regiofair of "hoe de krachten van fair trade en lokale korte keten te bundelen"

de productie in vraag gesteld: industriële, biologische en eerlijke landbouw, van hier en elders

leave a comment »

Volgens de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties wordt wereldwijd een derde van het geproduceerde voedsel weggegooid. In ontwikkelingslanden vooral door slechte wegen en misoogsten, in het westen vaak gewoon als het gevolg van overschotten, omdat we het niet op krijgen. Is eerbied voor voedsel, voor de eerlijke en duurzame productie ervan, een bewuste keuze voor de westerse consument, en kan hij er ook de meer dan 900 miljoen hongeringen in het Zuiden mee helpen? Dimensie 3, het blad van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, ging de boer op.

Aan het woord:

  • BLADZIJDE 1:
    1. Piet Van Themsche (voorzitter Boerenbond)
    2. en Catherine (lid van een gemeenschappelijke aankoopcentrale)
  • BLADZIJDE 2:
    1. Guy Mergeai (hoogleraar tropische landbouwkunde Gembloux)
    2. en Shenggen Fan (directeur-generaal International Food Policy Reasearch Institute)

1. “Goede of slechte boeren, dat bestaat niet”


Voor Piet Van Themsche, voorzitter van de Boerenbond en Agricord, moeten beide landbouwsystemen, korte keten en traditioneel, naast elkaar bestaan. De boer maakt zelf de keuze, vanuit een economische logica.

In Europa groeit het deel van de markt dat vraagt naar duurzame
productiemethodes, bio, korte keten of andere, waarbij nabijheid
tussen producent en consument centraal staat. De landbouw
moet op die kans inspelen, maar het blijft een niche, die momenteel goed is
voor maximum 5% van de voedselproductie.
Anderzijds zie je een evolutie van verduurzaming in de traditionele mainstream
landbouw. Meer met minder. Dat betekent met minder inputs de effectiviteit
verhogen, onder meer door genetica en teelttechnieken. De laatste 15 jaar zie
je daardoor erg gunstige evoluties in het gebruik van bestrijdingsmiddelen,
verzuring of de emissie van fi jn stof. In de toekomst zal men aan de traditionele
landbouw nog meer beperkingen opleggen, vanuit de maatschappelijke vraag
naar biodiversiteit, waterkwaliteit, klimaat. Deze kosten, die niet in de marktprijs
verrekend kunnen worden, zullen door de maatschappij gedragen worden. De
korte keten van zijn kant rekent die extra kosten rechtstreeks door aan de
consument. Wat de duurzaamheid van de landbouw betreft, zal het economische
steeds dé drijfveer van de boer blijven. De vraag of hij er zijn boterham
kan mee verdienen, zal steeds zijn keuze voor deze of gene methode bepalen.
Nog vanuit economisch oogpunt kan de korte ketenlandbouw, die evenwaardig
is aan de zeer gespecialiseerde landbouw, maar een deel van het
verhaal zijn. Men mag niet vervallen in het nostalgische verhaal van de
zelfvoorzienende boer. Ernaast moet immers de zeer gespecialiseerde en
heel productieve traditionele landbouw zijn rol blijven vervullen. De globale
tendensen zoals de uitbreiding van de megasteden, de klimaatontwikkeling
en de evolutie naar hernieuwbare energie maken die vraag noodzakelijk.
Wel dienen de globale inspanningen, zoals nu binnen de G20, te worden
verdergezet om de recente volatiliteit van de voedselprijzen een halt toe
te roepen. Want de vraag blijft of men voedsel, als basisrecht, wel als een
gewoon handelsgoed kan behandelen.

3. “Voor mij is agro-ecologie de toekomst”


Guy Mergeai is hoogleraar tropische landbouwkunde bij Gembloux Agro-Bio Tech (Faculteit Landbouwwetenschappen, Ulg)

Door het besef dat fossiele energie stilaan uitgeput raakt, dat
intensieve landbouw zoals we die kennen in de toekomst niet
meer zal kunnen worden bedreven, groeit de belangstelling voor
agro-ecologische technieken. Maar dit besef is groter in het noordelijk halfrond.
Ik geef les aan Afrikaanse beursstudenten die meestal een klassieke
opleiding hebben genoten en niet speciaal geïnteresseerd zijn in bio. Maar de
producenten in het Zuiden hebben geen keuze, ze beschikken immers niet
over voldoende middelen om grote machines en productiemiddelen te kopen.
Ik leer hen hoe de natuurlijke processen optimaal kunnen worden benut. Ook
sommige technieken van hun voorouders hebben hun nut bewezen en zijn
zelfs interessant om in het Noorden te worden toegepast.
Ik onderricht vooral agro-ecologie, een landbouwsysteem dat de natuurlijke
orde zoveel mogelijk respecteert en het gebruik van productiemiddelen
beperkt. ‘Bio’ is zulk een landbouwsysteem, maar niet het enige. Ik ben
pragmatisch ingesteld. Volgens mij zou er niet voldoende eten zijn voor
iedereen als nu al meteen op bio zou worden overgestapt. We mogen immers
niet vergeten dat de Arabische revoluties verband houden met de voedselprijzen.
Deze extreem droge landen kunnen nooit genoeg produceren om in
hun voedselbehoeften te voorzien. Bovendien is in de meeste ontwikkelingslanden
een ‘groene revolutie’ (een grotere landbouwproductie met behulp
van kunstmest, pesticiden, tractoren enz.) niet realiseerbaar, als gevolg van
de hoge kostprijs, het gebrek aan brandstof en de moeilijkheid grote arealen
te bewerken met de schaarse middelen van de landbouwers daar. Daarnaast
moet je rekening houden met de dreigende uitputting van de grond. Om de
honger in de wereld uit te roeien, is agro-ecologie een oplossing, zoals Olivier
De Schutter (Speciaal rapporteur van de VN voor het recht op voedsel) het
stelde (zie Dimensie 3 – 2/2011). Voor mij is agro-ecologie de toekomst van
de landbouw.

4. “De wereld voeden met biolandbouw is niet voor morgen”


Shenggen Fan, directeur-generaal van het International Food Policy Research Institute, zet zijn visie uiteen over de rol van de biologische landbouw in de voedselproductie.

De biologische landbouw moet in Europa en de VS zeker gepromoot
worden. De mensen daar kunnen zich biologische voeding
veroorloven. Zo zijn er in de VS mensen die bereid zijn drie keer
meer te betalen voor biologische dan voor niet-biologische voeding.
Maar in ontwikkelingslanden zou ik voorzichtig zijn omdat de opbrengsten op
dit moment nog te laag zijn. We moeten immers voldoende voedsel produceren
voor iedereen én ervoor zorgen dat de kleine boeren er baat bij hebben.
Want als zij biologisch voedsel produceren, zal niemand het kopen. Daarom
moeten de biologische boeren van Azië en Afrika toegang krijgen tot de markten
in Europa en de VS, waar de mensen de hogere prijzen kunnen betalen.
Men zegt soms dat de ecologische aanpak goedkoper is voor de kleine boer.
Maar dat is slechts een deel van de waarheid. Bioboeren hoeven inderdaad
geen kunstmest en dergelijke aan te kopen. Vergeet echter niet dat de
opbrengst kleiner is, waardoor de kost per eenheid van productie hoger kan
liggen. Bovendien vereist biolandbouw meer werk, met andere woorden de
arbeidskost is hoger. Je moet met alles rekening houden.
Biologische landbouw is oké, maar alleen als en de kleine boeren er baat
bij hebben, en er globaal voldoende voedsel is. We kunnen dit niet in een
handomdraai realiseren. Er is een transitie nodig naar een milieuvriendelijke,
ecologische landbouw.

download de hele publicatie hier

BLADZIJDE 1: Piet Van Themsche (voorzitter Boerenbond) en Catherine (consument)

KLIK OP DE PRENT VOOR GROTERE WEERGAVE

BLADZIJDE 2: Guy Mergeai (hoogleraar Gembloux) en Shenggen Fan (directeur IFPRI)

KLIK OP DE PRENT VOOR GROTERE WEERGAVE

Written by hallometsteven

augustus 20, 2011 bij 9:05 pm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: