links:

Lees hier het verhaal van Peter Boonen en Gilberto Gaona:

Een uitgebreid artikel over Peter en zijn kazen:

Lees ook: